Vraag het aan Romke: ‘Welke kruiden doen het goed in mijn tuin?’

Tijm, peterselie, dille of basilicum… Zelf kweken is makkelijker dan je denkt. En je hebt er twee keer plezier van. Eerst in de tuin, dan in de keuken.

Sinds moderne kookgoeroes als Yotam Ottolenghi onze keuken veroverd hebben, gebruiken we in één maand meer kruiden dan in de hele vorige eeuw bij elkaar. Wie groot is geworden met het ­klassieke ‘bouquet garni’ van peterselie, tijm en een laurierblaadje heeft een flinke inhaalslag moeten maken. Kruiden zijn ­gedroogd in potjes te koop, maar er gaat niets boven verse blaadjes. Die worden in de ­moderne recepten in zulke grote hoeveelheden ­gebruikt dat het lucratief wordt om ze zelf te kweken. Dat is leuk en bovendien niet moeilijk.

Om te beginnen heb je kruiden die je ieder jaar zaait in potten, bloem­bakken of de tuin. Dat zijn peterselie, selderij, ­koriander, kervel, dille en basilicum. En de ‘vergeten’ kruiden borage, anijs, ­pimpernel en karwij – die vaker als woord bij ­Scrabble dan als kruid in de keuken ­worden gebruikt. Peterselie en selderij zaai je vroeg in maart. Dan is de grond nog wel koud en het duurt lang voordat het zaad kiemt. Houd de grond al die tijd goed vochtig, anders duurt het nog langer. ­Koriander, kervel en dille zaai je tegen het einde van de maand, op rijtjes in de tuin of in ­potten. Zaai zo dun mogelijk, want net als veel andere kruiden houden ze er niet van te worden verplant.

Basilicum zaai je pas eind april of begin mei als de grond is opgewarmd, of vroeger in een pot binnenshuis. Basilicum is zo in de mode dat er wel tien variëteiten verkrijgbaar zijn. Voor pesto is de gewone Genovese het lekkerst, maar echte culi’s gebruiken ook kaneel­basilicum of Thaise basilicum, die een beetje naar anijs smaakt. Ik ben er niet dol op, maar bijen en hommels zijn dat wel en de Thaise bloeit lang en is mooi om te zien. ­Basilicum heeft warmte nodig. Ook de ­vergeten kruiden borage, anijs, pimpernel en ­karwij zaai je vanaf het late voorjaar, als de bodem wat is opgewarmd. De meeste kruiden houden van zon. Kervel en peterselie verdragen schaduw en staan graag koel. 

Kruiden die je moet zaaien zijn bewerkelijk, maar ­gelukkig worden ze ook in de ­supermarkt in potjes verkocht. Gebruik de blaadjes, gooi de gebruikte potjes niet weg, trek de potkluit voorzichtig uit ­elkaar en plant de plantjes uit. Een deel zal doodgaan, maar met de ­overlevers kun je de rest van het jaar vooruit. Dat scheelt een hoop gezaai. In recepten kom je vaak ‘platte’ peterselie tegen. Die zou meer smaak hebben dan krulpeterselie. Ik heb het verschil nooit kunnen proeven, maar platte peterselie ligt in rauwe vorm wat vriendelijker in de mond. Daartegenover staat weer dat ­gefrituurde krulpeterselie onmisbaar is als garnituur bij een garnalenkroket. 

Kruiden die als struikjes groeien, gaan jaren mee. Dat zijn bijvoorbeeld tijm, rozemarijn, salie, verveine (citroenverbena) en laurier. Laurier wordt vaak verkocht als schattig klein boompje, maar een volgroeide laurier wordt wel vijf meter hoog. Laurier is niet betrouwbaar winterhard. Toch zou ik hem in de tuin planten, op een beschutte plaats. Houd je hem in een kuip, dan kan de potkluit ­bevriezen. En om hem bij vorst naar ­binnen te brengen heb je welhaast een vorkheftruck nodig. 

Voor al deze ‘houtige’ kruiden geldt dat ze in de volle grond beter door de winter komen dan in een pot. Staan ze toch in potten of bakken, bescherm dan in ieder geval de potkluit tegen vorst met noppenfolie. Tijm, salie en rozemarijn kunnen veel vorst verdragen, maar hun wortels zijn kwetsbaar als ze in een pot staan. Verveine kan ’s winters het best naar binnen. Neemt de plant veel ruimte in, dan kan hij drastisch worden gesnoeid. Op een balkon is vorst meestal geen ­probleem.

Kruiden waar je geen omkijken naar hebt, zijn de vaste planten, zoals bieslook, citroenmelisse, venkel, lavas en wilde marjolein (oregano). Hoewel, ‘geen omkijken’ is al te optimistisch. Venkel kan zich flink uitzaaien en er is bovenmenselijke kracht voor nodig om een ­volwassen plant uit te graven. Maar al deze planten geven geen krimp in de ­winter, of ze nu in de volle grond of in potten staan. 

Een aardige vorm van bieslook is ­Chinese bieslook (Allium tuberosum), die met ­witte bloemen bloeit in september en waarvan het blad een milde knoflooksmaak heeft. Ook knoflook zelf is makkelijk te kweken. Veel variëteiten moeten al in de late herfst worden geplant, maar er zijn ook rassen die vroeg in maart nog geplant kunnen worden. 

Wie het leuk vindt om met kruiden te experimenteren, zou ook gember en citroengras op de vensterbank ­kunnen kweken. Koop wortelstokken van gember die stevig aanvoelen en stop wat je niet gebruikt in een bloempot. De wortels ­zullen uitlopen en na verloop van tijd oogst je je eigen gember. Citroengras koop je als stengels zonder wortels. Zet het onderste stuk van de stengel in een jampot met een laagje water en verhuis de stengel als er wortels verschijnen naar een bloempot. 

Tuintips van Romke
 

1. Bomen kun je in maart nog steeds planten, al is het aan de late kant. Kies eens een fruitboom in plaats van een sierboom. ­Bijvoorbeeld een kweepeer die uitgroeit tot een klein boompje. Geef hem een steunpaal in zijn eerste jaren en plant eerst de paal en daarna pas de boom. Zo voorkom je dat je de wortels beschadigt.

2. Maarts viooltje  (Viola odorata) is een van de weinige planten die het uithouden aan de voet van een ­beukenhaag. De bloemsteeltjes zijn kort, maar net lang ­genoeg voor een geurend boeket in een eierdopje.

 

 

3. Pioenrozen moeten nu alvast worden gesteund, tenzij ze enkelbloemig zijn. Gevuldbloemige pioenen zijn topzwaar, ­enkelbloemige blijven zonder steun overeind.

4. Vlinders zien we vanaf maart weer vliegen. De eerste is vaak de ­citroenvlinder. Deze legt zijn eitjes op wegedoorn en vuilboom (sporkehout), die eerder struik dan boom zijn. Het zijn geen spectaculaire struiken, maar ­achter in de tuin moet er toch wel een plaatsje voor te vinden zijn. Ook bijen zijn er, vanwege de langdurige bloei, blij mee.

 

 

5. Geel is de overheersende kleur van bloemen in het voorjaar. Wie een hekel heeft aan de knalgele ­forsythia’s zou een witte kunnen ­planten: Abeliophyllum distichum. Er bestaat ook een witte narcis, ‘Thalia’, die goed verwildert. 

6. Spreeuwen eten veel schadelijke insectenlarven. Wie graag spreeuwen in de tuin heeft, kan een aardewerken spreeuwenpot als nest aan de muur hangen. Die potten bestaan al eeuwenlang en zijn niet ontstaan uit dierenliefde, maar omdat jonge spreeuwen vroeger als lekkernij werden gegeten. De pot heeft achterop een opening, ­zodat ze makkelijk te oogsten waren.

7. Saffraan is de kostbaarste specerij. Een kilo saffraan is duurder dan een kilo goud. Het is de gedroogde stamper van de saffraankrokus (Crocus sativus), die makkelijk zelf te kweken is en in november bloeit. Met een schaartje kun je de knalrode stampers afknippen en ze drogen.

8. ‘Vroege’ ­bollen bloeien in maart. ­Eigenlijk had je die in de herfst al moeten planten, maar veel bolgewassen zijn ook bloeiend in potjes te koop. Gooi zo’n pot niet weg als ze zijn uitgebloeid, maar plant de bollen in de tuin. Ze zullen volgend jaar in de lente bloeien.

 

  Checklist maart

 

  •   Kuipplanten zoals de agapanthus kun je nu verpotten. Is er geen grotere pot beschikbaar, ververs dan het bovenste deel van de potgrond.
     
  •   Strooi compost over het gazon.
     
  •   Vroeg in maart kun je de vlinderstruik en pluim­hortensia snoeien.
     
  •   Zaai om de paar weken radijs in de volle grond of in potten. Het jonge blad is in salades te gebruiken en ook de zaaddozen zijn eetbaar en heerlijk knapperig.
     
  •   Ook andijvie, rode biet en tuinbonen kunnen worden gezaaid. Knoflook, aardperen en kropsla kunnen geplant.
     
  •   Knip siergrassen terug. Draag handschoenen, opdat je je vingers niet snijdt.
     
  •   Een goede manier om te onthouden wanneer je rozen moet snoeien: snoei ze als de forsythia bloeit.
     
  •   Klimop kan worden teruggesnoeid. Verwijder de ranken die zich aan raamkozijnen en dak­goten hebben gehecht. 
     
  •   Nestkastjes voor vogels kun je nog steeds ophangen, maar wacht hiermee niet tot het einde van de maand.
     
  •   Knotbomen zoals de bolacacia, bolcatalpa en knotwilg moeten voor half maart worden gesnoeid. Snoei ook leidinden.
     
  •   Geef planten die van zure grond houden, zoals ­rododendrons, skimmia’s en heide, een flinke dosis turfmolm.
     
  •   Als bestrating glibberig is door groene aanslag helpt het om wat scherp zand te strooien. Stap daarna niet met je schoenen op een parketvloer.
     
  •   Plant tegen het einde van de maand gladiolen, dahlia’s en anemonen.
     
  •   Houd vliesdoek, noppenfolie en rietmatten stand-by in verband met late nachtvorst.
Bron(nen):