6 tips voor het beste vogelhuisje

Je zou het misschien niet zeggen, maar het najaar is een erg geschikt moment om met vogelhuisjes aan de slag te gaan. Vogels willen graag voor het broedseizoen de mogelijke locaties al bekijken en dat zou zomaar jouw vogelhuisje kunnen worden. Met deze tips is jouw vogelhuisje klaar voor nieuwe huurders.

Kies een rustige locatie

Veiligheid en rust staat voorop als het om de locatie van een vogelhuisje gaat. Ze moeten de ruimte hebben om zich te nestelen op een plek waar geen katten kunnen komen. Vermijd ook plekken waar je zelf zit, bijvoorbeeld boven een zithoek in de tuin. 

Plaats de ‘voordeur’ naar het noordoosten

De zogenoemde invliegopening kun je het beste naar het noordoosten richten, zodat de vogels beschermd worden tegen de wind en de volle zon. Hang je het huisje op het zuiden, dan wordt het veel te warm. 

Zorg voor een goede bereikbaarheid

Overhangende takken, bladeren of andere dingen die de ruimte beperken kun je het beste weghalen. Hoe vrijer de route die de vogels vliegen, hoe beter. 

Zorg voor stevigheid

Een bewegend huisje is voor niemand fijn, dus zorg ervoor dat je het huisje goed vastmaakt. Kijk ook even of er niet te veel wind tegenaan waait. 

Maak het huisje jaarlijks schoon

Haal je huisje ieder najaar even van de muur of uit de boom om hem schoon te maken. Dan kun je doen met kokend water en een borstel (en misschien met handschoenen, want het kan behoorlijk vies worden). 

Meerdere huisjes? Zorg voor afstand

Vogels van verschillende soorten wonen liever niet te dicht bij elkaar. Laat ongeveer 3 meter tussen de huisjes. Vogels van dezelfde soort wonen graag wat verder uit elkaar: zo’n 10 meter. Er zijn ook uitzonderingen: spreeuwen, mussen en zwaluwen wonen juist graag in groepen en die huisjes kun je dus naast elkaar hangen. 

Kijk voor meer informatie en tips over vogelhuisjes, hoe je ze maakt en wat je allemaal nog meer kan doen om vogels aan te trekken op onze zustersite Landleven.

Bron: Libelle.nl