Duizenden patienten mogen weer autorijden

Goed nieuws voor mensen met lichte dementie, een beroerte, chronisch hartfalen en slaapstoornissen. Ze mogen in veel gevallen terug achter het stuur.

Wie ziek is en toch in de auto stapt, kan een gevaar zijn op de weg. Een epileptische aanval in de auto bijvoorbeeld kan heel wat brokken veroorzaken. Daarom heeft het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in de Regeling Eisen Geschiktheid 2000 vastgelegd bij welke ziektes en onder welke voorwaarden we wel of niet mogen blijven rijden. Die regels worden in de loop der jaren steeds verder verfijnd, op advies van de Gezondheidsraad.

De wetenschap staat immers niet stil: sommige ziektes kunnen beter worden behandeld of onder controle gebracht. Zo kunnen de negatieve gevolgen van slaapstoornissen nu vrijwel volledig worden beheerst. Ook is er sprake van ‘voortschrijdend inzicht’: wat vroeger ernstig leek, blijkt in de praktijk toch mee te vallen. Zo zijn de gevolgen van een TIA of beroerte in lang niet alle gevallen desastreus.

Lichte dementie
Door versoepeling van de regels mogen duizenden mensen die tot voor kort de auto moesten laten staan, terug achter het stuur. Het gaat hier om het klein rijbewijs voor motoren en personenauto’s bij privégebruik. Een belangrijke verandering betreft dementie­patiënten. Zij mochten nooit autorijden, ongeacht het stadium van hun ziekte. Sinds februari mag rijden wel bij lichte dementie, mits de patiënt kan laten zien de auto goed onder controle te hebben.

Door medische vooruitgang kan dementie nu ook worden opgespoord in een zeer vroeg stadium en dan is veilig autorijden nog wel degelijk mogelijk. De nieuwe norm: patiënten met lichte dementie die de verplichte rijtest van het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) goed doorstaan, zijn voor een jaar ‘rijgeschikt’.

Na een TIA
Bij de beoordeling van medische rijgeschiktheid is er steeds vaker sprake van maatwerk. Waar vroeger in algemene termen werd gesproken over rijgeschiktheid —  iemand heeft dementie en mag niet rijden, punt uit — wordt er nu steeds meer gekeken naar een specialistisch rapport en een rijtest.

De grootste doorbraak betreft de procedure rond TIA en beroerte. Voorheen gold een rijverbod voor zes maanden, nu is deze termijn drastisch teruggeschroefd naar twee weken. Als er zich in de eerste twee weken na de TIA of beroerte geen problemen voordoen, mag men blijven rijden. Wie toch fysiek last heeft, bijvoorbeeld verminderde kracht in de arm, mag drie maanden niet rijden. Daarna is een specialistisch rapport vereist en een rijtest bij het CBR. Is de uitslag daarvan positief, dan wordt een rijgeschiktheid voor maximaal vijf jaar afgegeven.

Logisch als je de nieuwste wetenschappelijke inzichten over de gevolgen van een TIA of beroerte kent: veel mensen herstellen er snel van en hebben nauwelijks last van restverschijnselen. Vaak omdat een TIA en beroerte sneller worden herkend en daardoor sneller kunnen worden behandeld, wat de kans op schadelijke gevolgen flink vermindert.

Flauwvallen
Ook op het gebied van bewustzijnstoornissen zijn de criteria voor rijgeschiktheid fors veranderd. Het gaat om mensen die tijdelijk het bewustzijn verliezen; flauwvallen hoort daarbij. Naar schatting valt de helft van alle mensen in zijn of haar leven wel een keer flauw.

Heftige emoties, stress, pijn, lang stilstaan of warmte kunnen het flauwvallen uitlokken. Vroeger gold dat wie één keer was flauwgevallen meteen de auto moest laten staan. De nieuwe regel: er geldt pas een rijverbod als je drie keer of vaker per jaar flauwvalt. De criteria zijn opgerekt, omdat wetenschappelijk onderzoek uitwees dat de kans op herhaling van flauwvallen tijdens het autorijden minimaal is.

Ook goed nieuws voor patiënten die kampen met chronisch hartfalen. Personen met lichte klachten mochten altijd al gewoon blijven
rijden. Nieuw is dat ook degenen met matige klachten rijgeschikt zijn, en wel voor een periode van maximaal drie jaar. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat niet de ziekte zelf, maar vooral de stabiliteit van de ziekte bepaalt of iemand veilig een auto kan besturen. Mensen met matige klachten zijn stabiel genoeg om aan het verkeer te kunnen deelnemen. Wel moeten mensen met chronisch hartfalen oppassen als hun medicatie wijzigt. Bij bepaalde medicijnen die invloed hebben op de bloeddruk, mogen ze een week lang niet in de auto stappen.

Slecht slapen
Wie lijdt aan slaapstoornissen, zoals slaap­apneu en narcolepsie, mag onder voorwaarden weer autorijden. Bij degenen die lijden aan slaapapneu stokt de adem tijdens het slapen; door de vele slaaponderbrekingen raken ze chronisch vermoeid. De kans is dan groot dat ze overdag zó moe zijn, dat ze wegdommelen achter het stuur. Slaapapneu komt vooral op oudere leeftijd voor.

