Bevalling met medische hulpmiddelen

Tijdens de bevalling kan de baby in het geboortekanaal vast blijven zitten. Hulpmiddelen als een vacuümpomp worden dan gebruikt om de baby te halen.

Tijdens de zwangerschap herbergt en beschermt de baarmoeder ongeveer 40 weken lang een kindje. Wanneer het kindje voldragen is en de geboorte nadert, moet de baby een reeks bewegingen doormaken om het geboortekanaal te kunnen passeren.

Soms blijft een baby echter tijdens de bevalling in het geboortekanaal vastzitten. Dat kan komen doordat de baby niet in de juiste houding ligt, doordat de bevalling onverwacht stopt of doordat de baby te groot is voor het geboortekanaal.

In zulke gevallen wordt vaak als hulpmiddel bij de geboorte een vacuümpomp gebruikt. Dan wordt eerst een klok- of trechtervormige cup in de vagina ingebracht en op het hoofdje van de baby geplaatst. Daarna wordt de cup vacuüm gezogen met een handpomp of een elektrische pomp.

Door de zuigkracht kan de baby voorzichtig naar buiten worden getrokken, totdat het hoofdje het geboortekanaal heeft verlaten. Nu wordt de cup verwijderd en wordt de bevalling op de normale wijze voortgezet.

Auteur