Chemotherapie: wat is het en hoe goed werkt het?

Een derde van alle mensen met kanker krijgt chemotherapie. Daar zijn veel vragen over. We zetten de belangrijkste op een rij.

Wat is chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met cytostatica. Deze celdodende medicijnen verspreiden zich via het bloed door het hele lichaam. Zo kunnen ze (bijna) overal in het lichaam kankercellen bereiken. Hoeveel kuren een patiënt krijgt, hangt onder andere af van de kenmerken van de tumor.

Hoe lang duurt de behandeling?

Gemiddeld zes tot acht kuren, die eens in de drie weken worden toegediend. In totaal is de patiënt er dus al gauw een half jaar mee bezig.

Voor wie?

Chemotherapie is – samen met bestraling en operaties – de meest toegepaste manier om kanker te bestrijden. Naar schatting een derde van alle kankerpatiënten krijgt op enig moment chemotherapie. In totaal zijn er zo’n honderd soorten chemotherapie, die in verschillende combinaties (ook met andere soorten medicijnen) kunnen worden gegeven. Afhankelijk van de soort en type kanker zijn er vaak meerdere opties voor een patiënt. Voor bijna alle kankersoorten bestaat een (combinatie)chemotherapie. Dat is in ieder geval zo voor prostaatkanker, borstkanker, longkanker en dikke darmkanker. Dit zijn de vier meest voorkomende kankersoorten.

Voor wie niet?

Sommige soorten zoals nierkanker en melanoom (een agressieve vorm van huidkanker) reageren slecht op chemotherapie. Patiënten met deze kankersoorten worden vaak met andere medicijnen behandeld, bijvoorbeeld met immunotherapie of zogeheten doelgerichte therapie (een behandeling met medicijnen die de celdeling van kankercellen remmen of kankercellen doden. Dit brengt minder schade toe aan gezonde cellen dan bijvoorbeeld chemotherapie).

Bij patiënten ouder dan 75 jaar is het eerder uitzondering dan regel dat ze chemotherapie krijgen die bedoeld is als een genezende (‘adjuvante’) behandeling. Dat komt doordat er nauwelijks wetenschappelijk bewijs is voor het nut daarvan. Bij bijvoorbeeld borst- en prostaatkanker – veel voorkomende kankers op oudere leeftijd – volstaat het vaak om de ziekte te behandelen met hormoontherapie (naast een eventuele operatie en bestraling). Kankerpatiënten die ouder zijn dan 75 jaar krijgen wel vaak chemotherapie die levensverlengend (‘palliatief’) bedoeld is.

Hoe goed werkt chemo?

Om maar met de deur in huis te vallen: chemotherapie geeft nooit een 100 procent garantie op het wegblijven van kanker. Wel verlaagt chemo bij een behandeling die bedoeld is om te genezen (‘adjuvante’ behandeling) de kans op terugkeer binnen bijvoorbeeld vijf of tien jaar, en daarmee ook de kans om aan de kanker te overlijden.

“Maar hoe groot dat effect is, is lastig te zeggen”, zegt oncoloog prof. dr. Hans Gelderblom, bijzonder hoogleraar experimentele oncologische farmacotherapie aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). “De doeltreffendheid hangt heel erg af van de aard en het stadium van de ziekte. Hoe groter de kans dat de kanker terugkomt, hoe groter ook de kans dat de chemo iets uithaalt. In het beste geval verlaag je met chemotherapie het risico op terugkeer en overlijden met een derde.”

Als er al uitzaaiingen zijn, is het een heel ander verhaal. In de meeste gevallen is het doel van de chemotherapie dan niet genezing, maar het verlengen van het leven en/of het vergroten van de levenskwaliteit. De behandeling is dan ‘palliatief’. “De afweging van kosten en baten is in zo’n geval vaak nog lastiger”, aldus Gelderblom. “In Nederland hanteren we het uitgangspunt dat een palliatieve behandeling met chemo minstens twee maanden levensverlenging moet geven, zonder al te ernstige bijwerkingen. Maar wat ‘genoeg’ winst is, of wat ‘te veel’ klachten zijn, is uiteindelijk iets wat iedere patiënt in goed overleg met zijn arts zélf moet bepalen.”

Wat moet ik vragen aan de arts/verpleegkundige?

Plus Magazine deed eerder dit jaar onderzoek onder 194 kankerpatiënten (50-plussers die de afgelopen vijf jaar chemotherapie kregen). Veel van hen zeggen achteraf dat ze eigenlijk te weinig informatie hadden voordat ze aan de behandeling begonnen. Zes goede vragen om in de spreekkamer te stellen:

  • Zijn er nog andere mogelijkheden dan de behandeling die u voorstelt? (26% van de patiënten uit ons onderzoek had daar meer over willen weten.)
  • Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen op de korte en lange termijn? En wat betekent dat voor mijn dagelijks leven? (46% had meer willen weten over blijvende bijwerkingen, 43% over de invloed op het dagelijks leven.)
  • Wat gebeurt er als ik niets doe? (18% had hier meer over willen weten.)
  • Wat is er mogelijk aan nazorg? (36% had hier meer over willen weten.)
  • Wanneer moet ik het ziekenhuis bellen? (koorts bijvoorbeeld kan tijdens chemotherapie tot ernstige complicaties leiden; toch kent 45% deze bijwerking niet.)
  • Wat kan ik thuis doen om bijwerkingen te verminderen? (36% had hier meer informatie over willen hebben.)

Lees alles over kanker in onze special.