Bevrijding '45: 'De foxtrot dansen met mijn vader' en andere verhalen

Weinig zomers waren zo indrukwekkend als die van 1945. Zweeds wittebrood en bevrijdingsfeesten, maar ook: zoektochten naar familieleden. Pluslezers vertellen over hún zomer van ’45.

Hadden we ineens pleegouders in Den Hulst

In februari ’45 werden kinderen uit Utrecht onder­gebracht bij gezinnen op het platteland. Mijn broertje Roedie en ik zouden naar Smilde gaan; daar was een adres voor ons geregeld. Maar in de chaos bij het vertrek zijn we in een verkeerde vracht­wagen terechtgekomen. In plaats van in Drenthe kwamen we aan in Den Hulst, in Overijssel. Uiteindelijk werd daar voor ons een gezin gevonden bij wie we goed verzorgd werden. Onze ouders wisten niet beter of we zaten in Smilde.

Communicatie in de vorm van telefoon of post was er helemaal niet. Na ruim vier maanden, op 27 juni – precies op mijn 13de verjaardag – werden we weer teruggebracht naar Utrecht. Daarvan hadden onze ouders ook geen bericht ontvangen. Dus kwamen we, geheel onverwacht, ineens vrolijk door de achterdeur binnenstappen. Mijn verjaardag in die zomer zal ik nooit vergeten! Alie Lips-Bosman (79), Assen

Ik leerde de foxtrot dansen met mijn vader

Ik stond bij onze school, net 9 jaar, toen ik opeens allemaal Duitsers in auto’s zag wegvluchten. En wat een feest hadden we daarna! Waar al het feestspul vandaan kwam… Hoedjes, vlaggetjes, toeters, sjerpen, oranje linten voor in je haar, van alles. We verkleedden ons allemaal en er werden buurtverenigingen opgericht. ‘De eenheid’ heette de onze. Kinderspelen, ’s avonds dansen op straat. Wat een saamhorigheid! Ik leerde de foxtrot dansen, samen met mijn vader. Als ik eraan denk, word ik weer week. In de dagen die volgden, gebeurden er ook dingen die achteraf niet zo leuk waren. Meisjes en vrouwen die met de Duitsers hadden geheuld werden uit hun huizen gesleurd en kaalgeknipt. Ze werden op een open kar gezet, moesten met hun armen omhoog staan en werden als vee door de straten gereden. Henny van IJperen (76), Hellevoetsluis

De Canadezen flirtten en gaven me extra chocola

Op Bevrijdingsdag stond ik voor het raam van de woonkamer toen ik allemaal poppetjes van de Maastunnel naar beneden zag vallen. Ik riep mijn vader, die me snel wegtrok. Die ‘poppetjes’ waren verzetslieden; ze werden door de Duitsers van de muur geschoten. Maar dat vertelde mijn vader me niet. Ik was 13 en in die tijd kreeg je als kind nooit wat te horen. Kort daarna reden de Canadezen met hun legerwagens door de straat.

Ze gooiden chocola en sigaretten

naar ons. Ik leek ouder dan ik was, er werd heel wat met me geflirt. Ik kreeg ook extra chocola. Wat er in het Engels allemaal naar me werd geroepen, verstond ik niet. Ik lachte en verzamelde maar, en kon zo thuis het lekkers delen met mijn jongere zusje. Overal werden bevrijdingsfeesten georganiseerd, we waren hele dagen aan het feesten. Het was een roes waar iedereen in leefde. We waren bevrijd en hoefden geen honger meer te lijden. Annie Ras (79), Hoogvliet

Ik had weer een vader!

Mijn vader was zeeman. Hij voer op 13 mei 1940 vanuit Amsterdam zeewaarts, het was het laatste schip dat uit ­Nederland vertrok nadat de Duitsers ons land ­binnenvielen. Levensgevaarlijk, want ze voeren dwars door mijnen­velden. Ik was toen 11. Hij is ongedeerd gebleven, maar mijn oudste broer is in 1942 omgekomen op zee. De vrede werd getekend in mei 1945, maar pas in augustus kwam de burgemeester van ons dorp ons vertellen dat mijn vader de volgende dag thuis zou komen. De thuiskomst was natuurlijk euforisch; ik had weer een vader! In juni van dit jaar word ik 79, maar zolang als ik leef zal ik deze herinnering houden. Alie Lublink-Hummel (79), Gorredijk

Geen onderbroeken meer van meelzakken

Door de Hongerwinter was ik sterk vermagerd, ik woog op mijn 8ste verjaardag nog maar 25 kilo. Mijn gezondheid was zo slecht dat ik met het Rode Kruis naar Zweden mocht. We vertrokken vanaf het plein voor het stadion van Feyenoord, in Deense trucks met opleggers waarvan de vloer was bedekt met stro. Na een lange reis door het verwoeste Duitsland en een overtocht per boot kwamen we in een kasteel in de Zweedse plaats Landskrona terecht. Hier werden we in het nieuw gestoken. Onder- en bovenkleding, een nieuwe jas en… splinter­nieuwe winterschoenen! Ik was de koning te rijk, vooral omdat ik in onderbroeken liep die door mijn moeder van meelzakken waren gemaakt. Na een nieuwe treinreis werd ik in ­Norrköping liefdevol ontvangen door mijn nieuwe ‘ouders’, die mij ruim zeven maanden in hun hart zouden sluiten. De bevrijdingszomer heeft mijn leven in alle opzichten verrijkt. Cor Donker (74), Ridderkerk

Allemaal kregen we Zweeds wittebrood met boter

(Uit het dagboek van 6 mei 1945) “Toen we vrijdagavond 4 mei hoorden dat Nederland was bevrijd, was dat heel vreemd en onwennig. We mochten even op straat kijken. De hele tijd geroep, geren en gedraaf van mensen. Toen gingen een paar grote meisjes en een jongen naar de drukte, ze waren daar al aan het hossen. Nou, wij er ook heen. Een heleboel zingende en pratende mensen. Schreeuwen, juichen, een mevrouw deelde rood-wit-blauwe vlaggetjes uit. Iemand stak een soort Bengaals vuur aan, daar kwamen natuurlijk nog meer mensen op af.

Hele rijen jongens en meisjes hosten ertussendoor. Gezang, ook het Wilhelmus. Verderop hadden ze een groot vuur van houtwol ontstoken. Thuis maakten we de carbidlamp aan. Mama maakte voor ieder een gewone boterham met boter en het laatste blikje sardientjes, én een Zweedse boterham met boter.

Van papa kregen we ieder een theelepel van het laatste blikje – ter ere van de bevrijding opengemaakte – gecondenseerde gesuikerde volle melk. Om één uur naar bed.” Alexander Monachimoff (84), Wageningen

Bron(nen):
  • Plus Magazine