Politieke partijen beloven veel, maar wie gaat dat betalen?

Als het aan de politiek ligt, wordt er de komende jaren flink geïnvesteerd. Het zijn vooral de bedrijven én de toekomstige generaties die daarvoor de lasten moeten dragen. Dat blijkt uit de doorberekeningen die het Centraal Planbureau van een groot aantal verkiezingsprogramma’s heeft gemaakt.

Het laten doorrekenen van het verkiezingsprogramma is niet verplicht. Sommige partijen hebben er dan ook voor gekozen om hun plannen niet aan het CPB voor te leggen. De partijen die dat wel deden, zijn VVD, CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdA, ChristenUnie, SGP, DENK en 50PLUS.

Staatsschuld stijgt flink – vooral bij VVD en CDA
De staatsschuld gaat hoe dan ook stijgen, zo laten de CPB-berekeningen zien. Verrassend genoeg zijn het de VVD en het CDA waarbij dat het sterkst gebeurt. Zou het nieuwe kabinet al hun plannen uitvoeren, dan komt de Nederlandse staatsschuld zelfs boven de 60 procent van het bruto binnenlands product (het totaal van alle goederen en diensten die in ons land worden geproduceerd) uit. Die grens van 60 procent is belangrijk, omdat de Europese landen onderling hebben afgesproken dat de staatsschuld in principe onder die 60 procent moet blijven.

Lasten voor bedrijven en toekomstige generaties
Ook de andere partijen laten de staatsschuld oplopen, maar zij blijven wel net onder die grens van 60 procent hangen. Om te kunnen investeren, zoeken veel partijen geld bij het bedrijfsleven. Door bedrijven zwaarder te belasten, komt er geld beschikbaar om investeringen te doen en plannen te verwezenlijken. Hoe groot die lastenverzwaring voor bedrijven is, verschilt nogal: bij de VVD gaat het om 3,5 miljard euro, bij de PvdA om 42 miljard euro. Op de langere termijn draaien ook de toekomstige generaties op voor de hogere overheidsuitgaven.

Waar gaan het overheidsgeld naartoe?
Het CPB keek ook naar waar de verschillende politieke partijen het overheidsgeld aan willen uitgeven. De partijen GroenLinks, PvdA en D66 investeren het meest in onderwijs, terwijl de SP de overheidsportemonnee trekt voor hogere uitkeringen en de zorg. De VVD geeft het meest uit aan defensie en lastenverlichting. Het CDA maakt geen scherpe keuzes, maar hangt overal een beetje tussenin.

Economische groei
Door de overheidsuitgaven te verhogen, zal de economie gaan groeien, zo verwacht het CPB. De programma’s van de VVD, D66 en PvdA zorgen voor de sterkste groei: gemiddeld 1,9 procent in de komende kabinetsperiode. De christelijke partijen SGP en ChristenUnie houden de economische groei op 1,5 procent. Dat is net zoveel als wanneer de regering verder zou gaan met het huidige beleid.

Meer geld in de knip?
Het CPB heeft ook gekeken naar de gevolgen voor de koopkracht. Bij de SP houdt de burger er het meest aan over: hun plannen zorgen voor een koopkrachtstijging van 2 procent. Bij de PvdA is dat 1,8 procent, bij D66 1,2 procent. GroenLinks, DENK en 50PLUS creëren een stijging van 0,9 procent, VVD en ChristenUnie 0,6 procent, het CDA 0,4 procent. Zou de nieuwe regering het huidige beleid voortzetten, dan verwacht het CPB dat de koopkracht licht daalt.

Leefomgeving
Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft een aantal verkiezingsprogramma’s onder de loep genomen. Dit bureau bekeek de gevolgen van de plannen van CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdA en ChristenUnie voor onze leefomgeving. Onder andere de VVD heeft het verkiezingsprogramma niet door het PBL laten analyseren.

Woningtekort blijft
CDA, D66, GroenLinks, SP, PvdA en ChristenUnie beloven allemaal forse maatregelen om het enorme woningtekort op te lossen. Helaas, becijferde het PBL: dat gaat dus niet lukken. De plannen doen weinig anders dan aansluiten bij het huidige beleid. Het resultaat daarvan is volgens het PBL dat er aan het einde van de komende kabinetsperiode – in 2025 – nog steeds een tekort aan woningen zal zijn.

Klimaatdoelen
Het PBL keek ook naar de klimaatkeuzes van de verschillende partijen. De Europese Unie stelt stevige eisen aan het beperken van de CO2-uitstoot, in de hoop om zo de opwarming van de aarde te keren. Alle politieke partijen willen inderdaad de uitstoot van broeikasgassen terugdringen, zo staat in hun plannen te lezen. Volgens de berekeningen van het PBL lukt dat ten dele.

Minder broeikasgassen
D66 en GroenLinks zetten in op een reductie van 60 procent in 2030. Zouden hun plannen worden uitgevoerd, dan realiseren ze dat percentage ook. GroenLinks komt zelfs nog iets hoger uit: op 63 procent. Andere partijen willen de uitstoot met 55 procent verlagen, maar alleen de PvdA slaagt daar ook daadwerkelijk in. Voor de ChristenUnie zou de praktijk een verlaging van 52 procent opleveren, terwijl de plannen van de SP een verlaging van 53 opleveren. Het CDA komt niet verder dan 46 procent.

Water bij de wijn
De berekeningen van het CPB en het PBL gaan uit van een min of meer statische wereld. In de praktijk is het zo dat elke partij water bij de wijn zal moeten doen, simpelweg omdat Nederland een coalitieland is. Toch geven de doorrekeningen wel iets meer zicht op de keuzes die de verschillende partijen maken.