Medicijnen voor je hart

Op latere leeftijd

Medicijnen om hart- en vaatziekten te voorkomen slik je vaak jaar in, jaar uit. Maar die pillen kennen ook bijwerkingen. Wegen de voordelen na je 75ste nog wel op tegen de nadelen? Arts-onderzoeker Milly van der Ploeg en huisarts Rosalinde Poortvliet laten hun licht schijnen over deze kwestie.

Het ouder worden gaat vaak gepaard met het slikken van steeds meer pillen. Onder 80-plussers gebruikt zelfs bijna één op de twee mensen medicijnen om hart- en vaatziekten te voorkomen. In feite gaat het om drie soorten medicijnen: bloeddrukverlagers, cholesterolverlagers en zogeheten plaatjesremmers – dat zijn anti­stollingsmedicijnen. “Mensen slikken een, twee of drie van deze soorten medicatie om het risico op hart- en vaatziekten te verlagen”, aldus Milly van der Ploeg, arts-onderzoeker aan het LUMC, tevens in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

Artsen schrijven de medicijnen voor om een hart- of vaatziekte te voorkomen, bijvoorbeeld als een patiënt eerder een hartaanval of hart- en vaatziekte heeft gehad. Huisarts en onderzoeker Rosalinde Poortvliet, ­tevens Van der Ploegs copromotor: “In een onderzoek is huisartsen gevraagd naar de redenen dat ze die medicijnen geven aan ouderen. Daaruit blijkt dat zij die vooral voorschrijven om beroertes te voorkomen; dat is zo’n beperkende aandoening, je wilt het risico daarop zo veel mogelijk verlagen.” Poortvliet herkent dat uit haar huisartspraktijk. “Mensen geven aan niet zo bang te zijn voor het einde, maar ze hebben wel angst om getroffen te raken door een beroerte.” Van der Ploeg: “Dit sluit aan bij wat ik tegenkwam in mijn onderzoek.”

Spierklachten

Bovengenoemde medicijnen hebben echter ook een keerzijde: bijwerkingen. “Verreweg de meeste mensen hebben hier geen last van”, stelt Van der Ploeg. “Voor een grote groep patiënten zijn ze gewoon goed.” Maar in sommige gevallen geven de medicijnen wél vervelende bijwerkingen, die de vitaliteit kunnen aantasten. “Mensen worden wankel ter been en vallen vaker. We horen ook dat mensen spierklachten krijgen van cholesterolverlagers: ze hebben spierpijn of hun spieren voelen stram aan. Sommige mensen die plaatjesremmers gebruiken, krijgen sneller last van blauwe plekken.”

Onbekend

Zou het kunnen dat stoppen met deze medicijnen op een bepaalde leeftijd opweegt tegen het doorgaan? “Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden”, zegt Van der Ploeg. Het probleem is, om te beginnen, dat in de wetenschappelijke literatuur maar weinig bekend is over het effect van deze medicijnen op mensen van 75 jaar en ouder. “We weten best veel over de effecten op mensen van 50 tot 70 jaar, die zijn goed vertegenwoordigd in het onderzoek. Maar naarmate de leeftijd toeneemt, is er minder duidelijk. Er is weinig informatie bekend over de voordelen en bijwerkingen van deze medicijnen, simpelweg omdat er minder onderzoek naar is gedaan onder mensen van 75 jaar en ouder. En er is helemaal weinig onderzoek gedaan naar de effecten van het stoppen met deze medicatie.”

Voor dokters, zoals huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde, is niet glashelder wat ze hun patiënten moeten adviseren. In de richtlijnen, die zich baseren op wetenschappelijk onderzoek, is namelijk niets vastgelegd over 75-plussers en het langdurige gebruik van deze medicijnen. “De standaard voor huisartsen is: ‘overleg met uw patiënt’, omdat er zo veel niet duidelijk is”, zegt Poortvliet. Van der Ploeg: “Als arts wil je je patiënt natuurlijk goed voorlichten, maar je staat met lege handen. Dat is lastig.” Poortvliet vult aan: “Niet alle artsen zullen geneigd zijn om met de medicatie te stoppen als er geen duidelijke aanleiding is. Je weet niet precies wat de gevolgen zijn.”

Puzzel

In december 2020 heeft het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) een richtlijn uitgebracht die huisartsen helpt bij de vraag wanneer minderen of stoppen met medicijnen voor ouderen te overwegen is. Maar stoppen of doorgaan blijft een moeilijk besluit. Algemene regels zijn er niet. Het hangt van allerlei zaken af en zeker niet alleen van de leeftijd, eerder van de vitaliteit. “De mensen die de medicatie zijn gaan gebruiken, worden steeds ouder. Vaak zijn ze niet zo vitaal als toen ze ermee begonnen; ze veranderen. De bloeddruk verlaagt vanzelf een beetje zo na je 80ste, 85ste jaar. Al dat soort feiten telt mee.”

Daarbij komt: de verschillende medicijnen werken allemaal anders. “Ze lossen ieder een stukje van de puzzel op en werken samen”, zegt Poortvliet. “Om het nog ingewikkelder te maken: het beschermende effect van cholesterol- en bloeddrukverlagers treedt over het algemeen niet meteen op. Wanneer iemand wil stoppen, is het effect evenmin snel merkbaar. Dat geldt overigens niet voor plaatjesremmers, die hebben een beschermend effect dat directer is.” Het is daarnaast niet eenvoudig om te achterhalen welke medicijnen een bijwerking geven. Van der Ploeg: “Veel mensen gebruiken meerdere medicijnen tegelijk, welke is dan de boosdoener?”

Keuzehulp

Van der Ploeg en Poortvliet willen artsen helpen bij deze keuzes met een speciale keuzehulp voor dokter en patiënt. Die zouden daarmee moeten kunnen bepalen of het voor de patiënt verstandig is te starten of door te gaan met medicijnen om zo het risico te verminderen op hart- en vaatziekten, of dat stoppen een optie is. Van der Ploeg werkt samen met haar copromotor, huisarts Rosalinde Poortvliet, aan dit hulpmiddel. “Het is niet zo eenvoudig als een kookboek, maar het kan artsen en patiënten wel helpen in het gesprek, als je wilt weten of je in aanmerking komt om te stoppen met medicatie. Zo kun je als patiënt beter beslissen of deze medicijnen nog zin hebben, of dat ze alleen maar bijwerkingen geven en je beter af bent zonder.”De keuzehulp is nog niet klaar, maar de onderzoekers kunnen al wel een tipje van de sluier oplichten. “Of iemand in aanmerking komt om te starten of te stoppen met bepaalde medicijnen, hangt niet zozeer van een bepaalde leeftijd af. Het voornaamste dat telt is: heb je al hart- en vaatziekten gehad, hoe vitaal ben je? En: hoe gemotiveerd ben je om te stoppen?”

Gesprek

Als je wilt weten of dit ook geldt voor je eigen medicijnen – of die van je ouders – kun je gerust het gesprek aangaan, adviseren de dokters. Woon je nog thuis, dan kun je een afspraak maken met de huisarts; vaak heeft deze een praktijkondersteuner die het medicijngebruik bijhoudt. Poortvliet: “Je kunt dit gesprek ook aanvragen bij je apotheker, al verschilt het per regio in hoeverre je een beoordeling van je medicatie kunt aanvragen.” Van der Ploeg: “In het verpleeghuis is het gebruikelijk dat de specialist ouderengeneeskunde – vaak samen met de apotheker en verpleegkundige – jaarlijks van iedere bewoner de lijst met medicijnen kritisch langsloopt. Ze kijken dan of er iets mist, of ze elkaar misschien tegen kunnen werken en of er medicijnen op de lijst staan waar je vraagtekens bij kunt zetten.” Meestal neemt de arts of de apotheker het initiatief voor een dergelijk overleg, maar ook een bewoner of familielid kan het aankaarten.Zoals bij alle medicijnen is het goed een afweging te maken tussen de voor- en nadelen, vinden de onderzoekers. Wel is het belangrijk dat je niet op eigen houtje stopt. “Als je twijfelt of denkt dat je last hebt van bijwerkingen of klachten: maak vooral een afspraak en bespreek het.”

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine oktober 2021. Abonnee worden van het blad? Dat doet u in een handomdraai!

 

Bron(nen):