Wandelen met Hella: ‘Door mijn vrouw kan ik dit werk doen’

Henk van Limpt is zo’n toegewijde gids voor het Utrechts Landschap dat hij een stukje duingebied bij De Bilt ter beschikking heeft gekregen. Daar mag zijn as na zijn overlijden worden uitgestrooid.

Op de parkeerplaats van Landgoed Beerschoten in De Bilt zie ik in de verte iemand in een gifgroen jasje ongeduldig heen en weer wandelen. Dat moet onze gids Henk van Limpt zijn. Mensen vertellen over cultuur en natuur is al zeventien jaar zijn lust en zijn leven. Volgens Henk had ik eigenlijk met zijn vrouw Corry moeten wandelen. “Doordat zij het mij gunt, kan ik zoveel vrijwilligerswerk doen”, verklaart hij vol liefde. Binnenkort vieren ze hun vijftigjarig huwelijk, en daar is hij trots op. Net als op zijn dochters, kleinkinderen en vooruit, ook op zijn werk als vrijwilliger. De hoeveelheid activiteiten is niet op één hand te tellen, dat mag ik best weten. “Ik val graag op en ik vind het geweldig leuk om te doen.”

Als we naar het koetshuis wandelen, probeer ik nog heel even om Henk uit zijn gids-stand te krijgen, maar al snel geef ik het op. Henk blijkt zó enthousiast dat hij niet af te remmen is. En de informatie die hij geeft, is echt leuk en interessant. Hij vertelt bijvoorbeeld dat rondom het landhuis rododendron is geplaatst omdat die brandvertragend werkt. Er ontstaat een ‘running gag’ tussen Henk en fotograaf Wim, die twijfelt of de herfst al genoeg is gevorderd voor mooie herfstfoto’s. Dus overal waar Henk ook maar een glimp van herfst ontwaart, wordt Wim erbij geroepen. Van de vurig gekleurde eikenbladeren tot de paddenstoelen die her en der groeien.

Henk is 76 jaar, maar dat merk je eigenlijk alleen aan zijn aparte loopje, dat eerder lijkt op stiefelen. De Konijnenberg oplopen gaat hem net zo makkelijk af als de joggers. Henk moedigt ze aan: “Goed bezig!” En vervolgens richting mij: “Die kunnen allemaal nog lid worden van het Utrechts Landschap!” Henk heeft niet zomaar de bijnaam ‘mister promo’ gekregen. Vanaf de heuvel kijken we uit op vijf lange lanen die erop uitkomen. Hier werd vroeger het wild naartoe gedreven om af te schieten, vertelt Henk. “Een laffe manier. Dat zijn toch geen jagers.” Henk rolde het vrijwilligerswerk in na een lang leven van keihard werken. Toen hij stopte bij de KLM had hij nog 320 vrije dagen over. Tijd om ze op te nemen had hij nooit gehad. Altijd was er wel een belangrijke klus te doen of geld te verdienen.

Dat laatste had alles te maken met de armoede waarin Henk is opgegroeid; in de Haarlemmermeer, dat ze tegenwoordig een achterstandswijk noemen. Naar de kleuterschool ging hij niet eens. “Wat wil je later worden?” was een vraag die in zijn familie niet werd gesteld. Henk begon als boerenarbeider en kwam later bij een kruidenier te werken. Bestellingen opnemen, klaarmaken en wegbrengen. Het was geen vetpot, net voldoende om rond te komen. Doordat hij voor de trouwerij van zijn broer een meisje ‘mee moest nemen’, leerde hij Corry kennen. Dat verlegen meisje kende hij van de kerk en zij leek hem wel wat. Na dat feest maakte Henk werk van zijn gevoelens en anderhalf jaar later waren ze getrouwd. Nu ze was getrouwd, moest Corry stoppen als onderwijzeres. Dat was toen normaal. Geld voor een huis hadden ze niet, dus betrokken ze een woonwagen in de boomgaard van een broer. “Als ik wakker werd, kon ik zo appels gaan plukken.” Toch was het allerminst romantisch, verzekert Henk. Helemaal toen er ‘ineens’ twee kinderen kwamen.

