Hoe zinvol is een check-up

Medische screnning

Steeds vaker zijn mensen bereid meer dan €1000 te betalen voor een medische screening, ook als er helemaal geen klachten zijn. De vraag is wat het oplevert. En wie er beter van wordt.

U voelt zich gezond. Toch slaat de twijfel soms toe. Zou het van binnen ook wel echt allemaal in orde zijn? U wordt immers een dagje ouder. En je hoort zoveel. Van ziektes die te laat ontdekt worden. Een explosieve groei van diabetes. Die sportieve man die zomaar opeens dood is neergevallen.

Grote kans dat u zich hierin herkent. De gratis niercheck van de Nierstichting om verborgen nierschade met een thuistest op te sporen, werd binnen een week door ruim 275.000 mensen aangevraagd. Huisartsen krijgen steeds vaker mensen op hun spreekuur die – ook al hebben ze geen concrete klachten – graag een keer grondig onderzocht willen worden. En Prescan, een bedrijf dat bemiddelt voor total bodyscans in Duitsland, ziet het aantal klanten dat grif €1400 betaalt om uitgebreid doorgelicht te worden, jaarlijks groeien; nu al meer dan duizend mensen per jaar.

De talloze aanbieders van medische check-ups maken graag de vergelijking met de apk voor auto’s. Waarom zou je wel je auto jaarlijks laten checken, maar pas naar een dokter gaan als er echt iets aan de hand is?

Zo simpel is het echter niet. Het menselijk lichaam blijkt heel wat ingewikkelder in elkaar te zitten dan een auto. Bovendien kost het ons nogal wat moeite rationeel om te gaan met onze eigen gezondheid.

Een kans van 1 op 90.000

“De risico’s en gevaren rondom onze gezondheid beoordelen we heel anders dan andere risico’s, zoals op een verkeersongeval, brand of misdaad”, zegt Tjeerd Tijmstra. Hij is als medisch socioloog verbonden aan het Universitair Medisch Centrum in Groningen en doet al meer dan twintig jaar onderzoek naar de psychologische effecten van gezondheidsscreening.

“Ik heb ooit aan jonge moeders een denkbeeldige situatie voorgelegd: er komt een test aan waardoor jaarlijks bij twee pasgeboren kinderen een ernstige ziekte opgespoord kan worden, die daarna goed te behandelen is met medicatie. Daarvoor zouden wel alle pasgeboren kinderen 24 uur opgenomen moeten worden, voor een kans van 1 op 90.000. Veel moeders bleken daartoe bereid. Daar bleven ze bij als ik daarna zei dat de kans op een ongeluk op weg naar die opname net zo groot is. Mensen redeneren niet rationeel als het om hun gezondheid gaat. Stel dat het jouw kind is waarbij die ziekte vroeg ontdekt kan worden?”

Niet-bedoelde gevolgen

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de wetenschappelijke vereniging van huisartsen, vindt vrijwel iedere screening zonder concrete medische aanleiding ‘onwenselijk’. En ook de Gezondheidsraad, die de regering adviseert, ziet vooral bezwaren. Screenen kan namelijk niet-bedoelde gevolgen hebben. Mensen die ongezond leven, kunnen in een goede testuitslag reden zien om op dezelfde voet verder te leven. En het geeft vaak een schijnzekerheid. Er bestaat namelijk geen enkele diagnostische methode om alle ziektebeelden in een lichaam te herkennen.

Iemand kan zich ook opeens patiënt gaan voelen door de uitkomst van een onderzoek. Een voorbeeld: een man van boven de 70 kan prostaatkanker hebben zonder dat te weten. Hij merkt daar niets van en zal daar waarschijnlijk ook nooit iets van merken omdat deze vorm van kanker maar langzaam groeit. Een ‘toevallige’ ontdekking van deze kanker bij een screening kan dan veel onnodige onrust teweegbrengen. Wie lukt het dan nog om zich geen patiënt te voelen? En wat als er iets gevonden wordt waar geen behandeling voor mogelijk is?

Uit een Rotterdams onderzoek is gebleken dat mensen boven de 60 jaar met een bepaalde hersenafwijking die via een MRI-scan is te zien, vaker dan anderen dementie kregen. De meeste mensen, acht van de negen, kregen het niet. Maar zonder een doeltreffende therapie is het de vraag wat de gezondheidswinst is als je je hierop laat testen.

