Niets gedaan met periodiek verrekenbeding; wat nu?

Getty Images

Voor ons trouwen hebben mijn vrouw en ik huwelijkse voorwaarden laten opstellen. Een van die bepalingen gaat over het jaarlijks verrekenen. Wij hebben hier eigenlijk nooit iets mee gedaan maar we hebben inmiddels wel begrepen dat als we niets doen dit na het overlijden van een van ons tot problemen kan leiden; klopt dat?

In veel huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden zijn de door u genoemde verrekenbedingen opgenomen. We moeten daarbij het onderscheid maken tussen het jaarlijks/periodiek verrekenbeding en het finaal verrekenbeding. Het periodiek verrekenbeding is vrijwel altijd gekoppeld aan de bijdragen van de echtgenoten/partners aan de ‘huishoudpot’. In de huwelijkse voorwaarden zal ook beschreven zijn wat er precies moet gebeuren met het geld dat over is (overgespaard) of als een van de echtgenoten/partners meer heeft bijgedragen aan de huishoudelijke kosten dan op grond van het inkomen verwacht mag worden en binnen welke termijn er iets gedaan moet worden. Wanneer de ene echtgenoot of partner meer heeft betaald dan de ander zal dat verrekend moeten worden met de andere echtgenoot/partner.

Het finaal verrekenbeding bepaalt in de regel dat bij echtscheiding of overlijden het totale  vermogen verdeeld moet worden als ware het echtpaar/de partners in gemeenschap van goederen getrouwd. Bij een periodiek verrekenbeding moet het overgespaarde deel of dat wat de ene partner meer heeft bijgedragen vaak binnen een jaar na het verstrijken van het kalenderjaar verrekend worden. In de praktijk gebeurt dit echter niet of nauwelijks. Daarmee verliest de partner die meer bijdraagt aan de huishouding in principe zijn of haar recht om het overgespaarde deel te verrekenen. U kunt het niet naleven van het periodiek verrekenbeding repareren door alsnog over de voorgaande jaren te verrekenen. Ook bij een echtscheiding kan dit alsnog door aan het einde van het huwelijk een vaststellingsovereenkomst op te stellen waarin de partners alsnog een en ander verrekenen. 

Is er op moment van een overlijden niets gebeurd en ook niets gecorrigeerd dan wordt er in principe vanuit gegaan dat de nalatenschap bestaat uit 50% van alle bezittingen min schulden (50% van het totale vermogen). Dit hoeft natuurlijk geen enkel probleem te zijn. Mits de erfgenamen en/of de langstlevende partner dit voldoende aannemelijk kunnen maken, is verrekening nog steeds mogelijk. De erfgenamen van de overleden echtgenoot/partner belanden dan vermoedelijk wel in een situatie van veel  ‘getouwtrek’. Het is in de meeste gevallen verstandig om het periodiek verrekenbeding uit te voeren om later problemen te voorkomen zodat de kinderen en de langstlevende ouder dan niet in een onaangename discussie verzeild raken. Is er ook een finaal verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden opgenomen dan voorkomt dat grotendeels dergelijke problemen. Er is dan duidelijk dat er verrekend moet worden alsof er een gemeenschap van goederen bestond.

Mr. Nicole Goud
Getty Images
Mr. Nicole Goud is fiscalist en jurist. Zij is ruim 15 jaar als belastingadviseur werkzaam geweest, heeft een aantal jaren gewerkt binnen de advocatuur en als auteur bij een opleidingsbedrijf voor financiële dienstverlening op het gebied van o.a. erfrecht, familierecht, en het fiscale recht (erf- en schenkbelasting, inkomstenbelasting, bedrijfsopvolging). Ook heeft zij ervaring in de notariële boedelpraktijk. Sinds een aantal jaar is zij eigenaar van Akto, uw erfcoach en meer (www.akto.nu) en houdt zij zich bezig met financieel en juridisch advies voor senioren met de focus op de afwikkeling van nalatenschappen. Sinds 21 maart 2019 is zij ook RegisterExecuteur.
Auteur 
  • Mr. Nicole Goud