Vraag het aan Romke: 'Hoe krijg ik makkelijk een mooi gazon?’

Het is vaak een hele toer om het gazon mooi te houden. Zeker met de droge zomers van de laatste jaren. Met Romke’s tips maak je het je gras én jezelf makkelijker.

Het belangrijkste van een gazon is niet het gras, maar de ondergrond. Hoe meer humus de ondergrond bevat, hoe beter het gras zal groeien en hoe minder je hoeft te sproeien. Begin je een nieuw gazon, zorg dan eerst voor een goede bodem. Laten we aannemen dat het om een nieuw gazon gaat. Dan kun je dat op twee manieren aanleggen: zaaien of gras­zoden leggen. Zaaien is goedkoper, graszoden leggen sneller. Als je zaait, heb je keuze tussen verschillende zaadmengsels. Een speelgazon waarop de kleinkinderen kunnen voetballen vraagt om heel ander gras dan een ‘Engels’ gazon waarop je bijna niet durft te lopen. En schaduw vraagt om ­andere grassoorten dan volle zon.

De vorm van het gazon moet bij het ontwerp van de tuin passen, maar over het ­algemeen is een simpele vorm het makkelijkst te onder-
houden. De grasmaaier maakt nu eenmaal makkelijker een flauwe bocht dan een scherpe. Ook een gazon met veel solitaire bomen, beelden, vogelhuisjes en andere ­objecten kan lastig te maaien zijn.

Gazons zijn veel werk, misschien wel het meest arbeidsintensief van de hele tuin.
Daardoor valt er ook aardig wat werk te besparen. Bijvoorbeeld met de rand. Gras aan de rand groeit net zo hard als gras in het midden, en de graskanten van het gazon moeten dan ook geregeld worden afgestoken. Dat doe je met de hand, met een kantensteker, of met een mechanische grastrimmer. Maar hoe je het ook doet, het blíjft werk. Daarom is het handig om langs de grasrand klinkers of tegels te leggen, zodat je met één wiel met de maaier over de verharde rand kunt rijden. Dat heeft twee voordelen: de borderplanten kunnen over die rand groeien – wat er veel natuurlijker uitziet dan een afgestoken rand – en je hoeft de rand pas af te steken wanneer die te ver over de verharding groeit. Dat zal een paar keer per jaar zijn.

Vaak worden gazons tweemaal per week gemaaid.
Het maaisel wordt afgevoerd – wéér een aanslag op de vruchtbaarheid van de grond. De gezondheid van het grasveld raakt in een glijvlucht naar steeds grotere ellende. Wormen verdwijnen. Daarmee verliest de grond het vermogen om lucht en water vast te houden. De weerstand van het gras neemt af. Het gazon wordt steeds vaker geteisterd door kwalen met sprekende namen als rooddraad en sneeuwschimmel. Waar eens gras groeide, groeit alleen nog mos; de stikstofcrisis in de praktijk.

Gras heeft mest nodig. Wat je er afmaait, moet je ook weer toevoegen. Gebruik compost, koemestkorrels of een andere organische mest. Als het maar geen kunstmest is. Met kunstmest beland je in een vicieuze cirkel. Je strooit kunstmest­korrels op je gras en ziet al na een paar weken resultaat. Geen wonder, want je geeft een enorme ­dosis ­nitraten (stikstof) die voor het gras makkelijk opneembaar zijn. Maar die nitraten zijn dodelijk voor veel ­bodemorganismen.

Het zijn metaalzouten die vocht aantrekken als ze in de cellen van schimmels, bacteriën en ­protozoën ­belanden. De cellen van die bodem­organismen knappen. Osmotische shock wordt die manier van sterven ­genoemd. De organismen die in leven blijven, ­hebben ­weinig meer te eten en sterven ook of ­vluchten naar vruchtbaarder oorden. Stikstof-­producerende bacteriën worden overbodig en verdwijnen. Als je het bodem­leven om zeep geholpen hebt, zul je het ­gazon moeten blijven ‘bijvoeren’ met nitraat. De pH (zuurgraad) daalt hierdoor en de bufferende werking van de grond neemt af.

Er was een tijd dat madeliefjes in het gras als onkruid werden gezien.
In verzamelingen van antiek tuingereedschap kom je madeliefjeswippers tegen: instrumenten waarmee je madeliefjes uit het gazon verwijderde. Wat dat betreft zijn we verdraagzamer geworden, maar er zijn nog altijd gazonfanaten die paardenbloemen, weegbree en pinksterbloemen niet in hun gazon dulden. Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen voor gazons zijn nog steeds legaal, maar hun langste tijd hebben ze wel gehad. Dan kunnen we kiezen tussen onkruid uitsteken of het tolereren.

We hebben de laatste jaren droge zomers gehad en ook toen moesten we kiezen: ons gras besproeien met kostbaar drinkwater of het laten verdorren. Wie ervoor koos om het gras bruin te laten worden, omdat het na de zomer weer snel herstelt, zal misschien hebben opgemerkt dat er één onkruid is dat bij droogte stralend groen blijft: klaver. Dat opent nieuwe perspectieven. Want als klaver zo goed tegen droogte kan, waarom maken we dan geen klavergazon? Klaver is mooi groen, voelt heerlijk aan je blote voeten, kan gemaaid worden en trekt ook nog eens een horde van insecten aan als je de plant niet te kort maait, zodat hij in bloei kan komen.

