Wandelen met Hella: 'nooit meer laat ik me door angst leiden'

Langs de IJssel

"Pas nadat Ans Hoedeman het lef had te stoppen met de zware medicijnen die ze na haar psychose kreeg, wist ze weer helemaal op te krabbelen. “Nu durf ik te zeggen dat mijn leven gezegend is.”

Het huis van Ans

Het huis van Ans in Zutphen vertelt veel over wie zij is. Het is gevuld met zonlicht en er is zogenaamde ‘verwerkingskunst’ te zien. Zoals rugzakjes van keramiek waar de bodem uit is gehaald. “Als mens schuiven we van alles onder het tapijt. Daar hebben we alleen maar last van”, zegt Ans. Na een kop koffie vertrekken we voor een wandeling bij haar geliefde rivier de IJssel. Ze schreef er zelfs een gedicht over met daarin de veelzeggende regel: ‘Een stromende rivier neemt je ellende mee en maakt dat je opnieuw kan beginnen.’ Met haar groene muts en bijzondere jas lijkt Ans wel de vrolijke oudere zus van Holly Hobbie, een meisjes-stripfiguur die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw geliefd was. Maar zo vrolijk was het leven niet altijd voor haar. “Toen ik werd geboren, was ik na vier broers meer dan welkom”, glundert ze. Ze kreeg een echt katholieke opvoeding waarin het belangrijk was om goed voor elkaar te zorgen. Gelukkig voor haar zag haar moeder dat Ans ­‘ongeschikt was voor het huishouden’ en kon ze na de mulo aan de droom beginnen die ze als klein meisje al had. “Ik wilde Florence Nightingale zijn.” Vijfentwintig jaar lang was ze met veel plezier verpleegkundige. “Alles vond ik er leuk aan, ook al was het hard werken. Het was mijn ziel en zaligheid.”

De IJssel

De wind voelt koud als we de stille schoonheid van het rivierlandschap bij Voorst in ons opnemen. Gelukkig bieden de traditionele boeren­hagen langs de paden tussen de weilanden ons beschutting. Hier krijgt de zon volop kans om onze wangen te verwarmen. We constateren hoe vreemd het is dat we de enige wandelaars zijn. Toen Ans een baan kreeg in Deventer, maakte ze voor het eerst kennis met de IJssel. Direct werd ze door de rivier geraakt. “Ik vind alles hier prachtig! Het is een levend landschap, nooit is het hetzelfde, net als ons leven.”
Na vier jaar Deventer kwam ze door het werk van haar echtgenoot Lowie in Doesburg terecht. “Dat voelde niet lekker”, zegt ze met een beteuterd gezicht. Ze leefde in een vreemde stad en had geen werk. In die tijd was het gewoon om te stoppen met werken als je trouwde. Hoewel ze enorm genoot van haar twee kleine dochters begon er “iets te keren in mezelf”, zoals ze het uitlegt. “Ik denk dat een gevoeligheid voor psychoses in mijn systeem zit.” In 1980 kreeg ze een eerste, korte psychose. Ze pakte de draad al snel weer op en ging aan het werk in de verpleging. Tot het ‘Florence Nightingale-tijdperk’ plaats moest maken voor dat van ‘de stopwatch-zorg’. “Dat past totaal niet bij me, en ineens zag ik het niet meer zitten.”

Valkuil

Bij de pakken neerzitten is niets voor Ans. Dus begon ze met frisse moed aan totaal iets anders en startte een lunchroom. “Ik had al snel zeven mensen in dienst en het bedrijf liep als een trein.” Grappig hoe haar verhaal past bij haar parmantige stappen door de zompige modder. In de verte zien we het sprookjesachtige slot De Nijenbeek. In de dertiende eeuw gebouwd als donjon, een verdedigingsburcht. Omdat er Duitsers in zaten, is het in de Tweede Wereldoorlog vernield door de geallieerden; nu is het een van de jongste ruïnes in Nederland. Dat is uniek in een land waar we meer herbouwen dan laten vervallen. “Ik hou van oude bomen”, zegt Ans, wijzend naar de bomen rond De Nijenbeek.
Ook in haar lunchroom Het Koffiekabinet vond Ans snel haar draai – ze kon er haar creativiteit kwijt, hoewel het ook hier weer hard werken was. Opnieuw was ze dienstbaar aan alles en iedereen, waarmee ze langzaam haar eigen valkuil aan het graven was. Ondertussen ging het met haar echtgenoot ook niet goed. “Hij sliep erg veel. Maar omdat hij ook hard werkte, dacht ik dat het daaraan lag.” Pas later kwam Ans erachter dat hij al jaren een drankprobleem had. “Mensen om me heen waarschuwden me wel, maar dan kregen ze ruzie met me.” Ans hield van haar man en ontkende zijn verslaving. Onbewust ontzag ze hem en nam ze de opvoeding van haar dochters grotendeels voor haar rekening. “Waar ik zoveel van hield, glipte me langzaam door de vingers.”

