Ziekte: eigen schuld?

Of gewoon domme pech?

De illusie dat we onze gezondheid in eigen hand hebben, is een zware last, waarschuwt wetenschapsjournalist Hans van Maanen.

Wie kan er nog een eitje met spek in de roomboter bakken zonder visioenen te krijgen van verstopte aders en gillende sirenes? Vergeleken met roken, drinken en overgewicht valt zo’n maaltijd in het niet, maar de schrik zit er wel goed in. Daarbij komt nog de stroom van publicaties van overheid en farmaceutische industrie met vermaningen, steeds strengere voorschriften en nieuw ontdekte ziektes. Het resultaat: we zijn nog nooit zo gezond, maar ook nog nooit zo bevreesd voor ziektes geweest. We zijn een volk van gezonde hypochonders geworden.

Wat de angst nog eens versterkt, is dat we ziekte en gebrek uit ons leven hebben verdreven. We zijn allemaal zo gezond dat we ons niet kunnen voorstellen dat iemand echt ziek wordt. Zonder nostalgisch te willen worden: vroeger ging Magere Hein — of in elk geval het mazelenvirus — aan weinig deuren voorbij en was tegenslag een deel van het leven. Veel ziektes zijn uitgebannen en iemand die het eerste levensjaar heeft overleefd, haalt met vrij grote zekerheid ook wel het zestigste.

Dat is mooi, maar het betekent ook dat we die pech ontwend zijn. Daardoor hebben we ten eerste de neiging ons af te vragen waarom juist ons dat onrecht moet overkomen — want het is een onrecht, een uitzondering geworden — en ten tweede ons af te vragen wat de oorzaak daarvan is. Voor alles moet immers een oorzaak zijn, zeker voor ziekte en dood.

Pech en aanleg

Gelukkig is daar de wetenschap, die op die twee vragen pasklare antwoorden heeft. Toch? Was het maar zo simpel. Wie ziek is en naar een verklaring zoekt, komt meestal bedrogen uit. Er zijn maar een paar ziektes waarbij je met een beschuldigende vinger kunt wijzen naar een oorzaak: jezelf, meestal. Wie de ziekte van Korsakov krijgt, heeft bijvoorbeeld teveel gedronken. Verkeerd eten en te weinig bewegen dragen ongetwijfeld bij aan een hartkwaal, slechte botten en amechtigheid, maar 100 procent eigen schuld, dikke bult zijn die ziektes niet. Rookte je opa niet ook zijn leven lang, zonder een centje pijn? Bij 10 procent van de rokers die longkanker krijgt, heeft die longkanker niets met het roken te maken.

Waarom zou je die schuldvraag überhaupt stellen? Veel zinniger is het je af te vragen wat je kunt doen om zo gezond mogelijk te blijven en daar blijft de wetenschap akelig stil. Ja, niet roken, niet teveel eten en drinken natuurlijk, maar daarmee houdt het wel zo ongeveer op. Hoeveel vette vis je precies moet eten om een gezond hart en gezonde vaten te houden, daar twisten de geleerden nog over. Veel groente en fruit eten is gezond, maar het aantal ziektes dat je erdoor kunt voorkomen is beperkt.

Er is, buiten die erkende ongezonde gewoontes, niet zoveel wat je extra kunt doen. Een voorbeeld: vrouwen gaan voor hun vijftigste zelden dood, maar als een jonge vrouw overlijdt, is het meestal door borstkanker. Maar wat had ze kunnen doen om borstkanker te voorkomen? Vroeg kinderen krijgen en lang borstvoeding geven, zegt de wetenschap, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. En dan nog blijft het voor het grootste deel toch een combinatie van pech en aanleg.

Schuld en boete

Er zijn bovendien zoveel doodsoorzaken, dat je ze nooit allemaal kunt voorkomen. Het gaat altijd om kansen. Door erg ongezond te leven, verhoog je de kans voortijdig te overlijden, maar het is zeer de vraag of je die kans veel kunt verlagen door alle wetenschappelijke gezondheidsadviezen van tegenwoordig op te volgen. Als je door zo’n krampachtige houding niet al voortijdig in het gesticht terechtkomt.

Het gevaar van het idee dat je gezondheid grotendeels in eigen hand hebt, is dat áls je dan de pech hebt ziek te worden, je daar ook nog eens de schuld van krijgt. Is het niet van jezelf, dan zeker van de anderen. En wie schuld heeft, moet boeten, letterlijk. Er wordt tegenwoordig veel geschermd met premieverlaging voor mensen die veel sporten, of voor werkgevers die fitness in het bedrijf aanbieden. En andersom gaan er stemmen op om mensen te laten opdraaien voor ziektes die ze aan zichzelf te wijten zouden hebben.