 

Ondertussen maakt hij me attent op vier grote sparren bij het landhuis, die ook in de winter groen blijven. We wandelen naar een bos met hoge beukenbomen, waar zo goed als niets onder groeit.

Henk en Corry kregen het financieel pas wat beter toen Henk ‘kistcontroleur’ werd. Hij moest KLM-vliegtuigen vanbinnen controleren of ze schoon waren. Omdat de kisten altijd vuil uit het buitenland terugkwamen, vroeg Henk zijn baas wie ze daar controleerde. Toen dat niemand bleek te zijn, kreeg Henk die taak. “Maar ik sprak geen woord Engels!” Nog is Henk verbaasd dat hij die taak aandurfde. Met lef lukte het en klom hij al snel op tot werkbegeleider en teammanager.
Ondertussen roept hij tegen een groep ‘bosmensen’ – vrijwilligers die het onkruid vogelkers verwijderen: “De beuk erin, hè?” Naast Henk zijn nog zo’n 650 vrijwilligers actief voor het Utrechts Landschap. Als ze allemaal zo enthousiast zijn als Henk, snap ik wel waarom alles er zo goed uitziet. 

In een laan van hoge douglassparren genieten we van het diepe groen, dat mooi contrasteert met de herfstkleuren daarachter. Het voelt alsof Henk hier al zijn hele leven woont, maar hij verhuisde er pas na zijn pensionering in 2000 naartoe, omdat hij en Corry de Utrechtse Heuvelrug zo mooi vonden. Henk had geen idee dat er zoveel vrijwilligerswerk bestaat, hij was altijd te druk met werken geweest. Hij is onder andere natuurgids bij het Utrechts Landschap en Gilde Zeist. Via het werk van Corry op de gesloten afdeling van een verpleeghuis is Henk ook daar ingeschakeld. Zo wandelt hij wekelijks met twee patiënten. En ook al is er door hun alzheimer weinig communicatie, als ze met Henk het bos ervaren, ontvangt hij 
regelmatig een lach. Daar doet hij het voor.

Het gidswerk vindt Henk leuk, zich inzetten voor de mensen vindt hij belangrijk. Henk ervaart hoe verschillend mensen oud kunnen worden. “De een wordt een schatje, de ander een dondersteen.” En als je net als hij en Corry energie en gezondheid bezit, is dat iets om dankbaar voor te zijn. 

We lopen weer een laantje in dat we volgens hem echt moeten zien. De bomen staan er dicht op elkaar en de takken vormen buigend naar elkaar een mooi bladerdak. “Hier konden sjieke vrouwen met een blanke huid wandelen zonder ‘ordinair’ bruin van de zon te worden.” Zo blij als een kind rent Henk naar een holte in de boom. Dichterbij zien we iets wat een scène uit een van de kabouterboeken van Rien Poortvliet lijkt: een klein kaboutertje met rode puntmuts. Regelmatig verandert de setting. Niemand weet wie dat doet. Het is het mysterie van dit bos, en Henk vindt het prachtig.

Nadat Henk me ook over zijn andere vrijwilligers-taken heeft verteld, hoeft niemand mij meer uit te leggen waarom hij dit jaar tot lid van de Orde van Oranje-Nassau werd benoemd. 

Gevolg van al dat vrijwilligerswerk is wel dat hij nauwelijks thuis is. Wat zijn vrouw Corry gelukkig helemaal niet erg vindt. Ze gunt Henk het podium, iets waar ze zelf van gruwt. Liever trekt Corry er in haar eentje op uit met de fiets. “Door haar kan en mag ik dit werk doen. Eigenlijk verdient zij dus een lintje!” En dat Corry het binnenkort al vijftig jaar lang met Henk uithoudt, zoals hij het noemt, is volgens hem helemaal een lintje waard. “Want makkelijk ben ik niet. Maar samen hebben we het maar mooi gered.” Voor het eerst is Henk stil. Maar niet voor lang, want aan het einde van onze herfstwandeling bedenkt hij dat hij alleen al dit jaar tegen de duizend mensen heeft rondgeleid als gids. “Ik moet er nog niet aan denken, maar als het einde is gekomen, heb ik honderd vierkante meter Biltse duinen gekregen van het Utrechts Landschap waar ik uitgestrooid wil worden.” 

Foto's: Wim Lanser

Bron(nen):