Angst

Ze kwam in de overgang, haar kinderen belandden in de puberteit en toen haar ouders ook nog eens kort na elkaar overleden, stortte ze van de ene op de andere dag in. Op het drukste tijdstip van de dag verdween Ans uit de lunchroom, alles en iedereen achterlatend. “Ik struinde doelloos door Doesburg. Ik heb in die periode gekke dingen gedaan. Iedereen hield zijn hart vast: wat doet Ans nu?” Vooral voor haar kinderen was die tijd erg moeilijk. “Het woord ‘burn-out’ bestond nog niet, maar zoiets moet het geweest zijn.” Ans werd opgenomen in een ggz-instelling waar ze uiteindelijk zo’n vijf jaar verbleef. “Toen een psychiater zei: ‘Hou er rekening mee dat je nooit meer beter wordt’, voelde ik vanbinnen: nee, dit klopt niet!” Ans besloot dat als dát haar toekomst zou zijn, ze niet meer wilde leven. Vanwege de antipsychotica voelde Ans zich niets waard. “Als verpleegkundige heb ik heel wat mensen ontmoet die hun leven wilden beëindigen en ineens was ik een van hen.” Ze deed een aantal vergeefse pogingen en kwam op de beveiligde longstay-afdeling terecht. Daar wist ze helemaal zeker dat ze er niet thuishoorde. “Ik bedacht: als mezelf doden niet lukt, dan stop ik met alle medicijnen. Iets wat ik achteraf veel eerder had moeten doen.” Alleen haar echtgenoot en huisarts stonden achter deze beslissing. Ondanks zijn eigen problemen was haar echtgenoot Lowie haar houvast in deze woelige jaren. “Ik ben zó blij dat ik het lef had om te stoppen met de zware medicijnen. Voor mij persoonlijk heeft dit goed uitgepakt.” Uiteindelijk concludeert haar huisarts: “Je bent helemaal niet psychotisch, maar je hebt angst dat je het kunt worden.”

Niet meer laten leiden door angst

Na een nare tijd met afkickverschijnselen van de medicijnen werd het leven langzaam rustiger voor Ans. Maar toen bleek dat zij en Lowie zó uit elkaar waren gegroeid dat een scheiding onvermijdelijk was. In haar eentje vertrok Ans naar Zutphen, waar ze weer dicht bij de IJssel kwam te wonen. Hier kwam een andere Ans boven water. Toch zegt ze: “Ik zou het zo weer allemaal overdoen, ook met Lowie.” Ten aanzien van de artsen die haar opnamen en medicijnen voorschreven die averechts werkten, voelt Ans wonderwel weinig rancune. “Zij deden het uit onwetendheid en misschien wel tijdgebrek.” Tegenwoordig is er meer bekend over medicijnen en de werking ervan. “Mijn advies is wel aan iedereen in dezelfde situatie: hou het heft in eigen handen.” Omdat Ans heeft besloten om zich niet meer te laten leiden door angst, kan ze haar verhaal nu zo eerlijk vertellen. Bevrijd van de ballast die schaamte mensen bezorgt, roept ze: “Schaamte en angst dienen nergens toe. Ze blokkeren je alleen maar.” Zo zit ze er ook helemaal niet mee dat haar bij vertrek nog onberispelijke laarsjes er na de wandeling door modderpaden niet meer uitzien. Haar levensmotto is geïnspireerd door de loop van een rivier: niet stilstaan maar altijd verder gaan, ook na tegenslag en teleurstelling. En lachend besluit ze: “Nu durf ik te zeggen dat mijn leven gezegend is. Over alles wat ik heb meegemaakt, ben ik een boek aan het schrijven. Het moet dit jaar af, want ik ben ‘al’ 70!”

Bron(nen):