Eindelijk eerlijk

Het besef dat we niet het eeuwige leven hebben, verandert geleidelijk onze kijk op het leven. Geen tijd meer voor onzin en onbenulligheid. Eindelijk kun je eerlijk zijn tegenover jezelf en tegenover anderen.

Sinds zijn pensionering voelt Pluslezer Henk de Kroon (61) zich een stuk vrijer om zijn eigen mening te geven en te zeggen waar het volgens hem op staat. Dat was beslist lastiger toen hij werkte en een eigen zaak had. Toen keek hij wel uit om het achterste van zijn tong te laten zien. Het kon hem tenslotte klanten kosten: “Ik telde vaak tot 10 voor ik iets zei.”

Ouder worden, het valt lang niet ­altijd mee. Je lijf gaat kuren vertonen en ook je hoofd is niet meer wat het geweest is. Daar staat één groot voordeel tegenover: je ­weigert meer en meer om je anders voor te doen dan je bent. Eindelijk eerlijk. Er is geen noodzaak meer om de schijn op te houden. Want hé, het leven is eindig en je hebt steeds minder tijd en energie voor onzin en onbenulligheid.

Jezelf zijn

De Australische verpleegster ­Bronnie Ware werkte jarenlang in de zorg. Zij voerde veel gesprekken met patiënten die wisten dat ze binnenkort zouden sterven. Waar hadden zij het meeste berouw van? De meest voorkomende reden voor spijt was dat ze niet méér zichzelf geweest waren. Dat ze niet de moed hadden gehad om een leven te leiden waarin ze trouw waren geweest aan zichzelf in plaats van het leven dat anderen van hen verwachtten. Het waren vooral de onvervulde dromen die hen kwelden. Voor sommige onvervulde dromen is het misschien wat laat als je de 50, 60 of 70 gepasseerd bent – die straaljagerpiloot ga je niet meer worden – maar voor eerlijkheid en jezelf zijn is het nóóit te laat. “Het is een heerlijk gevoel dat ik eindelijk mijn eigen interesses kan gaan volgen”, aldus een Pluslezer (66). En een andere Pluslezeres (62) voegt toe: “Het rollenspel van veel contacten voelt tegenwoordig vaak als tijd­verspilling. Anderen zijn vaak meer in zichzelf geïnteresseerd dan in mij. Liever ben ik bij degenen die me echt dierbaar zijn.”

De derde weg

Tot nu toe waren er vooral twee in het oog lopende manieren om naar ouderdom te kijken. Ofwel een nogal sombere kijk, waarin ouderdom een fase is van onherroepelijk verval en voortschrijdend verlies. Geen lol meer aan. Ofwel een roze bril, waarin goed ouder worden eigenlijk vooral betekent: zo lang mogelijk jong, actief en fit blijven. De Mont Ventoux op fietsen ter ­gelegenheid van je 80ste verjaardag. Geef je niet over, want dan ben je verloren. Vanaf pakweg het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw zijn steeds meer ­gerontologen ­geneigd om hier vraagtekens bij te zetten. Ook omdat ouderen zelf zich niet altijd volledig herkenden in deze beelden. Uiteraard speelt aftakeling een rol en is actief blijven­ prima, maar om de oude dag nou alleen in termen van verval te bezien? Of van verbeten jong ­blijven? En zo ontstond er een ­derde weg. Een tegenbeweging in theorieën en op basis van onderzoek: ouder worden kan een fase zijn met eigen kwaliteiten.

Worden wie je bent

De Amerikaanse psychotherapeut en voormalig monnik Thomas Moore ziet ouder worden als een proces waarin we er steeds meer achterkomen wat het best bij ons past. We durven meer onszelf te zijn, ook al wijken we daarmee af van de standaardnormen. Of zoals Hedy d’Ancona het formuleerde in haar laatste boek Vrolijk verval: “Er kleven ook voordelen aan ouder worden, hoor. Je hebt veel minder last van de blik van de ander.”

Eindelijk worden wie je bent, noemt de filosofe Hanne Laceulle het. Zij is universitair docent Filosofie van Levensloop en Levenskunst aan de Universiteit van Humanistiek in Utrecht: “In de eerste levenshelft ben je erop gericht om aan de buitenwereld te laten zien dat je vaardig bent en een goede werknemer, ouder, partner. Je bent de hele tijd bezig om jezelf vooruit te schuiven. Denk maar aan het opstellen van een cv of een sollicitatiebrief. Maar ergens halverwege je levensloop is er een soort keerpunt, waarbij je je meer naar binnen richt. Je hebt je je hele leven laten opjutten door wat de samenleving, je ouders en je baas van je verwachten en nu laat je dat los. Je wilt je niet meer de wet laten voorschrijven, je niet meer laten leiden door de sociale conventie van ‘wat hoort’. Dat kun je echt als een bevrijding ervaren.”

“Probeer na pakweg je 70ste je eigen vorm te vinden”, zegt emeritus hoogleraar Frits de Lange. “Doorleef die levensfase als een ontdekkingsreis in niemandsland. Laat je oude dag niet inpikken door anderen. Kom tot jezelf.”

