Last van duizeligheid?

Als het je duizelt

Draaiduizeligheid, misselijkheid, gehoorverlies: duizeligheid is een veelkoppig monster. KNO-arts Stephanie Winters weet alles over de oorzaken én de oplossingen.

Van je evenwichtsorgaan ben je je zelden bewust. Ja, je weet misschien wel dat je er een hebt, maar je denkt er verder weinig over na. Maar dit verandert als er iets mis is met dat fragiele onderdeel van je binnenoor. Je bent duizelig, en niet een beetje. Dus ga je naar de dokter, die je doorverwijst naar een kno-arts, die je op zijn beurt heel wat vragen zal stellen om te ontdekken wat er precies aan de hand is. Een arts zoals Stephanie Winters van het Apeldoorns Duizeligheidscentrum (ADC), onderdeel van de Nederlandse Gelre Ziekenhuizen. Bij dit expertisecentrum zijn de artsen getraind in dóórvragen.

Hoe duizelig ben je?

"Duizeligheid is een moeilijk te interpreteren klacht", zegt Winters. "Mensen kunnen het op een heleboel verschillende manieren ervaren. Duizeligheid is eigenlijk een verzamelnaam voor allerlei klachten, ziektes en stoornissen. Het is daarom belangrijk goed naar het verhaal van de patiënt te luisteren en zo concreet mogelijk te krijgen wat de klacht is. Want die kan nogal variëren: van zweverigheid, een licht gevoel in het hoofd, zwart voor de ogen zien tot het gevoel flauw te vallen. Maar het kan ook zijn dat iemand draaiduizelig is en het gevoel heeft in een draaimolen te zitten. Die draaiduizeligheid kan zich spontaan voordoen, in aanvallen komen of juist uitsluitend optreden als je je in bed omdraait. Door het verhaal van de patiënt moeten we erachter zien te komen wat er precies aan de hand is." Soms zijn het twee of drie dingen door elkaar heen. "Veel van onze patiënten hebben meerdere vormen van duizeligheid. En ook dán moet je uit het verhaal proberen te distilleren wat er precies speelt. Het zijn heel vaak meerdere aandoeningen tegelijk."

Is het ’t oor of zijn het de hersenen?

Een bezoek aan bijvoorbeeld een oogarts is een andere belevenis dan een consult bij een kno-arts die gespecialiseerd is in het evenwichtsorgaan. Een oogarts wordt vooral wijzer van oogmetingen, maar zo’n kno-arts moet het vooral hebben van het gesprek. "Natuurlijk doen we ook bij duizeligheid onderzoek en diagnostische testen, maar dit specialisme is méér dan ‘meten is weten’. Het verhaal van de patiënt is prioriteit nummer één. Het belangrijkste probleem van het binnenoor is dat je er niet zo goed onderzoek naar kán doen. Het bevindt zich in de schedel, achter het oor. Het evenwichtsorgaan is erg klein, waardoor je het op een scan lastig kunt beoordelen. Daarnaast is het ook heel kwetsbaar, waardoor direct onderzoek niet mogelijk is." Dus zijn vragen én luisteren de belangrijkste instrumenten. En die bedient Winters niet in haar eentje. "Bij ons houden de kno-arts en de neuroloog altijd samen spreekuur. Kno-artsen weten veel van het oor en het evenwichtsorgaan. De neuroloog weet veel van de hersenen. We zitten altijd samen in de spreekkamer omdat ook hersenaandoeningen duizeligheid kunnen geven. Op basis van het verhaal van de patiënt, onze lichamelijke onderzoeken en de evenwichtsonderzoeken vormen we samen een conclusie."

Ingewikkeld systeem bewaart je evenwicht

Stephanie Winters zet een kunststof model van het oor op tafel en legt uit. "Achter de gehoorschelp voel je een stevig bot. Dat is het rotsbeen. Daarin zit het evenwichtsorgaan, dat weer onderdeel is van het evenwichtssysteem. Daarbij horen ook de ogen en het gevoel in de spieren en pezen. Vooral je ogen zijn extreem belangrijk in het bewaren van je evenwicht. Daarnaast heb je bijvoorbeeld ook nog receptoren die voelen hoe de zwaartekracht op je lichaam inwerkt. Deze deelsystemen samen helpen je bij het bewaren van je balans en bij je ruimtelijke oriëntatie." Het evenwichtsorgaan is dus slechts één radertje. "Maar wel een heel belangrijk radertje. Het bestaat uit vijf onderdelen. Zo heb je drie halfcirkelvormige kanaaltjes met vloeistof erin, die loodrecht op elkaar staan. Die meten de versnellingen in de verschillende draairichtingen." Bij elke beweging van het hoofd, gaan die vloeistoffen stromen. De zintuigcellen, ofwel kleine haartjes die in de vloeistoffen steken, zullen door de stroming ombuigen. Hierdoor gaan signalen naar de hersenen, over hoe het hoofd beweegt en in welke stand het staat. "Daarnaast heb je nog twee kleine orgaantjes die de lineaire versnellingen meten, bijvoorbeeld in de trein of in een lift." Ook deze orgaantjes hebben zintuigcellen met daarop kleine oorsteentjes. Deze oorsteentjes blijven achter bij beweging, waardoor de haarcellen ombuigen en een signaal richting de hersenen geven. Al deze informatie wordt verwerkt in de hersenen. "Vandaaruit gaan weer prikkels naar de spieren van het lichaam, zodat je je houding kunt aanpassen en je je evenwicht bewaart."  

Bij wagenziekte zijn je hersenen in de war

Duizeligheid ontstaat wanneer er in de hersenen verkeerde of onbekende signalen binnenkomen. Een voorbeeld daarvan is wagenziekte. Als je achterin zit te lezen en de auto maakt een bocht, dan gaan de vloeistoffen in de kanaaltjes stromen. De zintuigcellen buigen daardoor een bepaalde kant op. "Zij vertellen je hersenen: we bewegen. Maar je ogen signaleren iets anders: we staan stil. Je brein raakt in de war en daardoor word je misselijk. Het helpt dan om naar buiten te kijken en te zien dat je wel degelijk beweegt." Dit voorbeeld illustreert ook dat de hersenen zich snel kunnen aanpassen. "Gelukkig hebben we een heel plastisch brein dat best goed kan omgaan met verstoringen. Er zijn veel mensen die met deels of half werkende evenwichtsorganen toch heel goed kunnen functioneren. Als een van de evenwichtsorgaantjes het niet meer doet of voor een deel beschadigd is – door welke reden dan ook – kan je brein dat vaak compenseren."

Meestal ligt het aan de steentjes

Maar het brein kan helaas niet alles. En elke stoornis ergens in het evenwichtssysteem kan wel degelijk duizeligheid en evenwichtsklachten veroorzaken. Zo kunnen bijvoorbeeld de oorsteentjes loskomen en gaan zwerven. "Die steentjes, ook wel ‘gruis’ genoemd, veroorzaken een van de meest voorkomende vormen van duizeligheid. Vaak gaat het vanzelf weer over, maar niet altijd. Gelukkig is het goed te behandelen en dus moet je daar echt niet mee blijven rondlopen." Deze vorm van duizeligheid heet officieel ‘benigne paroxysmale positie-afhankelijke duizeligheid’ (BPPD) en komt vooral voor bij ouderen. "Het gaat om korte draaiduizeligheidsaanvalletjes, die seconden tot minuten duren. Ze worden uitgelokt door bepaalde bewegingen van het hoofd: bukken, omhoogkijken, omdraaien in bed, gaan liggen in en omhoogkomen uit bed. We behandelen dat met een soort kiepmanoeuvre. Hierbij word je heel snel achteruit gelegd, waardoor het gruis weg beweegt van de plek waar het duizeligheidsklachten geeft. Dat doen we hier honderden keren per jaar. Als het werkt, is het magisch. Iemand met deze klacht kan na een kiepmanoeuvre voorgoed verlost zijn van duizeligheid. Dan is het gewoon over, weg."

Of zijn het de hormonen?

Een heel andere aandoening is evenwichtsmigraine: vestibulaire migraine. "Dat zien we vooral bij vrouwen, en dan met name rond de menstruatie, maar ook rond de menopauze. Hoe dat komt? Migraine wordt enigszins hormonaal gereguleerd en vrouwen hebben het vaak cyclisch, dus maandelijks. Wat we vaak horen, is dat vrouwen die migraine hebben of vroeger hebben gehad, rond de menopauze ineens aanvallen van draaiduizeligheid krijgen. Die aanvallen gaan vaak gepaard met andere migraineklachten, maar niet altijd. Sommige medicijnen, zoals bètablokkers of anti-epilepsiemedicatie kunnen helpen om nieuwe aanvallen te voorkomen, maar zijn niet voor iedereen geschikt."

Dagenlang duizelig?

Ontstekingen! Ook ontstekingen kunnen de evenwichtsorganen parten spelen. "Mensen worden dan plotseling heel draaiduizelig. Dat duurt een dag of drie. Al die tijd liggen ze hartstikke misselijk in hun bed. Na drie tot vijf dagen krabbelen ze op en hebben ze vaak balansklachten, omdat een van de evenwichtsorganen beschadigd is geraakt door die ontsteking. Het is belangrijk na zo’n ontsteking weer snel in de benen te komen en flink te gaan lopen. Dat zet de compensatie-mechanismen in gang. En dan hoef je weinig blijvende klachten te ondervinden van de schade die de ontsteking heeft veroorzaakt."

Draaiduizelig en half doof

De ziekte van Ménière is een verhaal apart. "Dat is een erg akelige aandoening", zegt Winters. "Het zijn aanvallen van draaiduizeligheid die gepaard gaan met eenzijdig gehoorverlies, oorsuizen en een drukgevoel in een van de oren. Die aanvallen duren een half uur tot uren. Mensen zijn hartstikke ziek: draaiduizelig, misselijk, overgeven. Vooral de onvoorspelbaarheid maakt het zwaar. Als je altijd een duizeligheidsaanval kunt krijgen, word je daar heel onzeker van." De belangrijkste therapie: injecties achter het trommelvlies. "Dat klinkt spannender dan het is. Die injecties geven we hier onder lokale verdoving. Dan leggen we met een dun naaldje een beetje ontstekingsremmer (dexamethason) of antibiotica (gentamicine) achter het trommelvlies. Die middelen werken goed en verminderen het aantal aanvallen. We beginnen met dexamethason, want dat heeft nauwelijks bijwerkingen. Als dat niet helpt, gaan we over op gentamicine. Daarbij is een kleine kans dat de gehoorschade verergert. Daarom zijn we daar dus wat terughoudender mee." Als een ontstekingsremmer effectief kan zijn, lijkt het erop dat bij ménière ontstekingsprocessen een rol spelen. "Dat denken we, ja. Maar naar de precieze achtergrond van deze ziekte wordt nog steeds onderzoek gedaan. Het idee is dat door een scheurtje in een membraan de vloeistoffen in het binnenoor met elkaar mengen. Dit geeft schade aan het gehoor en evenwichtsorgaan, met duizeligheid en een verminderd gehoor als gevolg. Maar hoe we dat kunnen voorkomen, weten we nog niet goed."

Bron(nen):