Partner in het verpleeghuis? Dit zijn de gevolgen voor de AOW

Als je partner naar een verpleeghuis moet, is dat niet alleen een groot verdriet. Het heeft ook financiële gevolgen, onder meer voor de AOW. Blijf je dan getrouwd of ga je verder als duurzaam gescheiden levend?

Het is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen waarmee je kunt worden geconfronteerd: de geestelijke of lichamelijke gezondheid van je partner gaat zo ver achteruit dat opname in een Wlz-instelling (Wet langdurige zorg) onvermijdelijk is. Na al die jaren van samenzijn moet je noodgedwongen apart van elkaar verder leven. Dat is niet alleen emotioneel zwaar. De gedwongen scheiding kan ook leiden tot een ingewikkelde financiële vraag. Na de verhuizing naar het verpleeghuis stuurt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) namelijk een brief met de mededeling dat het mogelijk is om voortaan voor de AOW als ‘duurzaam gescheiden levend’ te worden aangemerkt in plaats van ‘gehuwd’. Wordt hiervoor gekozen, dan ontvangen beide partners de hogere AOW voor alleenstaanden in plaats van de lagere AOW voor gehuwden. Maar nadelen zijn er ook.

 

In voor- en tegenspoed

Kiezen voor ‘duurzaam gescheiden levend’ is geen lichtvaardige beslissing. Voor de een kan de brief aanleiding zijn om de financiële plussen en minnen onder elkaar te zetten. Voor anderen is het omzetten van hun huwelijk naar duurzaam gescheiden levend geen reële optie. Ze zijn getrouwd in voor- en tegenspoed en willen ook getrouwd blijven als een van beiden naar een verpleeghuis moet. De keuze om voortaan als duurzaam gescheiden verder te gaan kan bovendien niet worden teruggedraaid, behalve in het (theoretische) geval dat beide partners weer samen op één adres gaan wonen. 

 

Gelukkig is het niet nodig direct een keuze te maken. Wie niets doet, blijft voor de SVB gewoon getrouwd. Later kan het echtpaar alsnog op ieder willekeurig moment de SVB vragen hen als duurzaam gescheiden levend te beschouwen.

UPDATE: Dit geldt volgens de SVB ook voor geregistreerde partners.
Voor ongehuwd samenwonenden zijn de regels niet eenduidig. Volgens de SVB zijn er ‘bepaalde groepen’ die een beroep kunnen doen op het beleid zoals dat bedoeld is voor gehuwden. De SVB kon desgevraagd niet nader specificeren welke groepen dat dan zijn. Woont u samen? Dan raden we u aan contact op te nemen met de SVB voor meer informatie over de (on)mogelijkheden.

 

Gescheiden: meer AOW, hoge eigen bijdrage verpleeghuis

De keuze om bij de SVB geregistreerd te staan als duurzaam gescheiden levend heeft als voordeel dat de AOW-uitkering omhoog gaat. Een alleenstaande ontvangt 70 procent van het netto-minimumloon (sinds 1 juli 2019: €1228,22 bruto per maand). Een gehuwde ontvangt 50 procent van het netto-minimumloon (€843,78 bruto per maand). Een echtpaar dat duurzaam gescheiden leeft, ontvangt samen 140 procent van het netto-minimumloon (2x €1228,22 = €2456,44 bruto per maand) in plaats van 100 procent (2x €843,78 = €1687,56 bruto per maand). 

 

Maar aangemerkt staan bij de SVB als duurzaam gescheiden levend kent ook een financieel nadeel: een hogere eigen bijdrage voor het verpleeghuis. Het Centraal Administratiekantoor (CAK) berekent en int deze bijdrage.
Bij de opname in een Wlz-instelling moet het echtpaar dat kiest voor duurzaam gescheiden levend, eerst vier maanden de lage eigen bijdrage betalen en daarna de hoge eigen bijdrage. Wordt de partner met het hoogste inkomen van beiden opgenomen, dan is de hoge eigen bijdrage aanzienlijk hoger dan wanneer de partner met het lagere inkomen wordt opgenomen. Bij het berekenen van de hoge eigen bijdrage gaat het CAK namelijk uit van het ‘beschikbaar inkomen’ van degene die in de Wlz-instelling woont. Het inkomen en vermogen van de thuiswonende partner tellen niet mee. 