Pluslezeres Gerda Verlaat (72) herkent dit als geen ander. Ze is tegenwoordig minder geneigd om alles maar voor lief te nemen. Ze spande zich flink in voor een club waar ze lid van is. Tijdens de jaarvergadering werden veel leden bedankt voor hun inzet. Ze kregen bloemen en chocola. Maar voor Gerda was er geen woord van waardering. “Vroeger zou ik gedacht hebben: nou ja, laat maar zitten. Maar nu dacht ik: dit is te gek. Ik belde de voorzitter. Hij verontschuldigde zich duizend­maal. Mijn bloemen stonden klaar, maar hij was me domweg vergeten. Diezelfde ochtend kwam hij alsnog de bloemen brengen.”

Voor iedereen?

Deze bril om naar ouder worden te kijken, is geen ‘must’ maar het is een mogelijkheid. Niet iedereen zal zich erin herkennen. En ja, natuurlijk is het makkelijk praten als je gezond bent en recht van lijf en leden. Maar wat als dat niet meer het geval is? Vroeg beginnen helpt enorm. Laceulle is ervan overtuigd dat goed ouder worden iets is waar je gedurende een heel groot deel van je leven aandacht aan moet besteden. “Als je je op een bepaalde manier hebt bekwaamd in het omgaan met verlies en kwetsbaarheid, kun je daar op hoge leeftijd nog profijt van hebben. Juist degenen die kampen met gezondheidsproblemen en met het afnemen van fysieke of mentale krachten, zouden dit kunnen herkennen: geen energie meer voor oppervlakkige contacten, geen tijd meer voor ­onbenulligheden.”

Of zoals de Zuid-­Afrikaanse dichteres ­Elisabeth Eybers het verwoordde: “Voor mij betekent ouder worden ook winst. Je leert onderscheid maken tussen bijkomstigheden en essentiële zaken.” 

Rob van Hilten (63) uit Voorschoten heeft een latrelatie. Sinds hij stopte met werken in loondienst heeft hij van zijn hobby zijn werk gemaakt, leeft hij intenser en vult zijn leven zich met klein geluk.

“Ik ben gestopt met werken in loondienst op mijn 58ste; dat is in goed overleg gegaan met mijn werkgever. Pas daarna ontdekte ik dat ik eigenlijk best veel durf. Ik was nooit heel ondernemend in de zin van risico’s nemen en voor mijzelf beginnen. Maar nu was alles anders: ik was nog ver verwijderd van mijn pensioen. Ik heb toen van mijn hobby – fotograferen en schrijven – alsnog mijn werk gemaakt. Maar wel vanuit een enorme vrijheid; ik zit niet meer in een keurslijf. Ik merk dat ik in deze levensfase ­alles intenser beleef omdat ik dingen meer koester. Als dertiger of veertiger vind je het logisch dat je vrienden hebt en midden in het leven staat. Als je ouder bent, zie je ook genoeg voorbeelden van hoe het anders kan. Mijn leven vult zich nu met klein geluk, gewoon in en om huis. Als op zomeravonden de schemering valt, zitten mijn vriendin en ik samen op een bankje in de tuin. Eerst ­komen de vleermuizen, daarna hoor je de kikkers. Het geritsel van een egeltje… dat is zó waardevol.

Ik vind het wel een plicht om voor anderen iets te blijven ­betekenen. Ik wandel met een dame in een rolstoel; ze woont in een zorgcentrum. En ik weet dat ik met mijn foto’s mensen blij maak. Ik heb geen kinderen, maar dit is mijn ­bijdrage aan de wereld: mooie foto’s die bij mensen aan de muur hangen.” 

Annemieke Bruintjes (72) uit Hilversum is gescheiden en heeft twee dochters van 37 jaar. Ze vindt deze levensfase vooral een tijd van ‘niets meer moeten’ en veel ­beter weten wie je bent en wat je wilt.

“Ik leerde mijzelf in de afgelopen jaren steeds beter kennen in de keuzes die ik maak. Eigenlijk weet ik altijd heel goed wat ik wil, maar toch deed ik het vaak niet. En daar denk ik nu beter over na: minder doorjakkeren en meer keuzes maken. Ik ben ouder en sneller moe. Wat wil ik echt? Ik accepteer bijvoorbeeld dat ik meer van kleine gezelschappen hou dan van grote groepen. Ik kom dan beter tot mijn  recht, want ik ben best wel verlegen. Als ik een uitnodiging voor een feest krijg, laat ik mijn gezicht even zien en ben daarna weer snel weg. Er zijn veel bezigheden die ik niet meer hoef te doen en dat vind ik heerlijk. Bevrijdend. Maar daar zijn grenzen aan. Gisteren belde mijn broer die in een rolstoel zit. ‘Kom je even? Kan je dan gelijk een boodschap voor me doen?’ Dan denk ik: ik heb er nu geen tijd voor en geen zin in, maar ik doe het natuurlijk wel, want hij is mijn broer.

Ook in vriendschappen ben ik eerlijker geworden. Er zijn vriendschappen die ik heb beëindigd, waar ik geen energie meer in wilde steken. En dat is heel akelig, want je doet de ander verdriet. Maar ik heb toch de knoop doorgehakt.”

Hoe wil je oud worden? Hoe wil je dat je toekomstige leven eruitziet? Hier vind je zes adviezen uit alle tijden: www.plusonline.nl/gelukkigouderworden