Het Interbellum: ver weg, maar toch ook heel dichtbij

De jaren 20 en 30 van de vorige eeuw lijken ver weg, heel ver weg. Maar eigenlijk zijn ze dat niet. Waarom? Omdat de geschiedenis zich herhaalt. Steeds meer zien we de overeenkomsten tussen de turbulente jaren tussen de wereldoorlogen en de afgelopen twintig à dertig jaar.

Nu de auto een van de meest gebruikte vervoermiddelen is, kunnen we ons niet voorstellen hoe spectaculair het was toen de eerste auto’s op de Nederlandse wegen verschenen. Stel je voor: een koets die niet door paarden werd getrokken, maar uit zichzelf voortbewoog. Fascinerend, maar tegelijkertijd ook heel eng.

Het was een voorbode voor wat nog zou komen. Door technologische ontwikkelingen maakten we in de jaren 20 kennis met dingen waar niemand ooit van had durven dromen. En bestaande luxeproducten kwamen binnen bereik van de gewone burger. Denk aan mooie kleding, die opeens betaalbaar werd dankzij de introductie van kunstzijde door het Nederlandse ENKA.

Of die opwindende Amerikaanse cultuur die zijn intrede deed in Nederland. Films en muziek- en dansstijlen die daar al enige tijd populair waren, zoals jazzmuziek en de dansen Charleston en Lindy Hop, waaiden over naar Europa. De opkomt van radio en film maakte de wereld opeens heel klein.

Wat daaraan natuurlijk bijdroeg, was de economische situatie. Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal gebleven en onze economie deed het allesbehalve slecht. Onze banken stonden internationaal bekend als betrouwbaar en alle landen wilden met ons handelen. Het leek allemaal niet op te kunnen.

Des te harder was de klap toen het in de jaren 30 volledig omsloeg. De beurskrach van 24 oktober 1929 – Zwarte Donderdag – stortte de wereld in een diepe economische crisis. Ook Nederland bleef niet gespaard. Sterker nog, in Nederland duurde de crisis zelfs langer dan in andere landen omdat de regering zijn monetair beleid te lang ongewijzigd hield. Het gevolg: geldontwaarding en massale werkloosheid.

In die jaren zien we dat mensen teruggrijpen naar het eigene. Dingen die voorheen zo spannend en vernieuwend waren, werden opeens bedreigend. Men zocht wanhopig naar een eigen culturele identiteit – muziek, dans en kleding – om tegengas te geven aan die invasie van Amerikaanse cultuur. En buitenlanders – Chinezen, Surinamers, Indonesiërs – die tot dan toe meer dan welkom waren als goedkope arbeidskrachten, vormden opeens een bedreiging voor de werkgelegenheid.

De link met het heden

De turbulente jaren tussen de twee wereldoorlogen zijn een onderbelicht element in de (Nederlandse) geschiedenis. Mogelijk omdat de wereldoorlogen zo’n grote impact hebben gehad, maar de geringe aandacht voor deze periode is wel volkomen onterecht. Niet alleen hebben de jaren 20 en 30 de weg vrijgemaakt voor een nieuwe oorlog, maar ook zijn er – hoe gek het ook klinkt – veel overeenkomsten te zien tussen deze periode en de tegenwoordige tijd.

Net als in de jaren 20 kwam er in de jaren 90 een verlangen naar vernieuwing; naar nieuwe producten en nieuwe technologieën. Digitalisering maakte dit mogelijk, en bracht de hele wereld dichter bij elkaar. Tegelijkertijd zijn landen door globalisering steeds meer op elkaar gaan lijken. En toen zich vanaf 2008 een nieuwe economische crisis aftekende, kwam er weer een vorm van protectionisme op gang. Maar waar in de jaren 30 al sprake was van een duidelijke verzuiling, zocht men de afgelopen tien jaar wanhopig naar nieuwe zuilen; naar nieuwe groepen om bij te horen. Nationalistische en populistische partijen kwamen op en riepen op tot bescherming van het eigene om in te spelen op de onvrede van veel burgers.