Ik was erbij: de hel van '63

Hij ging de boeken in als de hel van ’63. De tocht van 18 januari 1963 was de zwaarste ooit. Van de 9294 toerrijders haalden er maar 69 de finish. Arie Kunst uit Grootebroek was een van die gelukkigen.

Ik startte rond zes uur ’s morgens met een groepje West-Friezen; vrienden en kennissen van de schaatsvereniging. De dag begon vredig. Het was nagenoeg windstil en er dwarrelde poolsneeuw uit de lucht. Vrij snel ben ik alleen verder gegaan, ze gingen me te langzaam. Na Hindeloopen werd de wind krachtiger en kreeg je meer last van de stuifsneeuw. Steeds maar weer vallen en opstaan.

Vanaf Workum via Parrega was één martelgang. Bij Parrega heb ik een stuk moeten lopen, schaatsen was bijna onmogelijk. Gelukkig had ik mijn leren klompsokken meegenomen!

Van Bartlehiem naar Oudkerk stond ons iets te wachten wat je niet voor mogelijk houdt. Harde wind tegen, sneeuwbanken en een zwarte nacht om bang van te worden. Ik maakte met twee andere schaatsers de afspraak om bij elkaar te blijven. Je zag helemaal niets: geen lichtje, geen boerderij. Valpartijen, gevolgd door gevloek en geschreeuw ‘wacht op mij!’ waren schering en inslag.

Doelloos doorploeteren was het. Af en toe raakten we in paniek. Want waar moesten we heen? Plotseling zagen we in de verte twee lichtjes opdoemen; twee agenten die ons tegemoet kwamen. Wat een opluchting! Nog even volhouden, werd ons meegedeeld. En inderdaad… het eind was in zicht.

Bij de finish in Leeuwarden was het doodstil. We werden onderworpen aan een medisch onderzoek en een bus bracht ons naar de hal waar we ons moesten afmelden. Ook daar was het verlaten: er was vóór ons pas één andere toerrijder binnengekomen.”

Met -18 door de mist
“We hadden geen trainingspak, de broekspijpen werden in de sokken gestopt en zo gingen wij op weg. Het was mistig en het vroor een graad of 18. Alles was berijpt. Het enige wat je hoorde, was het krassen van de schaatsen op het ijs. En af en toe een vloek van iemand die viel.”
Roel Hopman (74), Driehuis 

Bevroren verder schaatsen
“Op sommige plekken kwam er water omhoog door de diepe scheuren. Als je daar doorheen schaatste, bevroor het opspattende water razendsnel en om mijn beide schaatsen vormde zich een flinke klomp ijs.”
Teun Wanink (78), Schagerbrug

Bron(nen):
  • PlusMagazine

Reactie toevoegen