Het probleem daarbij is dat het zo’n hellend vlak is. Ten eerste moeten we bedenken dat naarmate mensen lager zijn opgeleid en minder verdienen, ze ook ongezonder leven en eerder dood gaan. Dat is een ijzeren sociologische wet. Dan is het oneerlijk juist de lager opgeleiden extra te straffen — ze kunnen er immers niet veel aan doen dat ze niet tot de elite behoren. En juist hún ongezonde gewoontes worden altijd extra belast.

Maar dan nog. Stel dat je — laag of hoog opgeleid — erg oppassend bent, veel sport en daarbij je achillespees scheurt. Of roekeloos gaat skiën en met een dwarslaesie thuiskomt. Moet dat worden vergoed? Dat heb je toch ook aan jezelf te wijten? Waarom wordt dat wel vergoed, terwijl iemand anders die blessures zorgvuldig probeert te vermijden door zijn stoel niet uit te komen, moet opdraaien voor zijn overgewicht?

Afkalvende solidariteit

De grondslag van verzekeren is dat je samen alle risico’s draagt. Het lijkt erop dat die solidariteit in de maatschappij wat aan het afkalven is, maar het is de vraag of daardoor niet iedereen duurder uit is. En of het is wat we politiek willen, natuurlijk.
We kunnen de buren wel zeggen dat zij ongezond leven en dat wij daar niet voor willen opdraaien, maar dan moeten we dat argument ook omdraaien. Stel dat ons iets overkomt — we krijgen borstkanker — dan hopen we toch ook dat de buren ons helpen? En dat ze niet zeggen dat het onze eigen schuld is omdat we dan maar eerder kinderen hadden moeten krijgen en ze langer borstvoeding hadden moeten geven?

Vragen waar niemand een antwoord op heeft, maar die wel de basis vormen van ons denken over gezondheid. Nog zo’n lastige vraag: heeft de dikke, rokende, luie buurman er recht op om willens en wetens op zijn tweede hartinfarct af te stormen? Moet zijn huisarts hem niet tegen zichzelf beschermen? Los van het beginsel dat iedereen zelf moet weten of hij roekeloos is of niet — zolang hij daarbij anderen maar niet in gevaar brengt — is het maar de vraag of dokters daarvoor bedoeld zijn.

‘Preventie’ is wel het toverwoord tegenwoordig en soms is voorkomen stellig beter dan genezen, maar helemaal vanzelfsprekend is het toch niet dat de artsen er zijn om mensen bij de hand te nemen. Waarom hebben we een dokter, een verzekeraar en een overheid? Om ons een oppassend leven te laten leiden of om te repareren wat er misgaat als wij niet zo’n oppassend leven leiden?

De gezonde hypochonder

De moeite die mensen doen om gezondheidsadviezen op te volgen, kost veel energie: de tijd die je toevoegt aan je levensverwachting door te gaan hardlopen, ben je ongeveer kwijt aan het hardlopen zelf . Om echt maanden te winnen, moet je gaan leven als een topatleet. Hardlopen kun je beter doen omdat je het leuk vindt, niet in de hoop op een  lang en gezond leven. En zo zijn we weer terug bij het begin; de gezonde hypochonder die alles in het werk stelt om niet ziek te worden.

Het is al eerder gezegd; zo lang je een ander niet tot last bent, mag je van mij doen wat je wilt. Maar juist hypochonders kosten de samenleving veel geld en tijd; schaarse ‘goederen’ die we maar eenmaal kunnen besteden. Als we ons goede geld gezamenlijk uitgeven aan griepvaccins, kunnen we het niet uitgeven aan verpleeghuizen. Als we het uitgeven aan zowel vaccinatie als screening tegen baarmoederhalskanker, gooien we het gewoon over de balk — als je een ziekte kunt voorkomen, hoef je ‘m immers niet meer te bestrijden, en andersom.

We maken ons met z’n allen zorgen om ziektes die we waarschijnlijk nooit zullen krijgen. Er gaan miljoenen euro’s naar allerlei preventieprogramma’s waarvan maar weinig mensen profijt hebben, maar geld voor de verzorging van hulpbehoevende ouderen in het bejaardentehuis is er niet. De mensen met de grootste mond krijgen het geld, voor die arme ouderen komt niemand op.

Bron(nen):
Trefwoorden: