‘Laat je niet zomaar je huis uit praten’

Hans van der Knijff (53) bleef na een ongeluk met zijn gezin in zijn EIGEN HUIS wonen. ‘De meeste mensen zeiden dat ik beter kon verhuizen. Maar met hulp van mijn vrouw kon ik blijven.’

Ineens lag ik op de grond met mijn benen haaks gedraaid op mijn romp”, vertelt de nu 53-jarige Hans van der Knijff. Hij was net 28 jaar, getrouwd, vader van een dochter van 5 en een tweede op komst. Op een zaterdagmiddag stond hij te klussen op het dak van een schuurtje bij zijn 17de-eeuwse huis in Rijnsaterwoude. Hij viel er vanaf, waarna hij te horen kreeg dat hij de rest van zijn leven in een rolstoel zou zitten. Hans reageerde vol ongeloof en woede. Daarna kwam de revalidatie en het besef dat hij geen patiënt wilde zijn, maar een actieve vader en werknemer. Een half jaar later mocht hij weer naar huis. Maar ja, hoe kom je binnen in je rolstoel? Hoe ga je onder de douche? Hoe ga je naar bed? “Ik heb eerst maanden in de woonkamer geslapen. Een beetje kamperen in mijn eigen huis met heel veel hulp van mijn vrouw.

Goedbedoeld advies

De meeste mensen vertelden me dat ik beter kon verhuizen. Maar ik wilde per se hier blijven wonen.” Daarna kwamen nog meer goedbedoelde adviezen van deskundigen. Een keuken met een ‘hoog/laag-aanrecht’, speciale deurkrukken, trapliften en nog veel meer. Die oplossingen zijn niet altijd nodig, ontdekte Hans. Hij blijft nadenken over hoe híj wil wonen en hanteert als regel: gewoon als het kan, bijzonder als het moet.

Via de gemeente deed hij een beroep op wat nu de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is, maar stuitte op weerstand. Het kostte anderhalf jaar om ze te overtuigen van zijn plannen. Inmiddels woont hij al jaren tevreden met zijn vrouw – de kinderen zijn het huis uit – in het aangepaste huis, mét enorme tuin. Keurig bestraat. Er is een elektrische voordeur en binnen zijn brede deuren. “Met extra grepen, die zijn gewoon van de bouwmarkt.” Een keuken met een normaal aanrecht, de kasten eronder hebben schuifdeurtjes. En er is een extra lage gootsteen. “Makkelijk voor mij, en de kleinkinderen vinden het nu ook leuk.” Verder een aangepaste badkamer en een plateaulift zodat Hans met rolstoel en al naar boven kan. Alles bij elkaar kostten de aanpassingen tienduizenden euro’s. Het bleek goedkoper dan de plannen van de gemeente om te verhuizen naar een hoekhuis.

Handig hulp inkopen

Wie langer zelfstandig wil wonen heeft naast een geschikte woning ook zorg nodig. Voor verschoning, voor eventuele wondverpleging et cetera. Bij Hans gaat dat om meerdere uren verdeeld over de dag. Eerst liep de hulp via een thuiszorgorganisatie. Dat beviel slecht. “Ik wilde gewoon blijven werken, maar daarvoor had ik om half zes ’s ochtends iemand nodig. Kon niet”, vertelt Hans.
’s Avonds moest hij om half acht naar bed, want daarna kwam er geen hulp meer. “En het ergste: steeds andere gezichten. Ik heb een keer uitgerekend dat ik per maand ongeveer 25 verschillende hulpen heb gezien. Het verloop is hoog, dus in zes jaar tijd hebben er dan 1800 mensen aan je gezeten.” Uiteindelijk hoorde hij via via over een persoonsgebonden budget. Daarmee koop je hulp in bij zelfstandige zorgverleners. Dat kost per uur al snel een tientje minder dan via een organisatie en biedt de flexibiliteit die Hans zoekt. “Ik kan zelf bepalen wie er wanneer komt helpen. Dankzij zes hulpen kan ik nu fulltime werken en ben ik ook nog als vrijwilliger actief in allerlei besturen.” Hans raadt ouderen aan om ‘zich niet zomaar hun huis uit te laten praten’. “Ik hoor weleens dat mensen verhuizen omdat de tuin te veel onderhoud vraagt. Maar dat is toch ook op een andere manier op te lossen?”

Ook de woning aanpassen?

Wie een woningaanpassing, hulpmiddelen of extra zorg nodig heeft, krijgt te maken met verschillende regels en instanties. De ‘zorg’ is nu sterk in beweging (zie pagina 24) en schuift onder meer van de landelijke overheid naar de gemeente. De Wet maatschappelijke ondersteuning moet ervoor zorgen dat iedereen kan deelnemen aan de maatschappij en zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Het aanvragen van een vergoeding voor woningaanpassing verloopt meestal via het Wmo-loket. Voor thuiszorg is nu nog een indicatie nodig van het Centrum indicatiestelling zorg (www.ciz.nl). Vanaf 1 januari 2015 gaat dat veranderen en mogen wijkverpleegkundigen zelf een indicatie stellen. Sommige hulpmiddelen kunnen vergoed worden door de (aanvullende) zorgverzekering. Informeer daarnaar bij uw zorgverzekeraar. Op www.hulpmiddelenwijzer.nl vindt u een overzicht van het aanbod.

Persoonsgebonden budget

In plaats van zorg in natura via verschillende instanties te regelen, kunt u ook kiezen voor een persoonsgebonden budget. U krijgt dan geld om zelf hulp en voorzieningen te regelen. Het geld komt nu nog uit verschillende ‘potjes’: de Wmo (via gemeente) voor hulp bij het huishouden en voorzieningen, en uit de AWBZ (via CIZ) voor onder meer persoonlijke verzorging en verpleging. Het is de bedoeling dat dit naar de gemeente en de zorgverzekeraar gaat (zie ook pagina 24). Meer informatie vindt u op de website van Per Saldo, de belangenvereniging voor mensen met een persoonsgebonden budget, www.pgb.nl. Of bel 0900- 742 48 57 (€0,20 per minuut).

Er is veel te doen over ‘de zorg’ en dat betekent dat plannen snel kunnen veranderen. In ons zorgdossier www.plusonline.nl/zorg leest u altijd de laatste stand van zaken.

Bron(nen):