Lang wachten op een diagnose? Voltooid verleden tijd!

Zelfstandige zorginstellingen

Wachttijd MRI in het ziekenhuis: zes weken. Kan ik dan zomaar naar een privékliniek? Hoe vind ik die? Wordt het wel vergoed? En hoe zit het met de kwaliteit?

Eén blik op de website Nationale Atlas Volksgezondheid – waarop de overheid de wachttijden voor allerlei zorgonderzoek bijhoudt – zegt genoeg: de wachtlijsten in Nederland zijn nog lang geen verleden tijd.

Bij een CT-scan valt het mee: in de meeste ziekenhuizen kun je daarvoor binnen maximaal drie weken terecht. Bij een MRI kan dat echter oplopen tot zes weken en voor een gastroscopie (een kijkonderzoek in de slokdarm en de maag) tot zelfs wel twaalf weken. Een paar weken wachten is niets op een mensen-leven. Maar als je bijvoorbeeld met een pijnlijke knie, rug of maag zit, voelt dat als een eeuwigheid.

De afgelopen jaren is het aantal diagnostische onderzoeken snel toegenomen. Werden er in 2003 bijvoorbeeld nog 75.000 MRI’s gemaakt, inmiddels is dat aantal bijna vertienvoudigd. Jaarlijks stijgt de vraag naar MRI’s met 10 à 12 procent. Dat heeft met het toenemend aantal ouderen te maken, maar ook met betere technieken. Hoe meer lichamelijke problemen artsen kunnen opsporen en behandelen, hoe meer vraag er is naar goede diagnostiek.

Van 37 naar 184 in vijf jaar

Ziekenhuizen blijken niet altijd in staat om goed in te spelen op de groeiende vraag naar diagnostische onderzoeken, onder andere vanwege hun grote, ingewikkelde organisatie. Bovendien hebben ziekenhuizen te maken met spoedgevallen. Die gaan vanzelfsprekend voor, maar ze zorgen er wel voor dat patiënten met minder dringende klachten soms lang(er) moeten wachten.

Bij een zelfstandige kliniek – een private zorginstelling met een speciale overheidsvergunning om reguliere (door de zorgverzekeraar betaalde) zorg te leveren – hoeven patiënten bijna nooit te wachten. Dat komt doordat zo’n kliniek zich toespitst op één taak, bijvoorbeeld onderzoek doen. In tegenstelling tot een ziekenhuis heeft een zelfstandige kliniek nooit te maken met acute patiënten, waardoor afspraken goed zijn in te plannen. En komen er in een bepaalde periode meer patiënten dan waar overdag tijd voor is, dan blijft de kliniek gewoon ’s avonds of in het weekend open.

Het aantal zelfstandige klinieken groeit snel. In 2005 waren er 37, in 2010 al 184. 90 procent van de zorg in de zelfstandige klinieken is medisch noodzakelijk en wordt door zorgverzekeraars vergoed. De overige 10 procent bestaat vooral uit cosmetische ingrepen en andere onverzekerde zorg, zoals een preventieve total bodyscan. De meeste klinieken richten zich op één specialisme, zoals orthopedie, cardiologie, gynaecologie, dermatologie of tandheelkunde. Bij vrijwel alle klinieken kun je voor een diagnose terecht, vaak ook voor behandeling.

Wachtlijsten wegwerken

Bij de negen vestigingen van de DC|Groep kun je voor beide terecht. "In 1995 besloot een aantal radiologen van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis in Amsterdam een eigen kliniek te beginnen", vertelt operationeel directeur Anneke Snelder. "Ze dachten dat ze de aanvragen van huisartsen voor bijvoorbeeld een röntgenfoto, een echo of een mammografie op die manier sneller en beter konden regelen. Dat bleek inderdaad het geval."

Vanwege de lange wachttijden werden er in de loop der jaren ook andere onderzoeken aan het aanbod van DC|Groep toegevoegd. Een MRI-scan bijvoorbeeld, en een endoscopie (maag- en darmonderzoek). Met uitzondering van de endoscopie kunnen patiënten voor alle onderzoeken binnen 24 uur bij DC|Groep terecht. 90 procent van hen is doorverwezen door de huisarts.

Bij de vier vestigingen van een andere grote keten van diagnostische klinieken, het MRI Centrum, komt twee derde van de patiënten op verwijzing van de huisarts en een derde op verwijzing van de specialist. Toen radioloog Erik Veldhuizen in 1998 met het MRI Centrum startte, had hij maar één doel voor ogen: de wachtlijsten voor MRI-onderzoeken wegwerken.

