Families van nu: ‘Mijn moeder woont bij ons en is gelukkiger’

Steeds vaker kiezen volwassen kinderen ervoor om hun ouders in huis te nemen. Het scheelt reistijd, het is goedkoper en gezelliger. Maar het moet wél kunnen, natuurlijk.

Maurice Smit (50) is getrouwd met Willemien (50) en heeft twee zonen: Mathijs (20) en Julian (15). Hij liet in zijn tuin een mantelzorgwoning neerzetten voor zijn moeder Truus Smit-Druijf (78).

Maurice: “Drie jaar geleden overleed mijn vader. Mijn moeder verhuisde naar een dure zorgvilla, maar daar voelde ze zich niet thuis. Ze had weleens aangekaart of ze bij ons kon wonen; dat leek haar fijn en vertrouwd. Ik wilde graag dat ze waardig oud kon worden en ik merkte dat duurbetaald vertroeteld worden daar niet bij hielp. Sinds een half jaar woont ze nu in haar eigen mantelzorgwoning, die kant-en-klaar achter in de tuin is geplaatst. Van tevoren hebben we gezegd: ‘We komen niet poetsen of helpen met douchen.’ Dat betaalt ze voor een deel uit het persoonsgebonden budget (pgb). Soms tast mijn moeder de grenzen van ons gezelschap af. Zo heeft ze weleens gevraagd of ze zaterdagmorgen mee kon met boodschappen doen, maar dat is nou net het rondje van mijn vrouw en mij. Ik zeg dan dat ik ’s middags wel even met haar ga. Nu zie ik haar elke dag even, al is het maar voor een bakkie koffie. Ze is gelukkiger. Aandacht is veel belangrijker dan welke zorg ook.”

Truus: “Het is hier een klein paradijsje. Als ik uit mijn raam kijk, zie ik alleen maar leuke dingen. Zoals mijn opgroeiende kleinzonen die langslopen om hun fiets te pakken. En planten en bloemen, mijn grote hobby. Wat een verschil met het ­verzorgingshuis, waar ik steeds verdrie­tiger werd.”

Coen Germeraad (41) verbouwde een Drentse dorpsschool tot een ‘meergeneratiewoning’. Hij woont er samen met zijn vriendin Sabina Teune (36), drie zonen Stan (12), Wout (9) en Ted (half jaar) en met zijn ouders Hans (68) en Agnes (63).

Coen: “Tien jaar geleden kreeg mijn vader de diagnose parkinson. Toen ik mijn ouders voorstelde om bij ons te komen wonen, reageerden ze verrast en enthousiast. Als architect kon ik deze dorpsschool uit 1871 helemaal naar onze eigen woonwensen verbouwen. Mijn ouders wonen nu in een schoollokaal, met slaapruimte en keuken. Van tevoren hebben we afgesproken allebei onze eigen levens te houden. Wij hebben het druk met ons werk en de kinderen; mijn ouders hebben hun eigen hobby’s. Soms eten we samen, zij passen af en toe op de kinderen en wij helpen hen weer met andere dingen. Natuurlijk liepen we in het begin tegen kleine dingen aan. De kinderen stormden soms zonder kloppen binnen bij opa en oma of oma gaf ze vlak voor het eten een stroopwafel. Nu we er bijna vier jaar wonen, hebben we daar al doende van geleerd. Het voelt natuurlijk. En het gebouw leeft. Mijn ouders organiseerden onlangs een huiskamerconcert en het schoolfeest van mijn oudste uit groep acht vierden we in een van de lokalen.”

Hans: “Stilzwijgend ondersteunen we elkaar. Voor ons is het geruststellend dat er altijd iemand is met wie we even kunnen praten of die kan helpen met een klusje in huis. Evengoed houden we onze vrijheid en eigen levens.”

Debby Peters (37) uit Zunderdorp is getrouwd met Maikel (41) en woont op de boerderij met haar dochters Quinsy (10) en Steffie (7) en zoon Jordy (5). Op het erf woont haar moeder Bea Disseldorp (59).

Debby: “Mijn vader was de oudste van negen kinderen. Toen hij het boerenbedrijf van zijn vader overnam, is hij met zijn gezin in de boerderij getrokken en mijn opa en oma verhuisden naar de woning ernaast, op hetzelfde erf. En nu woon ik daar met mijn man en kinderen, terwijl mijn moeder nog steeds in de boerderij woont. Mijn vader is helaas drie jaar geleden overleden. Sindsdien is het voor mijn moeder nóg fijner dat ze niet alleen woont. We komen dagelijks bij elkaar over de vloer, zonder te kloppen, en dat is heel gezellig. Mijn moeder is voor ons een echt gezinslid. Onze kinderen zitten vaak ’s avonds bij haar een spelletje te spelen. Als mijn man en ik er niet zijn, is zij de oppas. Ze werkt ook mee op de boerderij: ze zorgt voor het onderhoud van het terrein, voedt de kalfjes en beheert de melktap waaruit mensen verse melk komen kopen. Op zaterdagochtend ontbijten we met z’n allen bij haar en in het weekend eten we ook meestal met elkaar. Voor een boerenfamilie als de onze is het allemaal heel vanzelfsprekend. Ik weet gewoon niet beter en ik zou ook niet anders willen.”

Bea: “Het geeft een veilig gevoel om met mijn dochter en haar gezin op één erf te zitten. Ik hoef niet bang te zijn te vereenzamen.”

Daniëlle (33) en Niels (38) Heesakkers uit Loosbroek lieten hun garage uitbreiden tot woning voor Daniëlles ouders Lia (60) en Bart (63) van Doremalen.

Daniëlle: “Mijn vader heeft dit huis zelf gebouwd. Mijn zusjes en ik zijn er geboren en opgegroeid. Daarom begreep ik het altijd goed als hij zei: ‘Dit huis zou in de familie moeten blijven.’ Dan ga ik het later kopen, dacht ik, en er met mijn eigen gezin in wonen. Later kwam daar het idee bij om mijn ouders er dan bij te nemen. Mijn vader zei vaak dat hij nooit in een verpleeghuis wilde. Als voormalig ziekenverzorgster snap ik dat. Mensen krijgen daar door tijdgebrek zo weinig aandacht. En het leek mij oergezellig, met z’n allen op één plek. Dus hebben we op een gegeven moment volgens de eisen van de gemeente de bestaande garage omgebouwd en uitgebreid tot een mantelzorgwoning. Of we regels hebben gesteld? Nooit aan gedacht. Bij ons kan alles, maar niets hoeft. Ook Niels loopt zonder kloppen bij mijn ouders naar binnen. We eten niet samen, behalve als het toevallig zo uitkomt. Er zijn dagen dat we elkaar niet zien. Binnenkort krijgen Niels en ik onze eerste baby. We vinden het nu allemaal vanzelfsprekend dat mijn ouders oppasopa en oma worden.”

Lia: “De zekerheid dat er voor ons gezorgd zal worden als het nodig is, geeft enorm veel rust. En het is natuurlijk een groot voorrecht om te kunnen blijven wonen bij het huis dat we zelf gebouwd hebben.”

Kijk voor meer informatie over mantelzorg op www.plusonline.nl/mantelzorg.

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine november 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):