Vaarwel gazon, hallo bloemenwei

Een mooie tuin en tegelijkertijd insecten, vogels en bodemleven helpen? Laat de teugels vieren, adviseert Romke van de Kaa. Minder werk, meer plezier en een oase voor alles wat leeft.

Sommige tuindieren worden ­bestreden met zwaar ­geschut. Romke vertelt waarom zelfs de mol nuttig is.

Tuinieren zou een feest moeten zijn, maar toch komt het steeds vaker voor dat de tuin als een last wordt ervaren. Dat kan gebeuren als je ouder wordt of wanneer je als oppasoma of -opa steeds minder tijd aan de tuin kunt besteden. Ook e-mail, Twitter, Facebook en andere internetactiviteiten vreten tijd.

En nu wordt RoundUp, the gardener’s little helper, straks ook al verboden. ­Jarenlang verkeerden we in de waan dat RoundUp geen kwaad kon, totdat ons alarmerende berichten bereikten over grote sterfte van kikkers en salamanders door uitspoeling van RoundUp in het ­oppervlaktewater. Toen sloeg de twijfel toe. Heden de kikker, morgen wij?

Het roer moet om. We kunnen niet ­doorgaan met tuinieren zoals we dat ­deden in de vorige eeuw. Alles om ons heen verandert in een razend tempo en de tuin kan niet stil blijven staan. Als we niet willen dat de tuin van lust tot last wordt, zullen we op een andere ­manier moeten gaan tuinieren.

Hapje uit de hosta

Er zijn een paar dingen die we kunnen veranderen. Zoals wat minder ­hysterisch reageren op insecten die een hapje ­nemen uit het blad van onze tuinplanten. Kunnen we nu werkelijk niet gelukkig zijn zonder ongeschonden hosta’s? We hebben de mond vol over bio­diversiteit, maar liever niet in onze achtertuin. Het wordt tijd dat onze ­mentaliteit verandert en dat we vrede sluiten met de dieren die onze tuin ­bezoeken. We zouden ­vereerd moeten zijn met hun aanwezigheid. ­Ophouden met chemische oorlogvoering spaart tijd en geld.

Deze tijd vraagt om een andere aanpak en je ziet dan ook dat de ­belangstelling voor nieuwe en vooral minder arbeids­intensieve stijlen van tuinieren toeneemt. Ons ideaal is niet langer een glad­geschoren gazon. En onze ideeën over wat onkruid is en wat niet staan op de helling. Paardenbloemen en madeliefjes bloeien op ooit egaalgroene grasvelden. Prairietuinen en bloemenweides zijn ­razend populair. Wie met buigzame geest tuiniert, de planten het werk laat doen en zelf af en toe alleen maar bijstuurt, zal ­ervaren dat ook de kleinste tuin ­ongekend avontuurlijk kan zijn. 

Zee van wilde bloemen

Wat let ons om het gazon in een bloemen­wei om te toveren? We hoeven er niets voor te doen en er alleen maar iets voor te laten: ophouden met maaien. Binnen het jaar is je grasveld een zee van wilde bloemen.

Wat voor planten komen voor een bloemenwei in aanmerking? In de ­eerste plaats bloembollen, sneeuwklokjes, kievitsbloemen en narcissen op redelijk vochtige grond. En krokussen, bostulpen en sieruien op drogere grond. Blauwe druifjes en sneeuwroem doen het praktisch overal.

Vaste planten komen vaak aanwaaien als ze in de buurt groeien, maar als er weinig wilde bloemen in de omgeving bloeien, is het geen slecht idee om de planten een handje te helpen. Dat kan op twee manieren: door jonge planten in het gras te poten en door zaad uit te strooien. Zaad strooien kost de minste moeite, maar je moet soms tamelijk lang op het resultaat wachten. Planten gaat sneller.

Veel vaste planten groeien van nature in gras: ooievaarsbek, ­vrouwenmantel, ­pimpernel en zeeuws knoopje zijn ­allemaal graslandplanten. Ze groeien in ouderwets hooiland en zijn het gewend om eind juni gemaaid te worden. Zonder maaien zouden ze zelfs verdwijnen. Want de bloemenwei vergt dan wel minder ­onderhoud, maar er zal toch minstens eenmaal per jaar gemaaid moeten worden. En dat maaisel moet worden ­afgevoerd, of gecomposteerd als daar ruimte voor is. Voor het maaien van hoog gras is een sterke accumaaier ideaal.

Massa’s klaprozen

Nu koester ik niet de illusie dat iedere ­lezer, geïnspireerd door dit artikel, zijn gazon onmiddellijk in een bloemen-wei zal veranderen. Dat hoeft ook niet. Ook in de traditionele border kun je de teugels laten vieren door niet iedere ongeplande zaailing weg te schoffelen. En door met brede armgebaren zaad ­tussen de planten uit te strooien. Sommige planten hoef je maar eenmaal in je leven te zaaien – daarna is het een kwestie van ­uittrekken waar je ze niet wilt hebben. ­Massa’s klaprozen en vergeet-mij-nieten geven de border een ongedwongen ­uiterlijk. En ook het zaad van wilde ­margrieten zou je tussen de vaste planten kunnen uitstrooien.

De clematis wordt meestal als klimplant toegepast, hoewel het maar een onbeholpen klimmer is. Beschouw hem als een gewone vaste plant en laat hem zijn eigen weg zoeken. Laat hem zijn gang gaan als hij zich tussen de rozen omhoog hijst. Kies wel een clematis die je ieder voorjaar tot de grond kunt terugsnoeien.

Plant bloembollen niet in regimenten, maar strooi ze in de borders en plant ze waar ze vallen. En maak de tuin in geen geval in het najaar winterklaar. ­Afgestorven planten zijn niet alleen ­decoratief, ze vormen ook een goede bescherming tegen vorst en bieden daarnaast schuilgelegenheid aan allerlei ­overwinterende insecten.

Romke van de Kaa (76) is tuinexpert. Hij studeerde ­biologie, ­werkte in ­beroemde tuinen in ­Engeland en ­Ierland, had een kwekerij en schrijft ­tuinboeken.