‘Anderhalvemetersamenleving’ is Woord van het Jaar

Corona is een grote inspiratiebron voor het Woord van het Jaar. De winnaar is ‘anderhalvemetersamenleving’ geworden, zo maakte Dikke Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon op 14 december bekend in een tweet.

 Andere kandidaten voor de eretitel waren ‘hoestschaamte’, ‘lockdownfeestje’ en ‘covidioot’. Van de 12.000 stemmen op de website van Van Dale ging 30 procent naar ‘anderhalvemetersamenleving’. In Vlaanderen won ‘knuffelcontact’ (iemand buiten je gezin met wie je tijdens de coronacrisis nauw fysiek contact mag hebben).

De lijst van twintig genomineerde woorden bevatte ook pareltjes als ‘viruswappie’, ‘testsamenleving’ en ‘fabeltjesfuik’. Het laatste woord is een creatie van het satirische tv-programma ‘Zondag met Lubach’. Het duidt op de complottheorieën die op sociale media rondgaan, en waarvan je er steeds meer krijgt voorgeschoteld zodra je er interesse in hebt getoond. ‘Fabeltjesfuik’ behaalde de tweede plek met 11 procent van de stemmen en ‘viruswappie’ (een scheldwoord voor iemand die denkt dat corona een verzinsel is) de derde plek.

Het ‘Woord van het Jaar’ bestaat al sinds 2003 en wordt sinds 2007 door Van Dale georganiseerd. Er is ook een officiële Vlaamse versie. Vorig jaar won in Nederland ‘boomer’ (een oudere die alles beter denkt te weten) en in Vlaanderen ‘winkelhieren’ (kopen bij lokale winkels). In Amerika is het Woord van het Jaar al bekend, namelijk ‘pandemic’. Daar wordt het woord uitgeroepen door het woordenboek Merriam-Webster op basis van het grootste aantal zoekopdrachten.

Veel woorden die eerder zijn genomineerd voor Woord van het Jaar, zijn al lang en breed in ons dagelijkse taalgebruik binnengedrongen. Bijvoorbeeld gamen, spammen, klimaatneutraal en selfie. Maar andere woorden zijn in totale vergetelheid geraakt, zoals wilfen, zeilmeisje en occupyer. En wie weet nog wat de winnende woorden uit het verleden betekenen? Zoals tuigdorp (2011), swaffelen (2008) of bokitoproof (2007)?