PlusOnline.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord

Wandelen met Hella: 'De dood fascineert me al mijn hele leven'

Docente Truus Venneman gooide op haar 45ste het roer om. “Ik dacht: ik kan nog iets heel anders gaan doen.” Nu bouwt ze persoonlijke uitvaartkisten.

Als een echte geschiedenislerares heeft Truus Venneman zich goed voorbereid op onze wandeling. Op tafel in haar zonovergoten, gezellige huisje in Kortenhoef bij Hilversum liggen boeken over buitenplaats De Trompen burgh en het Bos van Blaauw. Ze heeft een notitiepapiertje met wat we gaan zien. Maar om te begrijpen waarom ze zeventien jaar geleden het roer omgooide, moet ik eerst mee naar haar werkplaats. Houtgeur komt ons tegemoet terwijl Truus vertelt hoe ze haar hele leven al handig is met haar handen. Naaien, schilderen en timmeren waren haar hobby’s. Het was een lange weg naar het maken van uitvaartkisten. Ze toont een van haar laatste creaties: een robuuste kist van steigerhout. In de weerspiegeling van glas vangt ze een glimp op van zichzelf en verontschuldigt zich voor haar rode appelwangetjes. Waarom snap ik niet; ze staan haar charmant. Het statige van deze streek lijkt Truus niet zo goed te passen, als boeren dochter uit een gezin met tien kinderen. Op de schuurdeur staat een citaat van Jan Cremer, haar levensmotto: ‘Eenvoud is de kracht van alles’.

De Trompenburgh en het Bos van Blaauw

We wandelen naar buitenplaats De Trompenburgh, in de Gouden Eeuw gebouwd voor admiraal Cornelis Tromp. ’t Heeft de vorm van een schip en is omgeven door water. “Mijn man schaatste hier als kind en kuste dan de borsten van de stenen vrouwenbeelden”, verklapt Truus met een schalkse lach. In de zomermaanden ontving de admiraal er zijn welgestelde gasten. Tegenwoordig staat deze buitenplaats in de Top 100 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tot zeventien jaar geleden deed Truus haar werk als docente met hart en ziel. Maar na de zoveelste onderwijshervorming ging het wringen. “Ik was dol op lesgeven en op mijn leerlingen. Ik voelde me een soort Florence Nightingale van het onderwijs. Het liefst zou ik zelfs op school slapen om ervoor te zorgen dat het allemaal goed verliep. Maar alles buiten het lesgeven om, zoals het vergaderen en rapporteren, brak me steeds meer op. Ik kon om het minste al huilen, zat tegen een burn out aan.” Ondertussen zijn we al wandelend aangekomen in het Bos van Blaauw. Truus haalt haar notities tevoorschijn en draagt voor: “Blaauw was een nare man, hoor. Zijn vrouw mocht niets en werd in huis opgesloten, terwijl hij de hele wereld afreisde om bomen en dieren te verzamelen.” Die vrouw, Louise Six, erfde in 1895 landgoed Gooilust. Ze was toen al een paar jaar getrouwd met Frans Ernst Blaauw. Blaauw plantte tussen 1895 en 1936 meer dan honderd boomsoorten en veranderde de buitenplaats in een exotisch dieren park met onder andere gnoes, bizons en blesbokken – zeer tegen de zin van Louise. Toen zij in 1934 overleed, liet ze Gooilust daarom niet na aan haar man, maar aan Natuurmonumenten. Louise kon echter niet voorkomen dat de buitenplaats bekend werd als ‘het Bos van Blaauw’.

Ommezwaai

In woelige tijden maakt het bos Truus rustig. “Op mijn 45ste belandde ik in een soort midlifecrisis.” Aan haar gezicht zie ik dat die periode nog niet helemaal uit haar systeem is. Met het aanbod minder te gaan werken probeerde de school Truus binnenboord te houden. Maar ze kon alleen nog maar denken dat dit hét moment was om nog iets heel anders te gaan doen met haar leven. Met een grote grijns op haar gezicht roept ze: “Ik dacht: ik kan een motor kopen, een andere man nemen of een andere baan zoeken. Het werd het laatste.” Ze zegde pardoes haar baan op. Of ze dat in deze tijd nog zou durven, betwijfelt ze. Maar haar echtgenoot Wim zorgde voor brood op de plank. Een luxe, aldus Truus. Mensen om haar heen snapten niets van haar ommezwaai. “Angst – om wat je hebt zomaar los te laten”, stelt ze vast. Achteraf kan ze haar drang goed verklaren. Ze is jong getrouwd, kreeg jong kinderen, rolde het onderwijs in omdat een vriendin het ging doen. Maar ze kon niet haar hele leven hetzelfde doen, vond ze.

Werken met mensen én met haar handen

Na een aantal banen kwam ze erachter dat ze wilde werken met mensen én met haar handen. Knutselen deed ze altijd al en ze had een aantal workshops timmeren gevolgd. In 2004 begon ze met het maken van (tuin)meubelen van sloop- en steigerhout. Toen zanger Robert Long twee jaar later werd begraven in een kist van steigerhout begon er iets te borrelen. Kort daarna overleed plotseling ook een goede vriend van haar. “Hij was lang, een echte sportman en supergezond. Maar hij lag in zo’n glanzende kist van spaanplaat waar hij amper in paste. Toen dacht ik: ík had zijn kist moeten maken!” Ze neemt het zichzelf nog steeds kwalijk dat ze daar toen niet aan heeft gedacht. Maar zo ontstond wel haar idee om uitvaartkisten met een persoonlijk karakter te gaan bouwen. Gelukkig had haar man al een schuur vol goed gereedschap en kon Truus aan de slag. De eerste kist maakte ze voor een dorpsgenoot. “Ik had er kaarsenkandelaars op bevestigd, afkomstig van de kringloopwinkel. Waarop de begrafenisondernemer tegen me zei: ‘Wil je dat nooit meer doen? Anders vindt de crematie een stuk eerder dan gepland plaats.’”

De dood laat zich niet plannen

Zo’n veertig tot vijftig kisten maakt Truus per jaar. Soms drie in een week. De dood laat zich niet plannen. Als ze aan een kist werkt, is ze volop bezig met de dode die erin komt te liggen. Zo luisterde ze naar de rockmuziek van een jonge man die kort voor zijn overlijden trouwde en zijn eigen kist kwam uitzoeken. Ze maakt ook rare dingen mee. Zoals een kist die werd  opgehaald met een Porsche en uit het open dak stak. En  een vrouw die kwam proefliggen om er zeker  van te zijn dat ze in de kist zou passen, mét hoge hakken aan. Kinderkistjes raken haar bijzonder. Onlangs zei een  vader tegen haar: “Mijn meisje is een stoer kind, zij hoort niet in zo’n roze kist met beertjes.” Dit soort gesprekken kruipen onder haar huid. Zachtjes vertelt Truus over haar oudste dochter Marloes, die op haar 35ste borstkanker kreeg. Tijdens haar chemokuren woonde zij met de kleinkinderen bij Truus. “Als Marloes heel veel pijn had, lag ik bij haar in bed, net als vroeger. En ik beloofde voor haar kinderen te zullen zorgen, mocht ze overlijden.” Wanneer het kon, wandelden ze kleine stukjes in het Bos van Blaauw. Dat heeft er zeker aan bijgedragen dat het nu weer goed gaat met Marloes, zegt ze.

'Ik heb geleefd en gezien wat ik wilde'

Boven op een kleine heuvel vertelt Truus dat Frans Ernst Blaauw hier begraven wilde worden. Maar dat mocht niet. Het is een prachtig plekje, omringd door rododendrons. “De dood fascineert me al mijn hele leven, ik weet niet precies waarom”, mijmert ze. Voor een zwager die ziek is en boeken verslindt, heeft Truus al bedacht dat ze de binnenkant van zijn kist met bladzijden uit boeken wil bekleden. Zelf is ze niet bang voor de dood, zegt ze, wel voor lijden. “Tot mijn 50ste vond ik het een fijne gedachte dat mijn geliefden bij mijn graf zouden huilen als ik er niet meer was. Nu maakt het me niet meer zoveel uit. Ik heb geleefd en gezien wat ik wilde.” In welke kist Truus zelf begraven wil worden, weet ze niet. “Er is altijd wel een kist  die over is omdat niemand hem wil”, besluit ze zonder cynisme.

Truus Venneman

Truus Venneman (62) is getrouwd met Wim. Ze hebben twee dochters en vijf kleinkinderen. Op haar 45ste stopte ze als docent, nu maakt ze uitvaartkisten.

Hella van der Wijst

Hella van der Wijst (52) presenteert dagelijks het tv-programma Geloof en een Hoop Liefde en wekelijks Ik mis je, beide van de EO. Ze houdt van wandelen en een goed gesprek.

Wandelen langs buitenplaatsen

Deze wandeling gaat langs acht ’s-Gravelandse buitenplaatsen. Onderweg ontdek je de boeiende geschiedenis van deze zomerverblijven van rijke stedelingen uit de Gouden Eeuw. De route staat op www.natuurmonumenten.nl (zoek op ‘Wandelroute ’s-Gravelandse Buitenplaatsen’).
  • Startpunt: Bezoekerscentrum Gooi en Vechtstreek.
  • Afstand: 17 kilometer.
  • Horeca: in ’s-Graveland o.a. ­Brambergen, Vlaar en ­Berestein.
  • OV: Neem vanaf NS-station Hilversum of NS-station Naarden-Bussum bus 105 tot halte ‘Natuurmonumenten’ in ’s-Graveland.

Kijk voor een mooie fietsroute in dit gebied op www.plusonline.nl/lekker-fietsen/fietsroute-s-gravelandse-buitenplaatsen-en-naardermeer

 

Bron(nen):