Als de een wegvalt, wat krijgt de ander dan?

Getty Images

Redt uw partner het financieel als u er straks misschien niet meer bent, of kunt u nog rondkomen als uw partner overlijdt? Een belangrijke vraag. Het antwoord valt soms vies tegen.

Veel mensen schatten de bedragen die hun partner bij hun eigen overlijden ontvangen te hoog in. Zo denken vier op de tien mensen dat het geld dat de partner ontvangt als ze voor de pensioenleeftijd overlijden, overeenkomt met 70 procent van het laatstverdiende salaris. Dat meldt het platform Wijzer in geldzaken.

Slechts een op de acht Nederlanders schat de uitkering voor de nabestaande realistisch in, en denkt dat het gaat om een bedrag ter hoogte van 50 procent van het laatstverdiende salaris.

Veel mensen gaan er dus vanuit dat de overheid of het pensioenfonds klaarstaat met een uitkering wanneer iemand weduwe of weduwnaar wordt. Maar dat is al jaren niet meer zo. De Algemene nabestaandenwet (Anw) is behoorlijk uitgekleed. U heeft alleen recht op Anw na overlijden van uw partner als u voldoet aan één van deze voorwaarden:

- U heeft kinderen onder de 18 jaar

- U bent voor minimaal 45% arbeidsongeschikt.

Voldoet u niet aan één van deze voorwaarden? Dan heeft u geen recht op Anw. Bij sommige pensioenfondsen kunt u wel een compensatie krijgen als u geen nabestaandenuitkering van de SVB kunt krijgen. Neem hiervoor contact op met het pensioenfonds van uw overleden partner om te kijken of dit ook voor u geldt.

Heeft u een inkomen of een uitkering? Dan is dat van invloed op de hoogte van de Anw. Wie bijvoorbeeld meer verdient dan €2.577,20 bruto per maand (2018) heeft geen recht meer op Anw.

Voldoet u wel aan de voorwaarden? Normaal gesproken ontvangt de SVB van de gemeente bericht van het overlijden van uw echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner. Daarna ontvangt u binnen twee weken de aanvraagformulieren Anw. Mocht dat niet het geval zijn, dan kunt neem dan contact op met de Sociale Verzekeringsbank.

Voorbeeld 1

Weduwe van 50 jaar met kinderen
Marijke is 50 jaar als haar man Hans overlijdt. Hun dochters zijn dan 17 en 19 jaar. Marijke is niet arbeidsongeschikt. Omdat een van haar dochters nog geen 18 is, heeft Marijke recht op een Anw-uitkering van €1203,65 bruto per maand (2018). Tot 2013 kwam daar nog een 'halfwezenuitkering' voor kinderen bij, maar die is komen te vervallen. Marijke ontvangt daarnaast geen uitkeringen en heeft geen inkomen. Wel ontvangt ze een aanvullend nabestaandenpensioen van een verzekeraar. Die heeft geen invloed op de Anw. Marijke ontvangt iedere maand het volledige bedrag. Totdat de jongste dochter 18 jaar wordt. Daarna vervalt het recht op Anw.

Voorbeeld 2

Ria is 60, haar man Hans (62) komt te overlijden. Ze hebben samen drie kinderen van 33, 35 en 37 jaar oud. 
Ria werkt 1 dag in de week en doet daarnaast vrijwilligerswerk. Ze is niet arbeidsongeschikt. Ria krijgt geen Anw. Ze kan hoogstwaarschijnlijk wel een partnerpensioen aanvragen bij het pensioenfonds (of fondsen) van haar overleden man. De hoogte van dat pensioen kan sterk verschillen en is onder meer afhankelijk van de pensioenvorm.

Reken u niet rijk met het partnerpensioen!

Werknemers die pensioen opbouwen, zijn via hun pensioenfonds meestal ook verzekerd voor een nabestaandenpensioen: een uitkering voor de partner en eventuele minderjarige kinderen wanneer de werknemer overlijdt. Veel mensen denken dat het nabestaandenpensioen (ook wel partnerpensioen genoemd) 70 procent bedraagt van het ouderdomspensioen, maar dat is lang niet altijd zo. Vaak is het lager, bijvoorbeeld 50 procent, afhankelijk van de pensioenregeling. Sommige regelingen kennen een tijdelijk partnerpensioen, ook wel Anw-hiaatpensioen of nabestaandenoverbruggingspensioen genoemd. Dit pensioen compenseert het gemis aan Anw.

Omdat de regelingen zo sterk verschillen, is het beste advies dat we u kunnen geven om contact op te nemen met uw pensioenfonds(en) en te vragen naar de hoogte van het partnerpensioen. Of kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl
 

LET OP! Partnerpensioen: potje opbouwen of geld vervalt

Steeds meer pensioenregelingen stappen over van een partner­pensioen met waardeopbouw naar een partnerpensioen op risico­basis. Bij de laatste variant bestaat er alleen recht op pensioen zolang de deelnemer premie betaalt. Stopt de premiebetaling, bijvoorbeeld bij ontslag of pensionering, dan vervalt het recht op nabestaandenpensioen. Deze regeling is goedkoper dan een partnerpensioen met waardeopbouw, dat een soort spaarpotje vormt: de deelnemers betalen minder premie.

Als uw pensioenregeling een ­spaarpotje heeft voor het partnerpensioen, kunnen u en uw partner vóór pensionering kiezen wat u met dit spaarpotje wilt doen: laten staan als partnerpensioen of inruilen voor een hoger ouderdoms­pensioen. Kiest u voor het laatste, dan krijgt u per maand een hoger pensioen, maar ontvangt uw partner niets wanneer u overlijdt. Daarom moet de partner een beslissing tot uitruil mede-ondertekenen. Het ouderdomspensioen kan hierdoor 10 tot 20 procent hoger uitpakken. Maar het risico voor degene die achterblijft, is groter.

Bij een verzekering op risicobasis geldt het omgekeerde: vóór de pensioendatum kunt u kiezen of u het partnerpensioen ook na pen­sionering verzekerd wilt hebben. U kunt dan 10 tot 20 procent van uw ouderdomspensioen inruilen voor een verzekerd partnerpensioen. Ook bij ontslag hebt u die keuze.
 

Voorbeeld 3

Nét 65 en weduwe
Anneke en haar man Bert zijn net 65 jaar en zes maanden als Bert plotseling overlijdt. Hij was altijd kerngezond, Anneke was juist degene die kwakkelde. Om die reden hadden ze – zonder lang nadenken – het verzekerde partnerpensioen ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen. Anneke had daarvoor haar handtekening gezet. Daardoor heeft ze nu geen recht op partnerpensioen. Het enige wat haar rest, is een AOW-uitkering.


Samenwonen? Let dan goed op!

Soms speelt de vraag: wie is de partner? Bij gehuwden is dat duidelijk. Een boterbriefje is voldoende om voor partnerpensioen in aanmerking te komen. Hetzelfde geldt voor geregistreerd partnerschap. Woont u samen, dan doet u er goed aan bij het pensioenfonds na te vragen of er partnerpensioen is voor de ongehuwde partner en wat de voorwaarden zijn. Een samen­levingscontract is meestal vereist, soms een minimale samenwoon­duur van een half tot vijf jaar. Zorg in ieder geval dat de samenwoonpartner is aangemeld bij het pensioenfonds.
 

Voorbeeld 4

Geen samenlevingscontract
Lucas (66) en Ruud (71) wonen al 25 jaar samen. Als Ruud overlijdt, vraagt Lucas partnerpensioen aan bij het pensioenfonds van Ruud. Daar wijst men zijn verzoek af, omdat het stel geen samenlevings­contract had. Lucas moet het voortaan doen met zijn (voor ­alleenstaanden verhoogde) AOW-uitkering en zijn eigen pensioen.
partners

Dit kunt u zelf nog doen

Samenwonend? Controleer of de pensioenregeling voorziet in partnerpensioen voor uw partner – en onder welke voorwaarden.

Gescheiden? Zoek uit of u recht hebt op een deel van elkaars partnerpensioen. Hebt u hierover niets afgesproken bij de scheiding, dan gaat al het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd naar de ex-partner. Een eventuele nieuwe partner krijgt daardoor minder partnerpensioen. Als het partnerpensioen op risicobasis is verzekerd, krijgt de ex-partner geen partnerpensioen.

Te weinig pensioen? Op www.mijnpensioenoverzicht.nl kunt u zien hoeveel ouderdoms- en nabestaandenpensioen u hebt opgebouwd. Is dit ontoereikend? Vraag uw pensioenfonds of het een optie heeft voor extra partnerpensioen. Of onderzoek of het financieel haalbaar is om een (extra) overlijdensrisicoverzekering of lijfrenteverzekering af te sluiten.

Auteur 
  • José Mast