 

Het beschikbaar inkomen is het verzamelinkomen (AOW plus eventueel bedrijfspensioen) minus de inkomstenbelasting, premie zorgverzekering, zak- en kleedgeld (€3741 per jaar) en aftrek vanwege de leeftijd (€1000 per jaar). 
Voor het berekenen van de eigen bijdrage gebruikt het CAK de inkomensgegevens van twee jaar geleden. De eigen bijdrage van 2019 wordt dus berekend over het inkomen uit 2017. De partner in de Wlz-instelling ontving toentertijd een (lagere) AOW voor gehuwden, terwijl hij of zij nu de hogere AOW voor alleenstaanden ontvangt. De hoge eigen bijdrage is maximaal €2364,80 per maand (€28.377,60 per jaar).

 

Ontvangt de thuiswonende partner hulp of ondersteuning thuis, dan is daarvoor een eigen bijdrage verschuldigd. Bij het berekenen van de eigen bijdrage telt in deze situatie alleen het spaargeld mee van de partner die in de Wlz-instelling is opgenomen. Spaargeld boven de €25.000 telt voor 4 procent mee. Voor AOW’ers met veel spaargeld en een laag inkomen geldt een aftrek, plus een extra aftrek voor hogere inkomens.
 

Gehuwd blijven: zelfde AOW, lage bijdrage verpleeghuis

Kiest het echtpaar hier niet voor en blijft het bij de SVB aangemerkt staan als gehuwd, dan verandert de hoogte van hun AOW niet. Het CAK brengt dan voor het verblijf in het verpleeghuis de lage eigen bijdrage in rekening. Deze lage eigen bijdrage wordt berekend over het gezamenlijke inkomen van beide partners. Globaal is de lage eigen bijdrage in 2019 10 procent van het zogeheten ‘bijdrageplichtig inkomen’, met een minimum van €164,20 per maand (€1970,40 per jaar) en een maximum van €861,80 per maand (€10.341,60 per jaar).

Voor de meeste mensen is het bijdrageplichtig inkomen ongeveer het verzamelinkomen van beide partners samen. Spaargeld boven de €50.000 (voor beide partners samen) telt voor 4 procent mee bij de berekening. Voor gepensioneerden met veel spaargeld en met een laag inkomen geldt een aftrek. Ontvangt de thuiswonende partner hulp of ondersteuning thuis, dan is geen eigen bijdrage verschuldigd, omdat het maximum al is bereikt. 

Belasting en toeslagen

Op fiscaal gebied verandert er voor echtgenoten weinig als één van beiden wordt opgenomen in een Wlz-instelling. Ze blijven fiscaal partner van elkaar. Hun fiscaal partnerschap kunnen ze desgewenst zelf beëindigen door dit schriftelijk bij de Belastingdienst te melden. Als één van beiden een andere fiscaal partner krijgt, zijn beide partners niet langer elkaars fiscaal partner. Als het gezamenlijk inkomen stijgt, is er waarschijnlijk meer belasting verschuldigd. Hetzelfde geldt voor de zorgtoeslag: de echtgenoten blijven elkaars partner, ook al woont één van beiden in een verpleeghuis. Ze kunnen dit alleen beëindigen door een scheiding van tafel en bed aan te vragen bij de rechtbank. Als de hoogte van het inkomen verandert, kan de hoogte van de zorgtoeslag ook veranderen.

Bij de huurtoeslag is het anders, omdat de toeslagpartners op hetzelfde adres bij de gemeente ingeschreven moeten staan. Na een opname in een Wlz-instelling kunnen beide partners dus geen huurtoeslagpartners blijven. Dit kan gevolgen hebben voor de huurtoeslag van de achterblijvende partner. Een fiscaal voordeel is de alleenstaande-ouderenkorting (€429 in 2019). Alleenstaande AOW’ers krijgen deze korting, maar ook formeel samenwonende AOW’ers die recht hebben op alleenstaanden-AOW krijgen de korting. Als beide partners voor de AOW gehuwd blijven, is het simpele feit dat ze hun AOW kúnnen omzetten in twee keer alleenstaanden-AOW voldoende om recht te krijgen op de alleenstaande-ouderenkorting. 

Hulp bij eigen situatie berekenen

Wilt u weten wat de gevolgen in uw specifieke situatie zijn? Neem hiervoor contact op met de SVB (als u vragen hebt over de AOW), het CAK (voor de eigen bijdrage) en de Belastingdienst (voor de toeslagen). 
Op de website van het CAK (www.hetcak.nl) staat een rekenhulp waarmee een proefberekening kan worden gemaakt van de eigen bijdrage.