Omgaan met diabetes

Zorg voor een goede regulatie

Behalve streven naar een zo normaal mogelijk leven, probeert iemand met diabetes zijn bloedglucose gehalte zo goed mogelijk te reguleren. Want hoe slechter de regulatie, des te groter de kans op het ontwikkelen van complicaties. Een handleiding.

Zelfcontrole is onmisbaar voor een goede behandeling van diabetes. Door regelmatig de waardes te controleren, is in te schatten of de bloedglucosewaardes binnen de grenzen blijven.
Bloedglucosetest
Het is belangrijk dat de hoogte van de bloedglucosewaardes tussen de 4 mmol/l en 10 mmol/l blijft. Om te controleren of de waarde goed is, voeren patiënten met diabetes type 1 een bloedglucosetest uit. 

Als dat niet het geval is, kan het zijn dat de behandeling aangepast moet worden. Dit kan bijvoorbeeld door meer insuline te spuiten of op een bepaald moment minder of juist extra koolhydraten te eten. Een bloedglucosetest wordt uitgevoerd met behulp van een bloedglucose meter. Er wordt eerst een druppeltje bloed aangebracht op een teststrookje. Dit strookje wordt vervolgens afgelezen door de bloedglucose meter. Die geeft aan hoe hoog of laag de bloedglucose op dat moment is.

Voor het bloedprikken wordt meestal een bloedprikker gebruikt. Er wordt geprikt aan de zijkant van een vingertop. Daar zitten namelijk de kleinste bloedvaten, de zogenaamde haarvaatjes. Het bloed uit deze haarvaatjes is het meest geschikt voor de test. De haarvaatjes liggen vlak onder de huid, daarom is het naaldje dat wordt gebruikt om te prikken heel kort. Van het prikken voelt u bijna niets. De meeste mensen wennen er dan ook snel aan om zichzelf te prikken.
Wanneer testen
Hoe vaak iemand zijn bloedglucosewaardes moet weten hangt af van de patiënt. Factoren die van invloed zijn: de persoonlijke omstandigheden, aard van de klachten en het type diabetes. In bepaalde situaties is het aan te raden om vaker te testen, bijvoorbeeld:

  • bij klachten die wijzen op een hypo (= te lage bloedglucosewaardes)
  • tijdens en na een hypo
  • tijdens en na een hyper (= te hoge bloedglucosewaardes)
  • bij extra lichamelijke inspanning
  • in tijden van stress of spanningen
  • op vakantie
  • tijdens een zwangerschap
  • bij een tijdelijk onregelmatig leven
  • als de bloedglucose erg schommelt

Hou een diabetesdagboek bij
Mensen met diabetes kunnen een dagboek bijhouden waarin zij de testuitslagen noteren. Zo kunnen ze goed zien wat de bloedglucosewaardes tijdens een bepaalde periode zijn geweest. In het dagboek kunnen bijzondere omstandigheden worden opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan een dagje ziek, uit eten, veel stress, te laat insuline gespoten, enzovoorts.

Het is voor de arts of diabetesverpleegkundigen heel handig als zij een dagboek overhandigd krijgen bij controle. De testresultaten geven samen met het dagboek een goed beeld van het effect van de behandeling. Er kan dan bekeken worden of de diabetesbehandeling op bepaalde punten bijgesteld zou moeten worden.

Testen instelling langere periode
Voor de controle van de diabetesinstelling wordt gebruik gemaakt van dagelijkse bloedglucose metingen. Deze bepalingen zijn echter slechts een momentopname. Daarom zijn er andere tests ontwikkeld die een oordeel geven over de instelling over een langere periode.

De meting van het ‘serum fructosamine’-gehalte geeft een weerspiegeling van de gemiddelde instelling van de vorige twee weken. De meting van 'geglyceerd hemoglobine' (HbA1c) geeft een overzicht van de voorafgaande zes tot acht weken.

Reactie toevoegen