Omdat de vraag bleef toenemen, opende hij meer vestigingen in verschillende delen van het land. En de volgende filialen staan alweer gepland. "In onze centra maken we inmiddels zo’n 25.000 MRI’s per jaar", vertelt Veldhuizen. "Dat is bijna acht keer zoveel als een gemiddeld ziekenhuis doet. We bieden alle mogelijke vormen van MRI-onderzoek aan, maar het meest gevraagd zijn MRI’s van de knie, de rug en de hersenen. In 2010 verwees 94 procent van alle ziekenhuizen in Nederland een of meerdere patiënten naar ons door."

Nodig: verwijsbriefje

Om terecht te kunnen in een zelfstandige kliniek heb je een verwijsbriefje nodig. "Daar hebben we heel bewust voor gekozen”, zegt Veldhuizen. "Je moet geen onderzoek doen als het niet echt nodig is. Bovendien: aan een uitslag alleen heb je niet zoveel. Je hebt een arts nodig om die voor je te interpreteren en je te vertellen of er verdere behandeling nodig is."

De werkwijze in de diagnostische klinieken is overal ongeveer hetzelfde. Nadat het onderzoek is uitgevoerd, worden de beelden en de uitslag naar de arts gestuurd die het onderzoek heeft aangevraagd. Desgewenst kan de patiënt tegen betaling van een klein bedrag (meestal tussen de €10 en €25) een kopie op cd ontvangen. Zijn eigen arts bespreekt de uitkomsten vervolgens met de patiënt en besluit of behandeling nodig is.

Meestal is het de huisarts of specialist die het initiatief neemt om een patiënt naar een zelfstandige kliniek door te sturen. Maar zowel bij DC|Groep als bij het MRI Centrum merken ze dat patiënten steeds vaker zelf om een verwijzing vragen. Lang niet alle artsen weten namelijk wat de mogelijkheden voor diagnostiek buiten het ziekenhuis zijn. 

Als dat in het belang van zijn patiënt is, zal een arts er over het algemeen niet moeilijk over doen als iemand om een verwijzing naar een diagnostische kliniek vraagt. Toch werken vooral ziekenhuizen daar niet altijd even gemakkelijk aan mee. Het TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg bijvoorbeeld ontraadt patiënten op de website om een MRI in een zelfstandige kliniek te laten maken, omdat dat niet volgens dezelfde protocollen zou gebeuren als in het ziekenhuis. Bovendien zouden digitale bestanden uit de kliniek niet in het computersysteem van het ziekenhuis passen. Zowel Erik Veldhuizen als Anneke Snelder ontkent dat. Volgens hen is een op een cd aangeleverde MRI uit een zelfstandige kliniek in elk ziekenhuis in Nederland bruikbaar.

Ernaar gevraagd, zegt de Vereniging van Ziekenhuizen dat ze geen mening heeft over de kwaliteit of bruikbaarheid van het onderzoek in zelfstandige klinieken. Maar volgens de brancheorganisatie is het wel zo dat steeds meer ziekenhuizen zelf een zelfstandige kliniek beginnen of daar nauw mee gaan samenwerken.

Wel of niet vergoed

Het beleid van een zorgverzekeraar kan een ander obstakel vormen voor een medisch onderzoek in een kliniek. Zorgverzekeraars vergoeden zo’n onderzoek vaak alleen als ze een contract met de betreffende kliniek hebben gesloten. Grote ketens van klinieken hebben vaak met veel zorgverzekeraars een contract (DC|Groep heeft alleen geen contract met Menzis; het MRI Centrum alleen niet met UVIT voor door de huisarts doorverwezen patiënten), maar dat geldt niet voor alle zelfstandige klinieken.

Zelfs als er sprake is van een contract tussen de twee, dan nog stelt een zorgverzekeraar soms aanvullende eisen. Koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland heeft hierover geen eenduidig beleid. Elke zorgverzekeraar kan dus zelf bepalen of ze onderzoek in een bepaalde kliniek vergoeden of niet.

Aanvullende eisen

Een voorbeeld van zo’n aanvullende eis van een zorgverzekeraar is dat je na de snellere diagnose ook eerder behandeld moet worden. Maar dat is niet altijd het geval. Als je huisarts het onderzoek heeft aangevraagd, zal hij de uitslag snel met je bespreken. Is de specialist de aanvrager, dan moet je soms enkele weken wachten voor een afspraak waar je de uitslag hoort. Wat er vervolgens gebeurt, hangt af van de diagnose.

