Hart: actiever door celtherapie

Topspecialisten vertellen waarom er op alle fronten hoop is voor de meest voorkomende ziekten onder 50-plussers. Ze kozen elk een veelbelovend onderzoek.

The Big Five: Hart

Welke ontwikkeling biedt hoop bij hart- en vaatziekten?
Jan Piek: “Een betere behandeling van ernstig hartfalen, waarbij het hart niet meer in staat is voldoende bloed uit te pompen. Doordat minder mensen overlijden na een hartinfarct komt dát probleem juist steeds vaker voor. Het littekenweefsel dat na een infarct in het hart ontstaat, doet namelijk niet mee aan het rondpompen van het bloed. Soms is het litteken zo groot dat het hart moeite heeft om per slag genoeg bloed weg te pompen. Patiënten zijn dan sneller vermoeid.”

Om welke behandeling gaat het?
“Celtherapie. Daarbij worden stamcellen in de kransslagader gebracht of via een speciaal katheter in de hartspier gespoten. Het hart gaat daardoor bij sommige mensen beter pompen, zodat zij een actiever leven kunnen leiden.”

Hoe werkt het?
“Dat weten we nog niet precies. Uit onderzoek met dieren blijkt dat de stamcellen in het hart ofwel uitgroeien tot nieuwe hartspiercellen, ofwel de vaatgroei stimuleren. Allebei is trouwens nodig. Aan meer hartspiercellen heb je weinig als er geen bloed komt, en aan meer bloedvaten heb je niets als er niet meer hartspiercellen zijn.”

Waar haalt u de cellen vandaan?
“Uit het lichaam van de patiënt zelf, door middel van een punctie. Stamcellen zitten overal, maar de grootste voorraad bevindt zich in het beenmerg. Die cellen verkeren nog in een pril stadium van hun ontwikkeling. Daardoor kunnen ze in potentie nog tot allerlei cellen uitgroeien, zoals een bloedcel of longcel, en dus ook tot een cel in een bloedvat of in het hart.

Celtherapie wordt alleen nog in onderzoek toegepast. Meestal worden de stamcellen ­direct in de kransslagader ingebracht, maar er worden steeds meer studies gedaan waarbij deze cellen eerst buiten het lichaam worden vermenigvuldigd en pas dan worden teruggegeven. Recent is duidelijk geworden dat ook in het hart cellen zitten die je hiervoor kunt gebruiken: cardiale voorlopercellen.

Het zal nog wel een paar jaar duren voordat we hiermee kunnen werken.
Zelf vind ik behandeling met de cardiale voorlopercellen de meest veelbelovende methode. Er is wel een nadeel, want het duurt een aantal weken om voldoende cellen te kweken. De methode met de cardiale voor­lopercellen is dus niet bruikbaar is bij de ­acute fase van het hartinfarct. Maar patiënten kunnen hierdoor na een aantal maanden wellicht wél beter herstellen.”

Waar kunnen patiënten terecht voor celtherapie?
“Tot nu toe worden patiënten alleen in ­onderzoeksverband behandeld. In Nederland gebeurt dit onderzoek in Rotterdam, Leiden, Utrecht en Amsterdam.
We weten nog heel veel niet en hebben nog een lange weg te gaan om het meest ideale celtype te vinden.
Mensen met ernstig hartfalen kunnen aan hun cardioloog vragen of ze in aanmerking komen voor deelname aan een onderzoek met celtherapie.”

Bron(nen):