Spijt is volkomen nutteloos

Hans van Manen (77) wil niet in het verleden leven en ook niet de wijze uil uithangen. Hij wil balletten blijven maken. Want er moet nog van alles komen.

"Vroeger was ik een brutaal Amsterdams straatschoffie. Door de oorlog ging ik op 11-jarige leeftijd al van school en had ik dus alle tijd om lol te maken met de buurkinderen die ook niet op school zaten. We deden alles wat verboden was. We stalen aardappelen, rukten bloembollen uit de perken op het Leidseplein, hakten boompjes om en zochten kolen in de schuilkelders bij het Vondelpark. Alleen maar om eten en vuur te hebben. Mijn moeder werkte en mijn vriendjes hadden ook allemaal werkende moeders. Dus we konden onze gang gaan. Een half uur voordat ze thuiskwamen, gingen we snel vegen en stoffen.

Alles was avontuur, ook al was ik dan zwaar ondervoed. Mijn vader was al overleden toen ik 7 was, aan tuberculose. Hij lag ziek in de voorkamer; wij leefden in de achterkamer en boven. Er bleef alleen een foto van hem over.
Bij ons thuis stond altijd de radio aan, vaak klassieke muziek. Als niemand keek, deed ik pasjes tussen de schuifdeuren en na afloop nam ik zogenaamd het applaus in ontvangst. Er was veel muziek in huis. Mijn moeder zong en speelde gitaar. Mijn vijf jaar oudere broer pikte het ook op; hij werd later jazz-pianist.

Theater was er nauwelijks in de oorlog; meer dan Snip en Snap heb ik niet gezien. Maar het interesseerde me wel. Ik deed boodschappen voor mensen in de omgeving van het Leidseplein, die bij het variété werkten. Dan ging ik langs als ze repeteerden. Op mijn 13de ging ik werken als grimeur en toneelkapper bij Herman Michels, onder meer in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Zo zat ik meteen in de toneelwereld. En door mijn moeder werd ik als een werkende volwassene beschouwd.

Ik wist al vroeg dat ik wilde dansen – en dat ik op mannen viel. Toen ik 15 was, werd ik gezien in het uitgaanscircuit en riep mijn moeder me op het matje. Het was een kort gesprek. “Ik heb gehoord dat je homoseksueel bent, is dat zo?” “Ja!” “O. En vind je dat erg?” “Nee!” “Gelukkig dan maar.” Meer niet. Vanaf dat moment had ik ook daarin volledige vrijheid.

Ik wilde dansen en zo kwam ik terecht bij het Balletrecital van Sonia Gaskell. Zij leidde me op. Maar de rol van prins in Het Zwanenmeer of Giselle was niets voor mij. Choreograferen vond ik veel interessanter! Ik was erg ambitieus, en dat is nooit meer over gegaan.

Mijn moeder heeft me nooit een strobreed in de weg gelegd en volgde mijn carrière altijd op de voet. Ze was mijn steunpunt. De dansers hielden van haar. Al mijn vriendjes kwamen bij haar op visite, ook als ik niets meer met ze had. Maar ik wilde nooit dat ze achter de coulissen kwam. Ik wilde geen balletmoeder, dat zijn vreselijke vrouwen!

*Nu kijk ik terug op een mooie carrière. Ik ben al meer dan vijftig jaar actief in de Nederlandse danswereld. In die halve eeuw heb ik, als choreograaf van tot dusver honderdvijftig werken, bijgedragen aan de bloei van het ballet in Nederland. Ik heb heel wat prijzen gekregen en dat is een grote eer. Maar belangrijker is dat die eerbewijzen de danskunst niveau geven. En niemand kan zien dat ik de vijfde klas van de lagere school niet eens heb afgemaakt. Eigenlijk vind ik dat ik mezelf buitengewoon goed heb opgevoed…

Vooral op visueel en muzikaal gebied ben ik nog steeds snel ontroerd. Niet omdat ik ouder word, dat heb ik altijd gehad. Veel ontroert me gewoon. Maar ik vermijd sentimentaliteit. Er hoeven niet altijd tranen aan te pas te komen. Dat geldt ook voor mijn werk. In mijn balletten haal ik zoveel mogelijk franje en verkeerde emotie weg. En in mijn persoonlijk leven vermijd ik ruzie, want dat is een nutteloze emotie en niet goed voor me. Het houdt me uit mijn slaap, heel vervelend. Als het dan toch eens gebeurt, wil ik het liefst zo snel mogelijk weer goedmaken.
Ik ben een gelukkig mens en heb weinig te klagen gehad, wat ook een vorm van geluk is. Ik mis niets, ook mijn vrienden die dood zijn niet. Ze zijn gewoon iedere dag bij me.

Het gaat uiteindelijk om de geluksmomenten en daar heeft het nooit aan ontbroken. In de eerste plaats is daar al 37 jaar lang mijn fantastische relatie met mijn partner Henk. Maar er zijn bijvoorbeeld ook de etentjes met mijn vrienden, want ik kook graag. Ze hebben altijd de bedoeling om rond elf uur weer weg te gaan, maar meestal moet ik om half twee ’s nachts een taxi voor ze bellen.

In mijn huidige levensfase voel ik me buitengewoon op mijn gemak. Mijn geheugen is nog goed. Dat is een zégen. Ik ken nog alle straatnamen en filmsterren van vroeger. Wie weet nog wie nog Greer Garson was? Wie kent trouwens tegenwoordig Anna Pavlova of Rudolf Nurejev nog? Bij de dansacademie denken ze dat het tennissers zijn.
En ik weet hoe ik met mijn lichaam om moet gaan. Ik drink elke dag een paar glazen wijn en soms rook ik, maar ik heb nooit ergens last van. Af en toe speelt mijn knie op, of mijn rug, en dan ga ik naar de fysiotherapeut. Krak, boem, en ik ben weer in helemaal orde.

Belangrijk is: kunnen ontspannen. En ik kan heel goed ontspannen, zeg maar: vreselijk lui zijn! Dan doe ik weinig meer dan lezen en televisie kijken, naar muziek luisteren, nadenken en me afvragen wat er morgen en overmorgen moet gebeuren. Soms leg ik briefjes neer om te overzien wat ik die dag allemaal moet doen. Dat heeft niets te maken met ouder worden hoor, dat heb ik altijd gedaan. En als iets niet per se hoeft, dan doe ik het niet.

Straks loop ik tegen de 80, maar ik vind niet dat het leven snel voorbij is gegaan. Daarvoor is er te veel gebeurd. Ik heb nergens spijt van. Spijt is volkomen nutteloos en geeft me het gevoel dat ik iets verkeerds heb gedaan. Ik zie ook niet op tegen de ouderdom. Het heeft ook z’n voordelen. Ik zie nu veel beter hoe de dingen in elkaar zitten dan toen ik jong was. En ik kan beter reageren. Ik ben ook iets geduldiger geworden, niet veel… maar zeker níet milder en wijzer. Ik heb een hekel aan ‘wijze’ mensen die het allemaal zo goed weten.

Ik sta er wel bij stil, dat de dood langzaam nadert. Je moet het ook praktisch bekijken. Dus ben ik begonnen met opruimen. Je hebt de verantwoordelijkheid dat alles voor elkaar is, anders zadel je je nabestaanden op met vervelende dingen. Er moet dus gezorgd worden voor het huis en mijn kunstcollectie. Mijn archief is al ondergebracht bij de Hans van Manen Stichting, die na mijn dood mijn werk moet koesteren. De rest moet vernietigd worden. Mijn testament is in orde. Ik moet alleen nog een euthanasieverklaring opstellen, want ik hoor zelf te kunnen bepalen hoe ik dood ga.

Maar zo ver ben ik nog niet hoor. Ik stop ook niet met werken. Daar zie ik geen enkele reden voor. Mijn wereld dreigt dus ook niet kleiner te worden. Er wordt nu gepraat over doorwerken na je 65ste. Maar voor kunstenaars is dat de gewoonste zaak van de wereld. Ik doe dat al twaalf jaar. Als ik geen balletten meer zou maken, zou ik uit mijn vel springen. Toekomst is ontdekken wat in het verleden goed was en daarop voortbouwen. Ik ben voortdurend in gesprek met mezelf over wat er nog moet komen."

 

Auteur