Geen kinderen? Verzamel vrienden om je heen

Getty Images

Plusredactrice Lenny Langerveld heeft geen kinderen en maakt zich zorgen over haar oude dag. Zal ze eenzamer zijn dan leeftijdgenoten met kinderen en kleinkinderen? En wat kan ze doen om dat te voorkomen?

Mijn man en ik hebben geen kinderen en geen kleinkinderen. Dat is lekker rustig en we hebben alle tijd van de wereld voor andere zaken. Maar soms krab ik me achter de oren: hoe zal het ons vergaan als we écht knoestig en stram zijn? Als met de rollator naar de supermarkt gaan al een uitdaging van formaat is geworden? 

Hoe voorkom ik dat we tegen die tijd samen zitten te verpieteren achter de geraniums? In gedachten ga ik de 80-plussers na die ik ken. Zijn degenen zonder kinderen eenzamer dan hun leeftijdgenoten mét kinderen? Mijn tante Nel die elke dag een van haar dochters over de vloer had. En daartegenover: mijn oude buurvrouw die zich staande houdt met haar piepkleine netwerkje van de kapper, de kerk en een zorgzame neef. Het verschil tussen hen is behoorlijk. 

Ook dr. Mioara Zoutewelle-Terovan ziet het beeld ­opdoemen van grotere eenzaamheid bij ­ouderen zonder kinderen. Dat is een ongemakkelijke conclusie die deze onderzoekster trok bij het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Voor mensen rond de 40 of 50 jaar zijn kinderen nog niet zo van invloed op het welbevinden, zegt Zoutewelle. Maar later wel: “Zeker vanaf de leeftijd van 80 hebben je kinderen een sterke invloed. Hoe meer zorg er nodig is, hoe belangrijker kinderen worden.”

Kwetsbaarder

Theo van Tilburg, professor sociologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, wrijft nog meer zout in de wonde. Mensen zonder ­kinderen hebben niet alleen een kleiner ­netwerk, maar ook een netwerk dat anders is opgebouwd, weet hij. Dat snap ik: wij hebben logischerwijs minder contacten door de generaties heen. Geen kinderen betekent ook: geen aanhang en vrienden.

Van Tilburg: “En daardoor zijn jij en je man kwetsbaarder. Jullie netwerk is niet alleen kleiner, maar het bestaat ook vooral uit leeftijdgenoten, en die kunnen uitvallen. Aan de andere kant: mensen vernieuwen hun netwerk. Tot op vrij hoge leeftijd zijn mensen in staat om nieuwe mensen in hun netwerk binnen te brengen. Dat zijn trouwens niet eens altijd nieuwe ­contacten, maar ook mensen die dan pas belangrijker worden.” 

In hetzelfde schuitje 

Variatie in je vriendenkring helpt dus om te voorkomen dat je er later helemaal alleen voor komt te staan. En ja, als je geen kinderen hebt, moet je uiteraard harder werken voor die vriendschap met jongeren. Van Tilburg pleit ervoor om die inspanning wél te plegen. Maar hij vindt ook dat je het daar niet bij moet laten. Hij adviseert: “Zoek soortgenoten. Leeftijdgenoten praten nu eenmaal graag over hun kinderen en kleinkinderen. Het is een belangrijk onderwerp voor hen. 

Zoek daarom ook ­gelijkgestemden: mensen in hetzelfde schuitje als jijzelf, voor wie de kinderen niet het centrum van de wereld zijn. De meeste vriendschappen zijn gebaat bij gelijkgestemdheid.” Wat een onverwacht advies. En makkelijk aan te voldoen. In onze vriendenkring zitten veel kinderlozen. We zoeken elkaar er niet op uit, maar weten elkaar blijkbaar toch goed te vinden. 

Andere levensdoelen

Onderzoekster Zoutewelle bevestigt: “Als je kinderloos bent, moet je op een andere manier een netwerk opbouwen. Dat doet men over het algemeen heel goed. Met buren, vrienden, familieleden. En heel veel mensen bouwen binnen de familie toch al ruimhartig relaties op met broers en zussen, neefjes en nichtjes. Ze investeren daar méér in en bouwen sterkere banden op dan degenen met kinderen. Dat kan een soort vervanging worden, al blijft het altijd minder bevredigend.” 

De band tussen een ouder en een kind is sterk en vanzelfsprekend. En kinderen en kleinkinderen zijn een vorm van levensvervulling die wij niet hebben. Het is niet anders. Wij bedachten andere levensdoelen en dragen vooral onze neefjes en nichtjes op handen. 

Goed voorbereid

Scheelt het misschien dat wij niet beter weten? Mijn man en ik zijn het gewend om onze eigen boontjes te doppen. We hebben het altijd druk en stappen overal op af. Jan Latten, hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam, bevestigt dit: “Dat wat je je hele leven al gedaan hebt, gaat er niet meer uit. Het vormt je. Je bent het gewend om je in het openbare leven te bewegen en contacten te leggen. Dat neem je de rest van je leven mee.”

