De tuin groeit mij boven het hoofd. Wat nu?

Vraag het aan Romke

Getty Images

Elke maand een lezersvraag over tuinieren en handige tuintips. Deze maand: hoe blijf je overeind als jijzelf en de tuin een dagje ouder worden?

Denk niet: ik ben nog lang niet ­zover. Of: we zien wel waar het schip strandt. Want voor iedereen zal ooit het moment komen waarin het werk in de tuin steeds zwaarder valt. Het is een ­sluipend proces, maar je kunt er maar beter op voorbereid zijn. Wat doe je als het tuinwerk je boven het hoofd groeit?

Je kunt de tuin verharden, met straatstenen of tegels. Dan krijg je een parkeerplaats. En het zit er dik in dat het verharden van de tuin straks bij gemeenteverordening verboden gaat worden. Want hoe meer verharding, hoe ­vaker de straat na een hoosbui onder water zal staan. Je kunt de tuin vol laten storten met steenslag. Dan krijg je een kattenbak. Het water kan weg, dat wel, maar mooi is anders en bijen en vlinders zul je in je ­kattenbak niet aantreffen.

Het alternatief is een tweesporen­beleid: het tuinwerk én de tuin zelf ­vereenvoudigen. Laten we beginnen met dat werk. In ­iedere tuin groeit onkruid. Dat betekent wieden. Wieden doe je het best op je knieën, want dat spaart je rug. Maar niet je knieën. ­Investeer in een zacht knielkussen, of liever nog: koop er twee. Dan hoef je nooit overeind te komen om dat kussen te verleggen. Je schuift eenvoudigweg door naar het tweede kussen.

Wat als je te krakkemikkig bent om te ­knielen? Dan koop je een eenvoudig zitbankje van waaraf je het wiedwerk doet. En gaat ook dat niet meer, dan kun je ­investeren in een tuin met verhoogde bedden zodat je zelfs staand kunt tuinieren. Zo geef je een nieuwe betekenis aan het woord ‘seniorenbed’. Een verhoogd bed kun je laten bouwen van bielzen, maar metselen is wel zo stevig. Ook tuinieren op een speciale tafel is mogelijk. 

Grasmaaien is geestdodend en ­vermoeiend. Dat verklaart de onstuimige opmars van de robotmaaier – zo’n mechanische schildpad die zelfstandig het gazon maait. Niet goedkoop, zo’n robot, maar een uitkomst voor wie het maaien beu is. Pas wel op met kinderen en zet het ding ’s avonds uit om te voorkomen dat een rondscharrelende egel het slachtoffer wordt.

Nog leuker is het om het gazon helemaal niet meer te maaien, maar er gras te ­laten groeien. Plant het vol met krokussen, narcissen, vrouwenmantel, pimpernel en ooievaarsbek en schep op die manier een romantische bloemenweide. Zaai er wilde margrieten in. En ratelaar. Ratelaar is een plantje dat op de wortels van gras ­parasiteert, waardoor de groeikracht van dat gras met de helft afneemt. 

Een bloemenweide maken berust op het principe van omgekeerd ­tuinieren. Waar je in de klassieke border de grond ­bemest om de planten goed te laten ­groeien, ­probeer je in een bloemenwei juist het gras zo snel mogelijk te verarmen, waardoor meer ruimte voor wilde bloemen ontstaat. Om dat gras te verarmen moet het op een gegeven moment worden gemaaid. Als de meeste bloemen zijn uitgebloeid en het gras bruin wordt, in juli of augustus, is het tijd om te maaien. Dat is zwaar werk, ik zou het door een hovenier laten doen. Die heeft speciale maaimachines voor lang gras en is in een ommezien klaar.

Het ­gemaaide gras kun je in een hoek van de tuin ­optasten. In de winter gebruik je het om vorstgevoelige planten af te dekken, en als het na een paar jaar verteerd is, gebruik je het als compost. Als je de hooiberg nat maakt en er na iedere laag gras flink wat kalk op strooit, versnel je het verterings­proces. Ik besef dat ik de ­creatie van een bloemenwei versimpeld voorstel. Als je op problemen stuit en ­bijvoorbeeld een veld brandnetels krijgt in plaats van een wei vol wilde bloemen, kun je altijd raad vragen via het contactformulier op mijn website.

De ene haag groeit snel en moet vaak gesnoeid worden, de andere groeit langzaam en is daardoor meer geschikt voor de arbeidluwe tuin. Liguster knip je vijf keer per seizoen, taxus maar eenmaal per jaar. Kies dus een langzaam groeiende haag. En vermijd in ieder geval buxus. Met buxus ben je te veel tijd kwijt aan het bestrijden van schimmels en buxusmotten.

Vergeet ook de heesters niet. Ze vragen veel minder ­onderhoud dan vaste ­planten. Daarnaast is een ­heesterborder vaak ­interessanter dan de vaste plantenborder, ­vanwege de verschillen in groeivorm en hoogte. Bovendien worden heesters niet verstikt door onkruid. In andere landen wordt zevenblad – bij ons een gevreesd ­onkruid – als bodembedekker in heesterborders gebruikt. En ze hebben ­gelijk: er komt geen onkruid doorheen.

Er zijn meer effectieve bodem-bedekkers, zoals maagdenpalm (die ook nog ’s winters groen blijft), Geranium macrorrhizum (een ooievaarsbek in wit, roze of paars die snel een dichte bedekking vormt) en de elfenbloem ­Epi­medium (die al in april bloeit met tere witte, gele of paarse mini-akeleitjes). Sommige soorten ­Epimedium blijven ’s winters groen.

In plaats van een border zou je ook nog een vijver kunnen aanleggen. Wat mensen vaak over het hoofd zien, is dat het ­onderhouden van een vijver veel minder tijd vraagt dan het wieden van een border. Helemaal ­zonder onderhoud is een vijver niet, maar het werk beperkt zich tot één grote beurt in het voorjaar. En tot het spannen van een net om in de herfst vallend blad op te vangen. Maar bedenk wel: vijvers en kleine kinderen is een riskante combinatie.

Auteur 
  • Romke van de Kaa
Bron 
  • Plus Magazine