Fiscus let op 2de huis en spaargeld

Ieder jaar houdt de fiscus een deel van de aangifte extra kritisch tegen het licht. Ditmaal, bij de aangifte over 2007, is dat box 3. U bent gewaarschuwd.
LET OP: Dit artikel is onderdeel van de belastingspecial 2008. De informatie kan verouderd zijn. Voor de actuele belastingspecial 2012 kunt u hier klikken.

Box 3

Dat is de box waarin u uw spaar­tegoeden, beleggingen en een eventuele tweede woning opgeeft.

De fiscus zoekt onder andere naar tweede huizen in binnen- of buitenland, bank­tegoeden, spaargeld en kapitaalverzekeringen die niet gekoppeld zijn aan uw eerste woning. Dat doet de fiscus onder meer via het kadaster, banken, beleggingsmaatschappijen en verzekeraars. Voor het opsporen van belastingplichtigen die hun vakantiehuis of spaargeld in het buitenland niet of te laag opgeven, heeft de Belastingdienst binnen Europa afspraken gemaakt met collega-diensten.

Uitgebreide informatie over welke vermogensbestand­delen precies in box 3 vallen, vindt u op de website van de Belastingdienst: www.belastingdienst.nl.

Zo berekent u vermogen
Bezit u een tweede woning in binnen- of buitenland, dan moet u daarvan de marktwaarde opgeven. Van banktegoeden, aandelen, spaargeld enzovoorts geeft u de werkelijke waarde op.

Het gaat telkens om de gemiddelde waarde over een jaar. Die berekent u als volgt: neem de waarde die uw bezittingen hadden op 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet, én de waarde op 31 december van datzelfde jaar.
Deze waarden telt u bij elkaar op en deelt ze door twee. Dit noemt de fiscus de ‘rendementsgrondslag’.

De Belastingdienst gaat er van uit dat u per jaar 4 procent rendement behaalt op uw vermogen. Of het rendement in werkelijkheid lager of hoger is, doet er niet toe. Over die 4 procent betaalt u 30 procent belasting. Daarmee betaalt u over uw vermogen in box 3 dus 1,2 procent belasting per jaar.
Huurinkomsten (als u uw tweede woning verhuurt) of rente die u werkelijk hebt ontvangen, hoeft u niet op te geven. Het gaat puur om de waarde van uw bezittingen. Goed om te weten: schulden mag u van uw vermogen aftrekken.

Onbelast vermogen
U hoeft pas aangifte te doen in box 3 als uw vermogen hoger is dan €20.014. Tot dit bedrag is uw vermogen ‘heffingvrij’. Bezit u meer dan €20.014? Dan hoeft u alleen het deel boven de vrijstelling op te geven. U trekt dus altijd €20.014 van uw vermogen af. Dit heffingvrije bedrag geldt per persoon.
Fiscale partners kunnen hun heffingvrije vermogen aan elkaar overdragen. Overdracht kan handig zijn als de ene partner (veel) meer vermogen heeft dan de ander.

Als u 65 jaar of ouder bent, geldt mogelijk een hoger heffingvrij vermogen, van­wege de ‘ouderentoeslag’.

Ouderen-toeslag
U hebt recht op de ouderentoeslag als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
• U was op 31 december 2007 65 jaar of ouder.
• Uw vermogen was niet hoger dan €264.848. Als u heel 2007 een fiscale partner had, mag het vermogen van u en uw partner samen niet hoger zijn dan €529.696.
• Bovendien mag het inkomen niet hoger zijn dan €18.836 per jaar om voor een (gedeeltelijke) ouderentoeslag in aanmerking te komen.
De ouderentoeslag is (afhankelijk van het inkomen) €13.247 of €26.494. Dit bedrag wordt opgeteld bij het heffingvrij vermogen.

Lees ook

Trefwoorden: