Resistent hepatitis B-virus nog steeds probleem

De helft van de patiënten bij wie het hepatitis B-virus (HBV) niet volledig door behandeling wordt onderdrukt, is sprake van een resistent virus. Dat blijkt uit het grootste onderzoek naar resistentie bij deze patiënten in Europa.

Een belangrijke reden voor de resistentie is dat artsen nog steeds oude antivirale middelen voorschrijven, waardoor ook resistentie tegen moderne middelen kan ontstaan. Deze conclusie komt voort het CAPRE-onderzoek (Combined Analysis of the Prevalence of drug-Resistant HBV in Europe), uitgevoerd door de HEPVIR Working Group van de European Society for Translational Antiviral Research (ESAR). Dit is een internationaal samenwerkingsverband van onderzoekers dat wordt gecoördineerd vanuit het UMC Utrecht en het Erasmus MC.

Onderzoek

Bij het onderzoek in zeventien Europese landen en Israël, waren 1568 patiënten met chronische HBV-infectie betrokken bij wie een behandeling met antivirale middelen het virus niet volledig kon onderdrukken. Ruim de helft (52,7 procent) had resistente virusstammen in het lichaam. De resultaten zijn gepubliceerd in The Journal of Infectious Diseases.

Geneesmiddelen

Dankzij de introductie van nucleos(t)ide analogen (NA’s) zijn er de laatste twee decennia enorme vorderingen gemaakt met de behandeling van chronische HBV-infectie. Bij behandeling met de eerste NA’s (lamivudine, telbivudine en adefovir) was er een hoge kans op het ontstaan van resistentie tegen de medicatie. Sinds de introductie van nieuwere NA’s (entecavir en tenofovir) is het gebruik van de oudere NA’s voor de behandeling van chronische HBV-infectie achterhaald. Onderzoek heeft aangetoond dat er zeer beperkte dan wel geen resistentie tegen deze nieuwere medicijnen voorkomt.

Uit het CAPRE-onderzoek blijkt echter dat HBV-resistentie tegen medicatie onder Europese patiënten ondanks deze ontwikkelingen nog steeds een probleem vormt. Voordat de nieuwe medicijnen op de markt kwamen, werden veel Europese patiënten behandeld met de oudere NA’s, voornamelijk met lamivudine. Door behandeling met lamivudine kan echter ook resistentie ontstaan tegen entecavir, een van de twee nieuwere medicijnen.

Gevolg

"Eenderde van de patiënten die zowel met lamivudine als met entecavir werd behandeld, was geïnfecteerd met een tegen entecavir resistente virusstam," vertelt viroloog en hoofdonderzoeker Annemarie Wensing van het UMC Utrecht. "Voor deze patiënten is tenofovir de laatst beschikbare optie. Hoewel dit geneesmiddel doorgaans veilig is, kan het niet bij alle patiënten worden gebruikt. Bij een nierziekte bijvoorbeeld is het middel meestal niet geschikt."

Het onderzoek toont ook aan dat de oudere NA’s nog steeds worden voorgeschreven in Europese landen waar de nieuwere NA’s slechts in beperkte mate verkrijgbaar zijn. De auteurs wijzen er met klem op dat de ontwikkeling van het resistente hepatitis B-virus alleen kan worden tegengehouden door met het gebruik van deze oudere, suboptimale geneesmiddelen te stoppen.

Bron(nen):