Altijd goed: Praten over koetjes en kalfjes

Prietpraat: reuzehandig bij stroeve ontmoetingen. Wie geen natuurlijk talent heeft om luchtige gesprekjes op gang te helpen, kan het leren. Maar wat is wel en geen geschikt gespreksonderwerp?

Kinderen kunnen het niet: over koetjes en kalfjes praten.
Ik herinner me dat ik als zesjarige na een telefoongesprek met mijn oma eens door mijn moeder werd gecorrigeerd: “Je moet wel wat meer praten, hoor! Je hebt het hele gesprek alleen maar ‘ja’ en ‘nee’ gezegd.” Zomaar in het wilde weg ergens over gaan praten is moeilijk voor een kind. Open vragen stellen kan helpen, maar dan nog zijn veel kinderen geneigd het bij eenlettergrepige antwoorden te houden: “Hoe vind je het op school?” “Leuk.”

Missing media-item.
Tieners bakken er nog steeds weinig van. Onderling met hun vrienden en vriendinnen bereikt het geklets grote hoogten, zoals elke middelbare-schoolleraar zal bevestigen, maar buiten hun vertrouwde kringetje vallen ze even hard stil als de eerste de beste achtjarige.
Alles waar een tiener gewoonlijk met vrienden over spreekt, lijkt irrelevant tegenover ieder ander.
Hij kan niets verzinnen wat belangwekkend genoeg schijnt om aan vage kennissen of onbekende gespreksgenoten mee te delen.

Ten onrechte denken tieners dat het onderwerp belangrijk is bij het voeren van een gesprek. In werkelijkheid doet de inhoud van een conversatie er nauwelijks toe vergeleken met het feit dát er een gesprek is. Als mensen met elkaar praten, is er sprake van een relatie, hoe tijdelijk en oppervlakkig ook, en die relatie is altijd belangrijker dan welke woorden er precies worden gewisseld.

Tieners zijn niet de enigen die aanhikken tegen een koetjes-en-kalfjes-gesprek. Ook veel volwassenen denken dat het gespreksonderwerp ertoe doet en breken zich het hoofd wat ze moeten zeggen ­tegen onbekenden op een receptie, tegen vage kennissen die ze ergens tegenkomen of tegen buren bij de bushalte.

Het antwoord op die vraag is simpel: anything goes!
In een situatie die om woorden vraagt omdat stommetje spelen gênant zou zijn, kun je werkelijk met alles voor de dag komen. Vanaf de standaard opmerking over het weer en het informeren naar elkaars welzijn (plus dat van de familie­leden) tot de actualiteit van de dag als het gesprek iets langer duurt. Small talk bij korte ontmoetingen heeft geen soortelijk gewicht. Het dient er uitsluitend toe om de relatie te bevestigen, dat wil zeggen de boodschap over te brengen dat men elkaar met welwillendheid tegemoet treedt. Het maakt dus niet uit waarover je begint te praten. Het ene woord zal vanzelf het andere uitlokken. En als het niet uitmaakt, hoef je je ook geen zorgen te maken.

“Ik heb geen talent voor small talk,” zeggen mensen weleens verontschuldigend, maar intussen met heimelijke trots. Want wie moeite zegt te hebben met oppervlakkige prietpraat, etaleert in dezelfde adem z’n eigen diepzinnigheid (waarvoor hij bij andere mensen niet snel gehoor zal vinden – denkt hij). Die anderen praten maar raak over hun vakantie, de soapsterretjes van de tv, hun zieke hond, de verbijsterende prestaties van hun kinderen; daar verveel je je toch dood bij? Dat hangt ervan af. In principe is geen onderwerp zo laag bij de grond of een geestig persoon kan er een amusante wending aan geven. En mensen die elkaar vinden op een marginale hobby als barbiepoppen verzamelen, kunnen ook een ­geweldig gesprek hebben.

Dat wil niet zeggen dat alles wat iedereen uitkraamt even interessant is. Vooral mensen die eindeloos over zichzelf uitweiden, wekken irritatie. Het probleem van over jezelf praten is dat het de ander weinig ruimte laat in zijn reactie. Houdt iemand een ­humorloze klaagzang over zijn eigen misère, dan moet de toehoorder opereren binnen de nauwe ­marge van instemming en medeleven, wat prima is voor vijf minuten, maar na een half uur empathisch meeknikken krijgt de gegijzelde toehoorder het ronduit benauwd. Roddelen daarentegen zorgt voor een veel levendiger sfeer, waarin gespreksgenoten ­relatief onbekommerd hun zegje kunnen doen.

Small talk wordt niet gevoerd op het scherp van de snede. Liefst blijft alles een beetje luchtig. Potentieel conflictueuze thema’s als religie en politiek komen daarom minder in aanmerking. Small talk op een feestje of receptie is een vriendelijk pingpongspel waarin persoonlijke belevenissen, meningen en vragen over elkaar heen buitelen, losjes aaneengesmeed door ieders vrije associaties. Wijsneuzige colleges geven is niet aan de orde; de gespreksonderwerpen moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Actualiteiten zijn altijd goed als springplank voor een iets breder gesprek.

Van oudsher stelt de etiquette restricties op te veel praten. Als de gretige praters af en toe eens een vraag aan een ander stellen in plaats van meedogenloos door te ratelen, maakt dat al ontzettend veel uit. Toch hebben zwijgzame types ook een verantwoordelijkheid om niet verbaal over zich heen te laten lopen. De ander onderbreken mag. Over iets anders beginnen mag ook. En ten slotte: weglopen en ergens anders gaan staan mag ook altijd. Het enige wat je hoeft te zeggen is: “Ik moet even verder, het was me een genoegen, tot ziens!”
Missing media-item.


Altijd goed om een gesprek te beginnen
  • Een opmerking over de situatie waarin men zich bevindt.
  • Waar kent u de gastheer/-vrouw van?
  • Wat voor werk doet u? Waar bent u mee bezig?
  • Woont u hier in de buurt?

Altijd goed om op door te borduren
  • Recente boeken, films en tv-gebeurtenissen.
  • Muziekvoorkeuren.
  • Kwesties uit de actualiteit.
  • Man/vrouw-verschillen.
  • De digitale generatie (oftewel: de jeugd van tegenwoordig).
  • Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? (in een gesprek met een stel).
  • Komt u uit een groot/klein gezin?

Beter van niet
  • Ik hoor dat u advocaat / arts / ICT-specialist bent. Ik heb een probleem mede erfscheiding in de tuin / last van hartkloppingen / een computer die raar doet. Misschien kunt u mij adviseren?
  • Wat is uw sterrenbeeld?
  • Kent u die mop van die twee jongens die naar Parijs gingen?
  • Ik wou dat ik ergens kon zitten, ik heb zo’n last van mijn eksterogen.
  • En waar komt u vandaan? (tegen iemand met een getint uiterlijk).
  • Hoe de skivakantie was? Dat is een lang verhaal. Het begon ermee dat…
  • Kijk uit! Die bitterballen zijn vreselijke dikmakers!
  • Ik zeg laatst nog tegen Paul de Leeuw, ik zeg: Paul…
  • Balkenende, Bos, Halsema: allemaal oplichters en zakkenvullers.


Beatrijs Ritsema is sociaal-psychologe, schrijfster en ­columniste. Ze schreef o.a. ‘Moderne manieren. Wegwijzers in het menselijk verkeer’. www.beatrijs.com

 

Auteur