Hoogleraar Pearl Dijkstra ziet door vergrijzing en de kleinere gezinnen van tegenwoordig een nieuwe groep kinderlozen ontstaan: ouders die hun kinderen overleven. De dochter van Rebecca de Winter (54) overleed op 16-jarige leeftijd. De Winter paste zich noodgedwongen aan de nieuwe situatie aan: “Ik ben nu een stoere tante van een aantal neven in verschillende leeftijden, en ook leuk is dat de dochters van een goede vriendin mij wel zien zitten als de hippe oma van toekomstige kinderen. Want ook al komen er geen kleinkinderen via mijn overleden dochter, kinderen zijn de moeite waard om te volgen en mee in gesprek te gaan.” 

Buurt is belangrijk

Actief blijven, nieuwe mensen ontmoeten, vriendschappen koesteren. De boodschap is duidelijk en in die zin doen wij het best wel goed. Contacten tussen de generaties kun je ook afdwingen met de plek waar je woont, vindt Jan Latten. Hij pleit voor woonomgevingen waar ontmoetingen plaats kunnen vinden tussen jong en oud zoals in de nieuwe woontoren aan het IJ in Amsterdam: ‘Friends Wonen’.

Van seniorenwoningen houdt Latten niet. Hij vindt de mix van generaties juist een pluspunt en ook dat er mogelijkheden zijn voor contact, zoals een gemeenschappelijke tuin. Maar dat heeft alleen kans van slagen als mensen enigszins gelijkheid vertonen in opleiding, inkomen of leefstijl. Bijvoorbeeld: mensen die duurzaamheid en zorg voor het milieu hoog in het vaandel hebben en elkaar treffen in een project om energieneutraal te wonen. Latten: “En wat het mixen van generaties betreft: vijftigers en tachtigers is óók gemengd. Je hoeft echt niet per se met twintigers in de studentenflat te gaan wonen.” 

Heel ingewikkeld hoeft dit allemaal niet te zijn, vindt Latten. “Zorg om te beginnen voor contacten in de buurt. Van de bewoners die weinig contact hebben met de buren, is 69 procent tevreden met het leven. Die tevredenheid stijgt enorm wanneer buurtbewoners met elkaar omgaan, elkaar helpen, zich thuis voelen in hun buurt. Van deze bewoners is 97 procent tevreden met het leven. En vergeet niet: na je pensioen worden buren steeds belangrijker. Je bent ­vaker alleen, minder mobiel. Je ­buren moeten je vrienden worden.”

Voorsorteren of niet?

Pluslezeres Fee Klinkenberg denkt daar anders over: “Als het te stil wordt om mij heen, ga ik in een seniorenappartement wonen. Dan heb je altijd aanspraak.” En Pluslezeres Jeannette Schoone (67) woont naar volle tevredenheid in een woongemeenschap voor vijftigplussers in Zaandam met ongeveer honderd bewoners. “We hebben tuinen, een keuken waar voor groepen wordt ­gekookt, een hobbyruimte met gereedschap en een bibliotheek. Er is een activiteitencommissie en elke avond is er wel iets te doen. Klaverjassen, sjoelen, biljarten, handwerken, ­linedance en noem maar op.”

Getty Images
 

En wat mijzelf betreft? Om ons heen komen de zestigers in actie. Er zijn vrienden die met elkaar een huis willen kopen, anderen zijn juist bezig om hun oude ouders dichterbij te halen. Mijn man en ik wonen in een straat met veel jonge gezinnen, die vanwege de kleine huizen altijd weer verhuizen na de tweede baby. ­Diverse malen zagen we dierbare buurtjes op die manier in een verhuiswagen aan de horizon verdwijnen. Blijven we? Of willen we in de buurt van familie of vrienden gaan wonen? Seniorenappartement, serviceflat of woongroep? Geen idee. Moeten we dat nu al weten? We zijn nog geen 60. ­Demograaf Jan Latten vindt van niet. Hij is geen fan van ‘voorsorteren’.

Latten (66): “Ik heb daar moeite mee. Voorsorteren op iets dat komen gaat. Dat is een rationeel besluit en we zijn nu eenmaal niet altijd rationeel. ­Zolang ik kan traplopen, doe ik dat. En zolang ik geniet van mijn tuin, doe ik dat. Het is misschien niet verstandig, ik weet het. Maar ik vertik het om eerder in actie te komen.” Tsja. Als hij het zegt... Dan zien we wel waar het schip strandt. Al ga ik stiekem toch alvast nadenken: waar wil ik ­wonen en bij wie wil ik in de buurt zijn, later als de jaren gaan tellen?

Myrna (59) koos er bewust voor om zonder kinderen te leven. Lees erover op www.plusonline.nl/myrna

Auteur 
  • Lenny Langerveld
Bron 
  • Plus Magazine