Op de hoek van de straat

Deze bezwaren worden door veel artsen gedeeld. Toch gaan huisartsen verschillend om met patiënten die zonder klachten bij hen aankloppen voor een uitgebreid onderzoek. Huisarts Cees Meijer uit Voorschoten behoort tot de artsen bij wie patiënten wél gehoor zullen vinden als ze om een grondig onderzoek vragen.

“Er is steeds meer aandacht voor gezond eten, veel bewegen en de opmars van chronische ziekten”, zegt hij. “Natuurlijk komen er dan meer mensen bij je met de vraag: hoe sta ik ervoor? Ik zal dan niet snel een onderzoek weigeren, ook als daar niet meteen een medische reden voor is. Wil je iemands gezondheid goed kunnen volgen, dan is het als arts ook fijn om meetwaarden te hebben. Wij zijn als huisartsen de spil van de gezondheidszorg. Ik zou het vervelend vinden als mijn patiënten niet bij mij zouden komen voor zulke onderzoeken.”

Niemand is volgens hem gebaat bij het huidige immense aanbod aan onderzoeken op de hoek van de straat of scans zonder aanleiding. Hoe zie je door de bomen het bos nog? Juist daarom vindt hij dat een huisarts serieus met deze vragen van patiënten moet omgaan.

Garantie tot de voordeur

Peter Aalstein, huisarts in Capelle a/d IJssel, is er heilig van overtuigd dat er altijd iets achter de vraag voor een uitgebreid onderzoek zonder directe klachten zit. Onzekerheid bijvoorbeeld, of angst omdat ze iets hebben gelezen of omdat er in de familie iemand is overleden aan een ernstige ziekte.

Aalstein: “Het is een business geworden om winkelend publiek van de straat te plukken voor een gratis testje op bijvoorbeeld cholesterol. Voor mij is cruciaal: in wiens belang is het dat er iets gedaan wordt? Is het een behoefte van de patiënt zelf of wordt er een behoefte gecreëerd? Soms maak ik ook de vergelijking met een auto. Dan vraag ik aan mensen: ‘Denk je ook in een auto steeds: ik kan halverwege wel doodgereden worden?’ Nee toch? Waarom dan wel op de weg van het leven?”

Als je mensen op hun onzekerheden wijst, wordt de teneur van het verzoek al anders, merkt hij. Daarbij: meer garantie dan tot de voordeur kan hij niet geven: “Ook een gezonde sporter kan opeens neervallen met een hartstilstand. Het kan ook zijn dat uit een check-up blijkt dat iemand er prima voor staat en daardoor signalen waarvoor je wel naar de dokter zou moeten gaan, gebagatelliseerd worden. Drie maanden later voelt die persoon wat en denkt: ach, het zal wel niks ernstig zijn, ik ben pas nog goedgekeurd.”

Hij is duidelijk geen voorstander van onderzoeken bij mensen zonder concrete klachten, maar toch zal hij per persoon beoordelen wat hij met een dergelijk verzoek doet. “Het kan best dat ik iemand met psychische klachten ter geruststelling een keer uitgebreid onderzoek. Maar als ik echt het idee heb dat iemand zonder reden een check-up wil, geef ik het telefoonnummer van een keuringsinstituut in de buurt omdat ik vind dat zij niet in de gezondheidszorg horen. Dan gaat het niet meer over een patiënt, maar over een consument.”

Hypochondrische samenleving

Het lijkt een individuele keuze of mensen wel of niet een check-up willen en hoeveel geld ze daar voor overhebben. Volgens medisch socioloog Tjeerd Tijmstra is dat te simpel gedacht en raakt dit onderwerp direct aan een veel grotere vraag: leren we ermee omgaan dat er onzekere factoren in het leven zijn of gaan we naar een hypochondrische samenleving? “We moeten ophouden te denken dat we met een krakkemikkig lichaam op aarde zijn gekomen. We weten wat je moet doen en laten om redelijk gezond ergens tussen de 80 en 90 te worden.

Natuurlijk zijn er mensen met pech, mensen met een erfelijke aanleg. Maar het lijkt nu of we opeens met enorm veel ziektedreigingen te maken hebben. Als we ouder worden, takelt ons lichaam af; er is een grens aan wat je kunt voorkomen. Twee derde van de mensen is aan het eind van het leven langdurig zorgafhankelijk; het is een illusie dat je dat met screening kunt voorkomen.”

Bron(nen):
Trefwoorden: