Nieuwe darmkankerbehandeling weinig voorgeschreven

Een nieuwe behandeling bij uitgezaaide darmkanker kreeg alle duimen omhoog. De zware chemokuur kan het leven met pakweg 5 maanden verlengen bij deze patiënten. Toch wordt hij na vijf jaar nauwelijks voorgeschreven. Hoe kan dat? Nederlandse onderzoekers zochten het uit en schrijven erover in de JAMA.

De onderzoekers wilden weten hoe vaak de nieuwe kuur werd voorgeschreven. Zo snel mogelijk. Ze deden daarom een ‘flashmob onderzoek’, wat gechargeerd wil zeggen dat de deelnemende artsen alles uit hun handen lieten vallen en supersnel de benodigde gegevens aanleverden. Zoals een ‘flashmob dansje’ dat je wel eens op internet ziet, waarbij ineens een groep mensen dezelfde dans of beweging gaan doen. In die recordtijd van vijf dagen werden 282 patiëntengegevens van 47 ziekenhuizen werden verzameld en 101 oncologen werden geïnterviewd. De resultaten staan in JAMA.

Weinig voorgeschreven

De uitslag: de zware chemokuur voor uitgezaaide darmkanker werd inderdaad relatief weinig voorgeschreven. Slechts een op de zeven patiënten die ervoor in aanmerking kwam, kreeg het ook. De kuur FOLFOXIRI-B bestaat uit de middelen fluorouracil, folinezuur, oxaliplatin en irinotecan met bevacizumab. De kuur geeft geen genezing van de uitgezaaide darmkanker, maar kan het leven met bijna vijf maanden verlengen. Dat kan voor een deel van de mensen opwegen tegen de zware bijwerkingen zoals diarree, neuropathie, vermoeidheid en het haar verliezen.

Wel besproken

De meeste deelnemende oncologen (86 procent) hadden de FOLFOXIRI-B kuur wel besproken met de patiënt. Maar toch kozen ze vaak niet voor de kuur. Het onderzoek liet zien dat oncologen de FOLFOXIRI-B-kuur vooral overwogen bij patiënten bij wie een operatie nog zin had, jongere patiënten en patiënten met een meer agressieve kanker. De patiënten die er niet voor kozen kregen een andere, minder effectieve, kuur. Veel oncologen (zeker de helft) waren niet goed op de hoogte dat de kuur in de richtlijn stond, dus daar was nog ruimte voor verbetering, aldus de onderzoekers.

Officieel maken arts en patiënt die keuze in gezamenlijkheid, maar een van de onderzoekers merkte in de Volkskrant op dat de oncologen vrij sturend moeten zijn geweest in het gesprek met de patiënt. Ook daar is ruimte voor verbetering, want medische organisaties zijn juist begonnen met een campagne om medische beslissingen samen te nemen.