Het mooiste en het meest natuurlijke is om het gras te laten groeien.
En er alleen een pad doorheen of omheen te ­maaien. Op die manier kun je een ­bloemenweide maken en genieten van ­vlinders, hommels en bijen. En van zaad-etende vogels zoals putters en vinken. ­Maaien en wieden zijn overbodig en van slakken heb je geen last, die mogen ­knagen wat ze willen. Dat hoge gras moet wel ­minstens eenmaal per jaar worden gemaaid, maar met een ­accumaaier kom je er wel doorheen.

Tuintips van Romke

1. Vliegenvangers
Vliegenvangers komen begin mei als laatste trekvogels ­terug in ons land. Het zijn holenbroeders, maar alle nestkastjes zijn al bezet als ze aankomen. Zonder pardon moorden ze een nest mezen uit om hun nestkast in te pikken. Wil je zo’n moordpartij voorkomen, hang dan op 1 mei nog een nestkast voor de vliegenvanger op.

2. Ridderspoor
Ridderspoor en zonnebloemen ­kun je steunen met een bamboestokje en een stukje touw. Een kort stokje is voldoende: planten die maar één bloemstengel maken, knakken nooit halverwege de ­stengel maar altijd vlak boven de grond. Neem wel zacht touw dat niet in de ­stengel snijdt.

3. lelietjes-der-dalen 
Op 1 mei geef je in Frankrijk een ­bosje ­lelietjes-der-dalen aan je ­geliefde. “Le muguet du 1er mai porte bonheur”, zeggen ze daar: het lelietje van 1 mei brengt geluk. Het is een leuk gebruik, maar als de huidige ­opwarming van het ­klimaat doorzet, zijn de ­lelietjes-der-dalen in de ­toekomst op 1 mei allang uitgebloeid.

4. Groenblijvende hagen 
Groenblijvende hagen zoals buxus, hulst, liguster en coniferen kun je nu snoeien. Doe dit liefst op een bewolkte dag. Blad dat nog geen zon
heeft gezien, zal dan niet ­direct verbranden. Kijk wel even of er geen vogel­nesten in de haag zitten.

5. De IJsheiligen 
De IJsheiligen zijn de vier frisse dagen in de tweede week van mei waarin het ’s nachts nog kan vriezen. De eerste IJsheilige valt op 11 mei. Laat je niet verrassen door nachtvorst en houd begin mei in ieder geval nog wat afdekmateriaal achter de hand.

6. Het Mexicaanse madeliefje
Het Mexicaanse madeliefje (Erigeron karvinskyanus) is de enige plant die ­bijna het hele jaar bloeit. Van het vroege voorjaar tot Kerstmis is de plant overdekt met witte madeliefjes die naar roze verbloeien.

7. Een knielkussen
Een kniel­kussen is een zacht kussen waarop je knielt tijdens het wieden. Je kunt ook gehurkt wieden, of gebogen staan, maar dat houdt alleen een slangenmens vol. Een nadeel van een knielkussen is dat je ­telkens moet opstaan om het te verschuiven. Neem twee kussens en schuif ­zonder op te staan van het ene naar het andere.

8. Vijverranden
Vijverranden zijn meestal niet mooi. Ze kunnen met planten worden gemaskeerd. Ook zijn er speciale matten van plantaardige vezels die je over de rand van de vijver kunt leggen. Door hun aanzuigende werking zijn die permanent nat, waardoor ze in een oogwenk met mos begroeid raken.

Checklist mei

  • Knip de toppen uit fuchsia’s. De planten zullen zich vertakken en voller worden.
  • Tweejarige planten zoals IJslandse ­papavers, stok­rozen, duizendschonen, judas­penning en vingerhoedskruid kunnen nu buiten worden gezaaid.
  • Eenjarige perkplanten die je in een tuincentrum koopt, kun je na half mei uitplanten.
  • Snoei de rozen als dat al niet eerder is gebeurd.
  • Zet op een droge dag de tuinmeubelen in de beits.
  • Beplak de randen van potten met kopertape om slakken weg te houden.
  • Plant zomerbollen zoals dahlia’s, ixia’s, freesia’s, gladiolen en anemonen in potten voor terras en balkon.
  • Zaai kalebassen, pompoenen, komkommers en courgettes in potten of bakjes op de vensterbank.
  • De Datura (Brugmansia) kan in de tweede helft van mei naar buiten. Zet de plant niet op de tocht om de kans op bladluis klein te houden.
  • Bemest de borders, de moestuin en het gazon met organische mest.
  • Bind klimrozen van tijd tot tijd aan.
  • Houd de vogeldrinkbak met water gevuld.
  • Zorg voor voldoende waterplanten, drijfplanten en oeverbeplanting in de vijver. Haal eendenkroos en algen uit het water. Let tijdens de schoonmaak wel op kikkers en salamanders.
  • Verwijder uitgebloeide bloemen van rododendrons en seringen.
  • Oogst vroege groenten zoals radijs en sla.
  • Vaste planten die zijn uit­gebloeid kun je nu scheuren.
  • Snoei groene takken weg bij bontbladige bomen en struiken, anders gaan ze overheersen.
Bron(nen):