Narcolepsiepatiënten kunnen overdag spontaan in slaap vallen, ook onder het rijden. Voor beide aandoeningen zijn er nu adequate behandelingen. Als die aanslaan, kunnen mensen met deze stoornissen toch rijgeschikt zijn.

Ook een kleine groep oogpatiënten profiteert van de nieuwe regels: wie een zogenaamde bioptische telescoop (een soort verrekijker op de brillenglazen) heeft, mag toch de auto weer in. Dat kan echter pas na een uitgebreide training en een succesvolle rijtest. Bovendien mag er alleen overdag worden gereden in een auto met automatische versnelling.

Voor alle andere ziektes en aandoeningen waarvoor beperkingen in rijgeschiktheid bestonden, blijven de oude regels van kracht. Mensen met epilepsie bijvoorbeeld, moeten nog steeds aan dezelfde eisen voldoen als voorheen, net als diabetici en personen die een hartinfarct hebben gehad.

Wanneer bent u strafbaar?
Stel, u krijgt een ziekte waarvoor een rijverbod geldt, moet u dan meteen uw rijbewijs inleveren? Er bestaat geen wettelijke verplichting om bij het CBR te melden dat u ziek bent. De verleiding is voor velen dan ook groot om door te blijven rijden. De vrijheid en onafhankelijkheid die een auto met zich meebrengt, geeft niemand graag op. Bovendien wordt er niet op gecontroleerd.

Maar u kunt wel in de problemen komen als u tegen beter weten in blijft rijden en bij een ongeluk betrokken raakt. U gaat dan niet vrijuit. U kunt strafbaar zijn wegens onverantwoordelijk verkeersgedrag, net zoals iemand strafbaar is die dronken achter het stuur zit. Ook de verzekeringsmaatschappij kan moeilijk doen en weigeren de schade te betalen.

Medisch rijgeschikt?
De versoepeling van de regels geldt voor het rijden met een ‘klein’ rijbewijs voor motoren en personenauto’s. Denkt u dat de nieuwe regels op u van toepassing zijn? Haal dan bij de gemeente het formulier ‘Eigen verklaring met geneeskundig verslag’ (kosten: €22,90) en vul tien vragen in. Het geneeskundig verslag laat u door een arts invullen.

Soms hebt u ook nog een medisch rapport van een specialist nodig. De kosten hiervan variëren, maar reken op ongeveer € 150. Dit alles stuurt u op naar het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen), dat vervolgens beoordeelt of u rijgeschikt bent, en zo ja voor hoe lang. In sommige gevallen is er een rijtest nodig. Dit is geen rijexamen. De rijtest is puur bedoeld om te kijken of iemand op een veilige en verantwoorde manier een auto kan besturen. De rijtest legt u af in uw eigen auto en is gratis.

De gehele procedure kan enige tijd in beslag nemen. Het CBR hanteert een maximale termijn van vier maanden. Overigens: vanaf het zeventigste levensjaar is elke automobilist verplicht een medische verklaring aan te vragen bij het vernieuwen van het rijbewijs.

Kijk voor gedetailleerde informatie over de nieuwe regeling op de website van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen: www.cbr.nl

Pilletje op? Laat je rijden!
Behalve een ziekte of aandoening kunnen ook medicijnen u ongeschikt maken om auto te rijden. Pillen kunnen suf maken en het reactievermogen verminderen. U bent minder snel en alert, wat juist in het verkeer erg belangrijk is. Het effect van sommige medicijnen is minstens zo sterk als dat van een paar glazen alcohol. Veel mensen onderschatten dit nogal eens.

Rijgevaarlijke medicijnen zijn te herkennen aan de gele sticker op het doosje. Dat kunnen slaap- en kalmeringsmiddelen zijn, maar ook bepaalde antidepressiva, oogdruppels, morfine en antihoestmiddelen. Het is best lastig om te bepalen in welke mate een medicijn invloed heeft op het rijgedrag. De een reageert nu eenmaal anders op een

medicijn dan de ander. Ook de leeftijd speelt mee. Geneesmiddelen hebben meer effect op ouderen: ze zijn er gevoeliger voor en hun lichaam breekt het geneesmiddel minder snel af. Verder is de dosering en het tijdstip waarop het medicijn wordt ingenomen van invloed. Ook maakt het uit hoe lang u een medicijn al gebruikt. Mensen die morfine slikken bijvoorbeeld, kunnen vaak na een gewenningsperiode van twee weken alweer veilig achter het stuur.

Op www.rijveiligmetmedicijnen.nl staat een uitgebreide lijst van medicijnen waarmee u wel of niet mag autorijden. Ook kunt u op de website een virtueel testritje maken om te zien welke invloed medicijnen hebben op uw rijvaardigheid.

Met dank aan Jan van der Vlist, senior beleidsmedewerker en projectleider medische rijgeschiktheid bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bron(nen):
Trefwoorden: