Mijn verhaal: Jappenkampen

In ''mijn verhaal'' vertellen Pluslezers wat hen aangrijpt. Bep Visser (80): ‘Voor ons verhaal in de jappenkampen was in Nederland geen aandacht’

Mijn jeugd op Java

in voormalig Nederlands-Indië begon als het paradijs op aarde. Wij kinderen waren de hele dag buiten, te midden van de dieren en de natuur. Mijn vader was KNIL-officier. Een rustige man die zijn manschappen toesprak in het hoog-Javaans. Ik herinner me nog de geuren, de rijke smaak van fruit, een kikker die kwaakte in de schemering. Dit leven was in een klap voorbij toen de jappen kwamen. Door de blinden van het raam zag ik ze voorbij marcheren. Verwilderde mannen met enge petten. Mijn vader werd opgepakt als krijgsgevangene, en ik moest met mijn moeder, mijn broer en zus naar het kamp, Ambarawa kamp 6. De honger en verveling waren het ergst. En de angst voor de onvoorspelbare jap.

Er heeft weleens een man naar me geglimlacht, daarna kreeg ik een klap onder mijn kin waardoor mijn hoofd tegen de muur sloeg. Mijn broer, die zes jaar ouder was, moest naar het jongenskamp. We zwaaiden hem uit met opgeheven hoofd, want we gunden de jappen geen tranen. Mijn moeder was zo sterk, ze zei altijd: ‘Dit zal niet eeuwig duren.’ In augustus 1945 werden wij bevrijd. Mijn vader kwam ons kamp in lopen. Hij tilde me op en zei: ‘Jij bent Beppie en jij gaat me naar mammie brengen.’ Ik herkende hem niet, maar hij voelde vertrouwd. Ook mijn broer had het overleefd.

Gastdocente

Ik ging het kamp in als kind en kwam eruit als een volwassene. Mede dankzij het optimisme van mijn moeder en de rust van mijn vader heb ik die jaren in het kamp redelijk goed een plekje kunnen geven. Waar ik niet overheen kom, is de week dat mijn vader en broer verdwenen waren. Na het kamp woonden wij in Semarang – een broeinest van geweld – op het militaire terrein waar mijn vader werkte. Op een zondagmorgen gingen mijn vader en broer al vroeg naar de mis. Vervolgens duurde het dagen voor we iets hoorden. Mijn broer werd gevonden; hij was met moeite aan de dood ontsnapt. Maar hij heeft moeten zien hoe de pemoeda’s, gewelddadige Indonesische jongeren, mijn vader hebben onthoofd. Het valt me zwaar erover te vertellen. Ik heb geleerd te accepteren dat dit nooit meer zal helen.

Weer terug in Nederland was er weinig ruimte voor ons verhaal; wij eisten het ook niet op. Toen ik eenmaal volwassen was, merkte ik dat op de scholen van mijn drie kinderen geen enkele aandacht aan deze geschiedenisperiode werd besteed. Uiteindelijk vond ik het te gortig worden. Na mijn pensioen ben ik gastdocente geworden op scholen. Nu vertel ik kinderen van 11 tot 18 over mijn ervaringen. Ik zeg vaak: ‘In het kamp hadden wij geen Google om dingen op te zoeken. Het enige voordeel dat ik heb overgehouden aan het kamp is dat ik goed heb leren onthouden.’”

Uw verhaal in Plus?

Loopt u rond met iets wat u aan (bijna) niemand durft te vertellen? Deel het met andere Pluslezers; dat mag ook anoniem.  Schrijf naar redactie@plusmagazine.nl of naar Redactie Plus Magazine, Postbus 44, 3740 AA Baarn o.v.v. ‘Mijn verhaal’.

Bron(nen):
Trefwoorden:

Reactie toevoegen