Checklist: dit moet u doen bij een overlijden

Getty Images

De wereld lijkt even stil te staan als een naaste, familielid of goede vriend overlijdt. Deze checklist kan helpen om uw hoofd erbij te houden.

Overlijden vaststellen

Een arts moet na het overlijden de dood vaststellen. Overlijdt iemand thuis, dan stelt de huisarts de dood vast. In het ziekenhuis of verpleeghuis zal een behandelend arts dit doen. De arts geeft een schriftelijke verklaring van overlijden af. Als nabestaanden hebt u deze verklaring nodig, onder meer voor het regelen van de uitvaart.

Uitvaartondernemer bellen

Ga eerst na of de overledene een uitvaartverzekering had. Had de overledene al nagedacht over zijn uitvaart, dan is meestal wel bekend welke uitvaartondernemer hierbij betrokken moet worden. Had hij of zij een verzekering die alle zorgen uit handen neemt, dan is het raadzaam de verzekeraar als eerste te bellen. Zo niet, dan kunt u als nabestaanden zelf een uitvaartondernemer kiezen. Die regelt niet alleen de begrafenis of crematie, maar kan ook veel andere taken op zich nemen, zoals het overlijden aangeven, instanties op de hoogte brengen en de rouwadvertentie verzorgen.

Het overlijden aangeven

De uitvaartondernemer of een familielid geeft het overlijden aan bij de burgerlijke stand in de gemeente waar de betreffende persoon is overleden. Dat hoeft niet de gemeente te zijn waarin hij of zij woonde. Wie deze taak op zich neemt, heeft in ieder geval de verklaring van overlijden nodig en een identiteitsbewijs van de overledene. De burgerlijke stand verstrekt vervolgens de akte van overlijden. Dit is een uittreksel uit het overlijdensregister. De burgerlijke stand geeft het overlijden door aan belangrijke instanties, zoals de Sociale Verzekeringsbank, Belastingdienst, de grote pensioenfondsen, het UWV en de Rijksdienst voor het Wegverkeer.

Bankrekeningen laten blokkeren

Als erfgenamen moet u alle financiële instellingen op de hoogte stellen waar de overledene bekend was. Dat zijn dus banken, creditcardmaatschappijen, verzekeraars, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen. Zij blokkeren vervolgens de tegoeden van hun overleden cliënt, inclusief de betaalkaarten, creditcards en internetbankiermogelijkheden die hieraan zijn gekoppeld. Niemand kan dan meer een nieuwe betaling doen op rekening van de overledene. Een volmacht vervalt op het moment van overlijden, dus een eventuele gemachtigde kan geen betalingen meer doen namens de overledene.

Voor de betaling van de uitvaartkosten maken banken meestal wel een uitzondering. Ook automatische incasso’s, bijvoorbeeld voor gas, water en licht, blijven gewoon doorlopen. De nabestaanden moeten deze opdrachten tot automatische incasso bij deze bedrijven of instanties stopzetten (zie 6). Alleen een en/of-rekening wordt niet geblokkeerd. De tweede rekeninghouder kan hier dus gewoon betalingen mee blijven doen. Ook de bankpas van de tweede rekeninghouder blijft actief. Soms maken (andere) erfgenamen hier bezwaar tegen, bijvoorbeeld als zij denken dat de tweede rekeninghouder misbruik zou kunnen maken van het tegoed op de en/of rekening. Dat kan spelen wanneer één van de kinderen de tweede rekeninghouder is. Het saldo op de bankrekening is dan niet uitsluitend van dit kind, maar ook van de andere erfgenamen. De gezamenlijke erfgenamen kunnen schriftelijk bezwaar maken bij de bank. Vervolgens heeft de tweede rekeninghouder toestemming van de (overige) nabestaanden nodig om het tegoed op de rekening te mogen gebruiken.

Naar de notaris

Om een bankrekening op naam van de overledene te laten deblokkeren of een kluis te openen, is een verklaring van erfrecht nodig. Helaas kan het wel een paar weken duren voordat de notaris deze afgeeft. Als de overledene een executeur had benoemd in zijn testament, mag deze over de bankrekening beschikken. Ook daarvoor is een notarisakte nodig: een verklaring van executele. Deze verklaring is in de regel goedkoper en sneller te regelen dan een verklaring van erfrecht. Laat u voorlichten of u kunt volstaan met een verklaring van executele. Een verklaring van erfrecht is niet altijd noodzakelijk. Banken maken soms een uitzondering voor lage bedragen (minder dan €100.000) of voor situaties waarin zeker is dat de langstlevende partner recht heeft op het geld. Als de overledene getrouwd was en geen testament had, is zonder meer duidelijk dat alles naar de weduwe of weduwnaar gaat. Het enige wat in zo’n geval nodig is, is een bewijs dat de overledene geen testament had.

De nabestaanden kunnen zo’n bewijs zelf aanvragen bij het Centraal Testamenten Register. Dit is gratis en kan alleen schriftelijk. Stuur uw verzoek samen met (een kopie van) het uittreksel uit het overlijdensregister aan: Centraal Testamentenregister, Postbus 19398, 2500 CJ Den Haag. Had de overledene wel een testament en/of is er geen weduwe of weduwnaar, dan is een verklaring van erfrecht noodzakelijk, net als wanneer de overledene een eigen huis bezat. Ook de Belastingdienst vraagt er vaak om.

Een notaris maakt de verklaring van erfrecht op. Hij verklaart daarin wie is overleden, of de overledene een testament heeft en wat daarin staat. Ook is in een verklaring van erfrecht te vinden wie de erfgenamen zijn en wie de nalatenschap gaat afwikkelen. De notaris heeft voor de verklaring van erfrecht de akte van overlijden nodig, plus een identiteitsbewijs van de overledene en het trouwboekje. Een lijst met adressen en kopieën van legitimatiebewijzen van de erfgenamen zijn handige aanvullingen. In de verklaring van erfrecht staat ook wie bevoegd is om de nalatenschap af te wikkelen. Eventueel kan de notaris een volmacht opstellen, zodat één van de erfgenamen de bevoegdheid krijgt om namens de andere erfgenamen op te treden. Dat is handig als er bijvoorbeeld drie of meer erfgenamen zijn. Zij hoeven dan niet over ieder wissewasje te overleggen.

Instanties informeren

Alle bedrijven en instanties waar de overledene een relatie mee had, moeten bericht krijgen van het overlijden. Een handige manier is een overlijdenskaart sturen met vermelding van polis- of administratienummer.

  • De werkgever of uitkeringsinstantie van de overledene. Deze zal betalingen stopzetten. De nabestaanden hebben recht op een overlijdensuitkering ter hoogte van het normale bruto maandbedrag. Ook zal het nog niet uitgekeerde vakantiegeld worden uitbetaald. Vraag beide betalingen liefst binnen enkele dagen na het overlijden aan.
  • De Belastingdienst en Toeslagen. Deze instantie verneemt via de gemeente dat iemand is overleden. Eventuele huur- en/of zorgtoeslag voor de overledene wordt stopgezet. De weduwe of weduwnaar krijgt een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een formulier om de huur- of zorgtoeslag voor zichzelf te laten aanpassen aan de nieuwe situatie.
  • Sociale Verzekeringsbank (SVB) en/of pensioenfonds. Een eventuele weduwe of weduwnaar heeft wellicht recht op nabestaandenpensioen via de SVB (als hij of zij nog geen 65 is) en/of via het pensioenfonds van de overleden echtgeno(o)t(e). De SVB ontvangt automatisch bericht van de gemeente, het pensioenfonds niet altijd. Het is dus raadzaam zelf het pensioenfonds op de hoogte te stellen, liefst met een kopie van het uittreksel uit het overlijdensregister erbij.
  • Ziektekostenverzekering.
  • Woningcorporatie of hypotheekverstrekker.
  • Het kadaster. Als de overledene een eigen huis bezat, moet een verklaring van erfrecht worden ingeschreven bij het kadaster.
  • Energiebedrijf.
  • Telefoon- en internetprovider.
  • Kabelbedrijf.
  • Autoverzekeraar.
  • Uitgevers waar de overledene een abonnement had. Als de overledene abonnementskosten vooruit had betaald, kunnen de nabestaanden deze terugvorderen.
  • Verenigingen waar de overledene lid van was.
  • Goede doelen waaraan de overledene (via automatische incasso) doneerde.

Aangifte doen bij de fiscus

Vier maanden na het overlijden ontvangt een van de erfgenamen een verzoek tot het doen van de aangifte erfbelasting. U moet deze binnen acht maanden indienen. Ook stuurt de belastingdienst een F-biljet toe, bedoeld voor de aangifte inkomstenbelasting tot het moment van overlijden. Als er een langstlevende echtgeno(o)t(e) is, is het gunstig om de aangiften van beide huwelijkspartners te combineren. Vraag zo nodig uitstel aan voor het indienen van het F-biljet, om de aangiften gezamenlijk te kunnen indienen. Het bedrag van de aangifte inkomstenbelasting hebt u nodig voor het invullen van de aangifte erfbelasting. Is de aanslag inkomstenbelasting nog niet opgelegd, dien de aangifte dan toch in om een boete te voorkomen. De vraag over de aanslag inkomstenbelasting laat u dan gewoon leeg. Later kunt u dan een aanvullende aangifte doen met het juiste bedrag. Een andere mogelijkheid is uitstel aan te vragen voor het indienen van de aangifte erfbelasting. In dat geval moet u heffingsrente betalen over het uiteindelijke bedrag van de aanslag.

Lees ook:

Auteur 
Bron 
  • Plus Magazine