Dichte deur bij de spoedafdeling? Zo hou je het hoofd koel

Getty Images

Pols gebroken, hartritmestoornissen of een longontsteking? Met spoed naar het ziekenhuis! Daar verwacht je dat je snel en goed geholpen wordt. Helaas is daar steeds vaker een dichte deur: opnamestop.

In het laatste kwartaal van 2015 waren er alleen al in de regio Amsterdam 600 opnamestops. Ook buiten de Randstad speelt dit probleem. Zo’n stop kan een paar minuten duren, maar ook een paar uur. Het ziekenhuis stuurt de inkomende ambulances door naar het volgende ziekenhuis. Gevolg: tijdverlies en gezondheidsrisico. Artsen maken zich hierover grote zorgen en hebben een brandbrief gestuurd aan de minister van Volksgezondheid.

Hoe komt dat?

Volgens de artsen is het zo druk geworden op de spoedafdelingen doordat steeds meer kwetsbare ouderen zich melden. Het aantal 75-plussers is in twee jaar tijd met de helft toegenomen bij de huisartsenpost buiten kantooruren.
Die consulten kosten meer tijd dan andere, doordat een gemiddelde 75-plusser meerdere geneesmid- delen gebruikt en meerdere aandoeningen heeft. De spoedhuisarts stuurt ouderen steeds vaker door naar het ziekenhuis, waar vaker een ziekenhuisopname volgt. Gevolg: de spoedafdelingen van de ziekenhuizen lopen over en kunnen geen nieuwe patiënten meer aan.

Het komt niet alleen door de vergrijzing, volgens de artsen. Het overheidsbeleid is er ook medeschuldig aan. Bijna de helft van de verzorgingstehuizen sloot zijn deuren. Tegelijkertijd wordt er bezuinigd op de thuiszorg. Kleine problemen thuis, zoals moeite met het dagelijks insuline spuiten, lopen hierdoor ongezien uit de hand. Tweede probleem is dat ouderen ook vaker terugkeren op de eerste hulp. Dat komt doordat een ziekte bij een oudere patiënt er vaak anders uitziet dan bij een jongere.

Een ouder iemand met een hartaanval heeft bijvoorbeeld vaak niet het bekende symptoom van pijn op de borst. In plaats daarvan is hij benauwd. Een ouder iemand met een infectie heeft vaak geen koorts; in plaats daarvan is hij verward of versuft. Niet iedere arts herkent dat. Het gevolg is dat problemen bij ouderen onderschat worden. Mensen worden onterecht terug naar huis gestuurd of naar een verkeerde afdeling van het ziekenhuis. Gevolg: 30 procent van de ouderen keert binnen enkele weken weer terug op de eerste hulp. Daar wordt het zo nog drukker.

Wat wordt er al aan gedaan?

Tot nu toe zijn er geen ongelukken gebeurd in de spoedzorg, maar de rek is eruit volgens de artsen. Er worden plannen bedacht om de spoedzorg anders te organiseren. Sommige ziekenhuizen hebben al een nieuwe werkwijze. Het Leids Universitair Medisch Centrum stuurt minder complexe patiënten, die bijvoorbeeld alleen een gebroken heup hebben, meteen door naar een kleiner ziekenhuis. Zo houdt de specialistische Leidse traumazorg meer ruimte, terwijl ook de gebroken heup sneller behandeld wordt.

Verder vinden artsen dat de kennis over de oudere patiënt moet worden bijgespijkerd. En ten slotte kunnen verzorgingstehuizen en verpleeghuizen meer bedden gebruiken. Een kwetsbare oudere die klaar is in het ziekenhuis maar nog niet naar huis kan, blijft nu noodgedwongen op een spoedbed liggen. Dat geeft veel oponthoud.

Wat kun je zelf doen?

1. Zet thuis op een vaste plek een spoedtas klaar met het pasje van het ziekenhuis, paspoort, verzekeringsbewijs, geld (€10), ondergoed of incontinentie-materiaal, een
lijst met je medicijnen en een lijst met belangrijke telefoonnummers. Dan kan de spoedafdeling je sneller helpen.
2. Op een huisartsenpost of een spoedeisende hulpafdeling is het altijd goed om met z’n tweeën te zijn. De ander kan meeluisteren en meevragen. De zorgverlener krijgt betere informatie en kan sneller zien wat er speelt.
3. Is er een opnamestop bij het ziekenhuis: raak niet in paniek en hou het hoofd koel. Er zijn volgens de artsen tot nu toe geen ongelukken gebeurd door opnamestops.
4. Artsen of assistenten moeten
vaak een heel lange lijst vragen stellen om in te kunnen schatten welke zorg je nodig hebt. Beantwoord ze kort en bondig. Wees eerlijk – hou je niet groot.
5. Leer je ziektes uit het hoofd, dat helpt bij een juiste diagnose. Dus bijvoorbeeld: “Ik heb sinds vijf jaar suikerziekte waarvoor ik twee soor- ten tabletten gebruik en sinds 1998 heb ik een kunstheup.”
6. Zegt de assistente: “Kijk het nog maar even aan met een para- cetamol”, terwijl je zelf nog steeds ongerust bent? Spreek je zorgen uit. “De pijn bij het plassen is erg heftig. Ik maak me ongerust en wil een arts spreken.” Spreek in de wij-vorm tegen de arts: je komt samen tot een besluit. “Zullen we de urine laten testen op blaasontsteking?”
7. Vraag bij opname in het ziekenhuis naar de arts die de coördinatie heeft over de vervolgbehandeling. Vraag wat er verder gaat gebeuren, en hoe je zelf actief kunt meebeslissen.

Auteur