Honden en katten vaker ingezet als proefdier

Het aantal dieren dat wordt gebruikt voor dierproeven is in een jaar tijd flink gestegen. Vooral honden en katten worden vaker ingezet. In 2016 werden er 656 honden en 89 katten ingezet. Een jaar later waren dat zelfs 909 honden en 200 katten. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

In Nederland werden in 2017 totaal 530.568 dierproeven gedaan. Dit zijn er ruim 80.000 meer dan het jaar ervoor. Bij onder meer universiteiten, ziekenhuizen en farmaceutische bedrijven werden dierproeven uitgevoerd.

Vooral muizen (205.993 in 2017) en ratten (91.537 in 2017) worden voor dierproeven gebruikt. De grootste toename ten opzichte van 2016 is te zien bij zebravissen, muizen, cavia’s en konijnen. Muizen en zebravissen worden vooral gebruikt voor kankeronderzoek.

Klein aantal overleeft dierproeven

Bijna 90 procent van alle dieren overleed tijdens de proef of werd na afloop gedood, blijkt uit cijfers van de NVWA. Bij ruim 50.000 dierproeven (10,5 procent) bleven de dieren in leven.

Minister Schouten van Landbouw blijft hopen dat er in de toekomst geen proefdieren meer nodig zullen zijn, maar dat is niet op korte termijn haalbaar. “Toch zal ook de komende jaren onderzoek op proefdieren nodig blijven tot er voldoende alternatieven zijn ontwikkeld en toegelaten.”

Bron(nen):
Trefwoorden: