De gelukkigste periode in mijn leven

Wat maakt je nou écht gelukkig? En hoe kun je het geluksgevoel vergroten? Plus Magazine deed onderzoek, lezers vertellen wanneer zij het gelukkigst zijn (of waren) en gelukonderzoekers komen met blij makende feiten.

Wat is geluk? Dat is de ochtendzon op je gezicht, de schaterlach van een peuter, de blik van verstandhouding met een ­dierbare… Het zijn al die kleine, ­kostbare momenten waarop je je ­gelukkig voelt. Ze overvallen je en hup, weg zijn ze weer. Daarnaast is er een ­ander geluk. Dat gaat veel meer over levenstevredenheid. Over hoe ­gelukkig je in het algemeen bent. Uit internationale studies blijkt dat ­mensen het meest tevreden zijn op twee momenten in hun leven. De ­eerste gelukspiek is tussen de 15 en 24 jaar. Daarna zakt het geluksgevoel en is er een dip rond midden 40. Een tweede piek in levenstevredenheid volgt rond je 70ste. 

Mooiste jaren

Nederlanders trekken zich van deze cijfers niet veel aan, blijkt uit onderzoek door Plus Magazine onder 846 Pluslezers. Een kwart van hen (24 procent) zegt het gelukkigst te zijn geweest tussen hun 20ste en 30ste. ­Bijna evenveel Pluslezers beschouwen de periode tussen hun 30ste en 40ste als de mooiste jaren (23 procent). Dat betekent dat bijna de helft het gelukkigst was tussen de 20 en 40 jaar. Ze waren gelukkig getrouwd en de kinderen waren nog klein. “We ­hadden het ­financieel goed”, laat een Pluslezer weten. “We maakten veel leuke uitstapjes met ons zoontje en hadden mooie vakanties.” En: “Het leven lachte ons toe, er was hoop op een goede toekomst.” Degenen die toentertijd geen kinderen hadden, voelden zich vrij. “Na jaren te hebben gewerkt, kon ik eindelijk mijn studie afronden. Ik was zelfverzekerd en wist wat ik wilde.”

Roze bril

Hoe komt het dat zovelen de jaren tussen hun 20ste en 40ste als hun mooiste beschouwen? Dr. Josanne Huijg, klinisch psychologe en onderzoekster aan de Leyden Academy on Vitality and Ageing: “Als je mensen met kleine kinderen naar hun geluksgevoel vraagt, krijg je vaak een ander antwoord. Voor hen overheerst op dat moment de stress van een drukke baan, het jonge gezin, het sociale ­leven, de keuzes die gemaakt moeten worden, de zorgen die ze hebben. Er zijn hoge verwachtingen en ze ­moeten allerlei ballen tegelijk in de lucht ­houden. Maar vanuit het perspectief van een 70-plusser waren het juist góéde jaren. Je gezondheid was goed, de wereld was nieuw, je partner hield van je, de kinderen ­waren klein. Je kijkt terug – en dat gebeurt nogal eens door een roze bril.”

Overal tijd voor

Toch kijkt lang niet iedereen zo ­blijmoedig terug op de jonge jaren. “Ik ben nú het gelukkigst”, zegt één op de vijf Pluslezers die momenteel in de 60 zijn (18 procent). “Omdat ik nu de tijd heb om van alles te genieten”, ­aldus een van hen. “Ik hóéf niets meer. Geen werk, geen overvolle agenda, geen cursussen, geen druk gezin. Dat maakt dat ik me nu het gelukkigst voel.” Ook één op de vijf 80-plussers vindt, terugkijkend, de periode tussen hun 60ste en 70ste de beste die ze gehad hebben. “Ik kwam eindelijk ook eens aan mijzelf toe”, klinkt het. En ook: “Volop de gelegenheid om te genieten van het leven en van een uitstekende gezondheid.” 

Dankbaarheid

“Rond je 70ste ben je weer net zo gelukkig als een 16-­jarige”, zegt ­emeritus hoogleraar Ruut ­Veenhoven, die zich zijn hele ­werkzame leven bezighield met ­geluk. “Geluk betekent levens­voldoening. Hoe ouder mensen zijn, hoe meer ze hun ­leven als geheel bekijken – en tot de ­conclusie komen dat ze tevreden zijn. We weten niet precies waarom dat is, maar één theorie is dat het ­voortkomt uit pure dankbaarheid dat ze er nog zijn en dat hun leven over het ­algemeen goed is verlopen.” Dit blijkt ook uit het onderzoek: 82 procent van de Pluslezers is ­‘dankbaar dat ik leef’.

Onderzoekster Josanne Huijg: “We weten dat dankbaarheid heel ­belangrijk is voor geluk. Op ­latere leeftijd ben je beter in staat je ­zegeningen te tellen dan toen je ­jonger was. ­Ouderen zijn ook beter in staat hun verwachtingen af te ­stemmen op hun mogelijkheden. Als je niet meer topfit bent, stel je jezelf niet ten doel om de marathon te gaan rennen – en ben je dankbaar voor de gezondheid die er nog wél is. Dat geeft echt heel veel rust.” Een Pluslezer zegt hierover in het onderzoek: “Ik ben gezond, wat wil je nog meer?” Een ander: “Ik ben het betrekkelijke gaan inzien van de dingen waar ik me vroeger druk over maakte.” 

Liefdevolle relaties

Zijn er plekken of omstandigheden die ons nú extra gelukkig maken? Pluslezers zitten wat dat betreft ­aardig op één lijn, zo blijkt uit het onderzoek. De natuur maakt gelukkig (84 procent). En ook het feit dat er (eindelijk) tijd is voor jezelf (83 procent). “Ik ben me bewust van de vele goede dingen die me zijn ­gegeven door het leven”, aldus een Pluslezer. “Ik geniet elke dag van heel veel ­‘kleine’ dingen. De balans slaat door naar het positieve.” Voor wie ­kinderen heeft, is het ­uiteraard ­belangrijk dat die het goed hebben; 78 procent voelt zich hier gelukkig door. Meer dan de helft van de ­Pluslezers (57 procent) geeft het huidige leven het rapportcijfer 8 of hoger. 

“De belangrijkste factor voor geluk is het hebben van liefdevolle ­relaties”, zegt onderzoekster Josanne Huijg. “Dat geldt voor bijna ­iedereen. ­Het gaat daarbij vooral om de ­kwaliteit van je relaties.” Emeritus hoogleraar Jenny ­Gierveld bestudeerde haar hele leven eenzaamheid. Zij zegt: “Je moet je konvooi op peil houden. Zorg dat je genoeg mensen in je leven hebt.” Josanne Huijg: “Als je dat doet, en je verliest in de loop der jaren toch familie, vrienden of ­kennissen die ­belangrijk voor je ­waren, dan hou je er in ­ieder geval nog genoeg over. Mensen worden ook heel blij van zingeving. Werken is een belangrijke bron van zingeving. Na je ­pensioen is ­vrijwilligerswerk een goed ­alternatief. Ook daarmee kun je iets voor een ander betekenen.” 

Je moet er vooral achter zien te komen wat jóú gelukkig maakt, aldus Josanne Huijg. De Rijksuniversiteit ­Groningen ontwikkelde hiervoor de (gratis) ­Leefplezier-app. Via de app ­beantwoord je gedurende een maand ­allerlei ­vragen. Vervolgens kun je ­precies zien waar je gelukkig van wordt en wat je minder plezier geeft – en dát zou nog weleens anders kunnen zijn dan wat je dacht. Josanne Huijg: ­“Sporten wordt ­bijvoorbeeld vaak ­genoemd als een ­belangrijke factor voor geluk. Maar dat is het niet voor iedereen, blijkt uit onderzoek van de ­Rijks­universiteit ­Groningen; een derde voelt zich juist slechter door meer ­beweging.”

Gelukkige genen

Is geluk erfelijk? Deels. Josanne Huijg: “40 procent van de verschillen in ­geluksgevoel tussen mensen wordt ­verklaard door verschillen in de genen. Dat betekent eigenlijk dat je wordt ­geboren met een soort vaste waarde voor ­geluk. Daardoor is het voor de een lastiger om gelukkig te zijn dan voor de ander. Het goede nieuws is dat 60 ­procent wordt verklaard door de ­omgeving. Je kunt dus zelf invloed uitoefenen op je geluksgevoel. Maar je moet er wel achter komen wat jouw ­recept voor geluk is.” Ook hier zijn ouderen in het voordeel: zij weten vaak beter wat hen gelukkig maakt. Josanne Huijg: “Op latere leeftijd hoef je minder te voldoen aan allerlei eisen en verplichtingen die de samenleving aan je stelt. Dan is het ­misschien ook wel makkelijker om voor je eigen geluk te kiezen.” 

Bron(nen):