Acht vragen over ouderenmishandeling

Getty Images

Ouderenmishandeling. Het komt vaker voor dan je denkt. In 2013 zijn er meer gevallen van ouderenmishandeling gemeld dan in 2012. Toch zoekt slechts het topje van de ijsberg hulp. Jaarlijks krijgen naar schatting zo'n 200.000 ouderen te maken met lichamelijke, psychische, seksuele mishandeling of financiële uitbuiting.

De risico's dat het misgaat nemen steeds meer toe. Mensen worden ouder en hebben steeds meer verzorging nodig. Hoe herken je ouderenmishandeling? Wat maakt het zo lastig om ouderenmishandeling aan te kaarten? Wat kun je doen als slachtoffer of als betrokkene? We zetten de acht meest gestelde vragen op een rij.

1. Wat is ouderenmishandeling?

Bij mishandeling denk je vaak aan fysiek geweld, zoals bijvoorbeeld slaan. Maar het is zoveel meer dan dat. Een verzorger kan zo oververmoeid zijn dat hij of zij deuren op slot doet om zelf wat rust te krijgen. Mishandeling is ook de vrijheid van de oudere inperken, waardoor hij of zij bijna niet kan bellen of bezoek kan ontvangen. Ook geestelijke mishandeling, financiële uitbuiting en seksuele mishandeling vallen onder het hoofdstuk ouderenmishandeling.

[ITEMADVERTORIAL]

2. Welke vormen van mishandeling zijn er?

1. Fysiek geweld zoals slaan, schoppen, haren trekken, branden en knijpen. Maar denk ook aan het afplakken van de mond of het geven van te weinig of juist te veel medicijnen.

2. Financiële uitbuiting zoals diefstal van geld of spullen. Het kopen van spullen en de oudere daarvoor laten betalen. De oudere te weinig leefgeld geven. De oudere dwingen om een testament te veranderen of om spullen weg te geven aan de pleger.

3. Verwaarlozing in verzorging van de oudere, bijvoorbeeld door onvoldoende eten en drinken in huis te halen en slechte persoonlijke hygiëne.

4. Geestelijke mishandeling als treiteren, pesten, beledigen, vernederen of dreigen met bijvoorbeeld uithuisplaatsing als de oudere iets doet of zegt wat de verzorger niet bevalt.
5. Seksueel misbruik door het tegen de wens van de ouderen in seksuele handelingen te verrichten met, of in het bijzijn van, de oudere.

Er zijn verschillende signalen die kunnen wijzen op ouderenmishandeling, zoals:

  • zichtbaar letsel
  • overdreven schrikreactie bij een onverwachte aanraking
  • onsamenhangende verklaringen over verwondingen
  • depressiviteit of onverklaarbare angst
  • schichtig of teruggetrokken gedrag

3. Waarom wordt er zo weinig aangifte gedaan van ouderenmishandeling?

Slechts het topje van de ijsberg wordt gemeld om verschillende redenen:

  • Ouderen durven er vaak niet over te praten of hulp te zoeken uit angst en schaamte. Ook zijn zij vaak (zorg)afhankelijk van degenen die hen mishandelen;
  • Omstanders herkennen de signalen niet of ze vinden de situatie niet ernstig genoeg om te melden;
  • Slachtoffers en omstanders weten niet waar ze terecht kunnen voor hulp en advies.

Omstanders spelen een belangrijke rol
Als u vermoedt dat het niet goed gaat bij een oudere thuis is het belangrijk om hierover in gesprek te gaan. Als dat mogelijk is met de oudere zelf of anders met iemand die de oudere ook kent. Samen kunnen de mensen bepalen wat u het beste kunt doen. U kunt ook altijd bellen naar het Steunpunt Huiselijk Geweld voor hulp of advies.

4. Welke factoren kunnen ouderenmishandeling in de hand werken?

  • Het afnemen van de mentale weerbaarheid. Zeker ouderen die dementeren of een verstandelijke beperking hebben, kunnen zelf niet ingrijpen of vertellen dat ze worden mishandeld. Dat betekent dat de omgeving extra alert moet zijn op signalen van mishandeling. 
  • Het slechter worden van de gezondheid. Hierdoor worden ouderen toenemend afhankelijk van hulp door familie, bekenden of hulpverleners. 
  • Stress. Een ingrijpend voorval als een verhuizing, dood van een partner of naaste of familielid kan een enorme impact hebben waardoor de oudere geestelijk afhankelijk wordt van familie, bekenden of hulpverleners.
  • Financiële problemen of problemen om de financiën te beheren.
  • Sociaal isolement. Omdat partner en contacten wegvallen is er minder controle van buitenaf.
  • Familieachtergronden. Komt in de familie veel fysiek of verbaal geweld voor, dan kan het zijn dat de oudere het als 'normaal' beschouwt als hij of zij zo wordt behandeld. Het kan ook zijn dat de hulpverlener zelf niet anders gewend is en vanuit eigen perspectief handelt.
  • Overbelasting van verzorger of professional.

5. Wie zijn degenen die mishandelen?

Plegers zijn in de meeste gevallen de kinderen of kleinkinderen (52%), gevolgd door de (ex-) partner (33%). Ook anderen kunnen pleger zijn zoals overige familieleden, kennissen, buren en zorgprofessionals.

6. Hoe weet je of iets mishandeling of dat iets onvoldoende zorg is?

De scheidslijn tussen mishandeling of onvoldoende zorg is soms flinterdun. Toch is het belangrijk om zelfs het vermoeden van mishandeling aan te kaarten. Want ook dreigen, schelden of verwaarlozing zijn vormen mishandeling. Het is eerder mishandeling dan je denkt! Twijfelt u? Bel Steunpunt Huiselijk Geweld. Het landelijke telefoonnummer: 0900 – 1 26 26 26

7. Gebeurt mishandeling altijd opzettelijk?

Nee. Van alle mishandelingen gebeurt zo'n 35 procent uit pure onmacht of onwetendheid. Bij mantelzorgers als partner of familie gebeurt het vaak omdat men de situatie niet meer aankan. 

8. Wat kunt u doen?

Praat er altijd over met iemand die je vertrouwt, zoals een familielid, buurvrouw of huisarts. Of bel veilig en anoniem naar het Steunpunt Huiselijk Geweld. U vindt hier de verschillende steunpunten en bijbehorende  telefoonnummers, per provincie gesorteerd.

Dit doet het Steunpunt Huiselijk Geweld
Het Steunpunt geeft informatie en advies over ouderenmishandeling aan iedereen die ermee te maken heeft. Slachtoffers, plegers én omstanders. Het biedt een luisterend oor en we zoeken samen naar mogelijkheden om het probleem op te lossen. Slachtoffers, plegers en omstanders krijgen advies op maat, bijvoorbeeld doorverwijzen naar hulpverleners in de buurt die hen verder kunnen helpen.

Wat gebeurt er als u uw verhaal hebt gedaan bij het Steunpunt Huiselijk Geweld?
Samen met de hulpverlener bespreekt u wat de volgende stap is. Is er sprake van een acute en bedreigende situatie dan kan bijvoorbeeld de politie worden ingeschakeld. Is de situatie niet acuut dan kan bijvoorbeeld de huisarts worden benaderd om eens langs te gaan en de situatie te beoordelen. Soms ziet u dat mensen zelf het heft weer in handen nemen nadat ze hun verhaal hebben verteld en duidelijk is geworden dat ze inderdaad in een situatie zitten die niet klopt.