Blijkt dat er sprake is van een spoedeisend probleem, dan kun je natuurlijk direct in het ziekenhuis terecht. Bij minder dringende problemen kan een klacht vaak met medicijnen worden opgelost. Soms is er een operatie nodig waar in het ziekenhuis alsnog een wachtlijst voor bestaat. In dat geval kun je in overleg met je zorgverzekeraar kijken of je daarvoor ergens anders terecht kunt. Bijvoorbeeld in een ander ziekenhuis of in een zelfstandige kliniek waar behandelingen worden gedaan. Overigens kan uit het onderzoek natuurlijk ook blijken dat er niets aan de hand is. Dan ben je gauw klaar. In dat geval heb je zeker voordeel van een snelle(re) diagnose.

Kwaliteitseisen

Hoewel zelfstandige klinieken steeds gewoner worden in ons straatbeeld, bestaan er toch nog diverse vooroordelen over de zorg die er wordt geleverd. Dat de artsen er vooral op uit zijn snel geld te verdienen en daardoor minder oog hebben voor kwaliteit bijvoorbeeld.

Dat is onterecht, meent Marcel Canoy, bijzonder hoogleraar concurrentie en regelgeving in de zorg aan de Universiteit van Tilburg. "Zelfstandige klinieken moeten aan dezelfde wettelijke kwaliteitseisen voldoen als ziekenhuizen", zegt hij. "Ze worden dus ook door de Inspectie voor de Gezondheidszorg gecontroleerd."

Daar komt bij dat zelfstandige klinieken concurreren met ziekenhuizen. "Ze moeten het hebben van hun goede reputatie", aldus Canoy. "Leveren ze slecht werk, dan stuurt geen arts zijn patiënten meer naar hen door. De klinieken zijn er dus ontzettend op gebrand dat patiënten en verwijzers tevreden zijn."

Of de diagnostiek (en de behandelingen) in zelfstandige klinieken even goed of zelfs beter zijn dan in ziekenhuizen, is nooit onderzocht. "Maar het is goed voorstelbaar dat klinieken die zich specialiseren in één taak, daar door hun ervaring heel behendig in worden", zegt Canoy. "Bovendien combineren veel specialisten hun taken in een ziekenhuis met een baan in een zelfstandige kliniek." Hij stelt dat iedereen dát moet doen waar hij goed in is. "Klinieken blinken uit in het organiseren van simpele, planbare zorg. Als zij die de ziekenhuizen uit handen nemen, kunnen de specialisten daar meer tijd besteden aan waar zij het beste in zijn: spoedeisende en complexe zorg. Uiteindelijk heeft iedereen daar baat bij. Ik verwacht dan ook dat die verdeling van taken de komende jaren alleen maar wordt uitgebreid."

Goede koffie

Wie weleens in een kliniek is geweest, weet dat het er in de meeste gevallen heel anders uitziet dan in een ziekenhuis, met de marmeren gangen, zacht leren fauteuils en geurige espressokoffie in de wachtkamer. Maakt al die luxe de snelle zorg niet veel duurder? "Integendeel", zegt Canoy. "Omdat klinieken zich specialiseren, kunnen ze de zorg beter plannen en goedkoper aanbieden. Ze houden dus meer geld over voor bijvoorbeeld goede koffie."

Hoe vindt u een goede kliniek?

- Wachttijd voor een onderzoek in het ziekenhuis te lang? Vraag of uw huisarts of specialist u doorverwijst naar een zelfstandige kliniek voor diagnostiek.
- Niet alle artsen zijn op de hoogte van de mogelijkheden buiten het ziekenhuis. Ga in dat geval zelf op zoek naar een geschikte kliniek en vraag uw arts om een verwijsbrief.
- Op www.zkn.nl, de website van de branchevereniging Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), vindt u een overzicht van alle zelfstandige klinieken met het ZKN-keurmerk. De eisen van dat onafhankelijke keurmerk voor onder andere kwaliteit, veiligheid en service gaan verder dan die in de wet staan.
- Volgens de wet mag iedereen zijn eigen arts kiezen. Dat geldt ook voor het doen van medisch onderzoek. Wil uw huisarts of specialist u niet doorverwijzen naar een snelle kliniek? Schakel dan de afdeling zorgbemiddeling van uw zorgverzekeraar in.
- Voorafgaand aan een onderzoek in een zelfstandige kliniek is het slim om altijd toestemming aan uw zorgverzekeraar te vragen.

Bron(nen):

Reactie toevoegen