Samen zorgen voor je ouders

Zorgen voor je oude ouders, dat doe je toch gewoon samen? In een ideale wereld dragen alle broers en zussen hun steentje bij. Toch loopt het in de praktijk niet altijd even soepel. Hoe komt dit en hoe los je het op?

Samen voor vader en moeder zorgen: het mooiste dat broers en zussen met elkaar kunnen doen, toch? Het kan de onderlinge band versterken, want samen klaar je deze klus. En het is een goed gevoel om voor je vader of moeder te zorgen nu deze oud is en hulp nodig heeft.

In de ideale situatie draagt elk kind zijn of haar steentje bij, worden de taken onderling verdeeld en wordt in harmonie besloten wat op dat moment het beste is voor pa en ma. ­Helaas verloopt het niet altijd zo rooskleurig. Het mantelzorgen kan spanningen of zelfs fikse ­ruzie in de familie veroorzaken.

Uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) blijkt dat de helft van de broer-zusrelaties niet harmonieus is. Zij hebben weinig, slecht of geen contact. En als het onderling toch al niet zo botert, is samen mantelzorgen een lastige taak. Dat ondervond ook een Pluslezeres: “De herinneringen uit die tijd zijn niet leuk voor mij. Het mantelzorgen heeft uiteindelijk bijna de hele familie uit elkaar gedreven en een hoop ruzie gekost. Je moet onderling echt een héél goede en stevige band hebben, wil zoiets lukken.

Wij waren met acht kinderen en ik woonde het dichtstbij, dus ik deed alles voor mijn moeder. Ik wilde haar heel graag bijstaan, maar zij miste de andere kinderen. Dat gaf ik aan hen door, maar zij dachten dat ik dat verzon omdat ik de zorg te zwaar zou vinden. Het resultaat van deze periode is dat ik zelf twee broers niet meer zie en dat ook twee andere zussen en broers geen contact meer hebben met elkaar.”

Patronen

Els van Steijn is coach en begeleidt familieopstellingen. Volgens haar komen tijdens het mantelzorgen onherroepelijk oude patronen weer bovendrijven. “In elke familie zitten van oudsher bepaalde patronen. Als ieder familielid op zijn eigen plek staat, gaat het goed met iedereen. Maar op het moment dat ­ouders hulpbehoevend worden, gaat een van de kinderen als het ware op de plek van de ouders staan. En dan heb je grote kans dat er gedoe ontstaat.” Het aantal onderlinge conflicten neemt vaak toe als bloedverwanten ­elkaar de helpende hand toesteken, bleek ook uit het onderzoek van het NIDI. Bij de zorg voor een ouder bijvoorbeeld, komt de verhouding tussen broers en zussen extra op scherp te staan.

Familietherapeut Gerrie Reijersen van Buuren noemt ‘oud zeer’ als de grote boosdoener: “De pijn van vroeger, bijvoorbeeld omdat je nooit de erkenning kreeg die je graag had willen hebben. Of neem twee broers die elkaar de tent uit vochten. Als steeds dezelfde broer straf kreeg van vader, zal die oneerlijkheid nog lang haar tol eisen. Je hebt elkaar heel lang ­kunnen ontlopen en het contact weten te beperken tot de verjaardag van moeder, maar nu moet je er samen aan gaan staan, en dan liggen oude patronen en oud zeer op de loer.” Van Steijn voegt toe: “Wat er in een mantelzorgperiode gebeurt, is bijna altijd een uitvergroting van wat er altijd al zat.”

Druk leven

Zo’n 45 procent van de kinderen denkt hun ouders in de toekomst geen mantelzorg te kunnen geven. Ze hebben een druk gezinsleven, een veeleisende baan of wonen te ver weg. Dat blijkt uit onderzoek van marketingbureau USP. ­Ongeveer de helft van de ouderen met gezondheidsproblemen geeft daarin aan dat niemand uit de ­omgeving mantelzorg kan of wil geven.

Omdat iedereen druk, druk, druk is, ontstaat in veel families een ongelijke verdeling. Het kind dat het dichtstbij woont – of niet meer werkt – neemt de meeste zorg op zich, de rest doet minder. Zo ook bij een Pluslezeres: “We zijn thuis met zes kinderen, maar omdat mijn zus en ik relatief dichtbij woonden kwam het totaal op ons neer. Ja, af en toe kwam er weleens een van de anderen, maar iets doen voor hun ouders was er niet bij. Ook toen moeder na 69 jaar alleen kwam te staan, waren zij nergens.”

“Problemen rondom mantelzorgen hebben vaak met – al dan niet valse – verwachtingen te maken”, legt Van Steijn uit. “Het kind dat veel doet, hoopt op erkenning van de familie voor alle inspanningen. Of zit vol verwijten: ‘Terwijl ik hier thuisbleef om voor pa en ma te zorgen, ging jij lekker aan de andere kant van de wereld wonen.’ Bij de zorg voor een ouder komt de verhouding tussen broers en zussen extra op scherp te staan. “Broers en zussen zouden met elkaar kunnen bespreken wat er in hun gezin ooit aan de hand was en waar ze nu nog altijd last van hebben”, voegt Reijersen van Buuren toe. “Dat kan behulpzaam zijn in deze periode waarin ze met elkaar fikse zorg­taken voor hun kiezen krijgen.”

Op rolletjes

Gelukkig gaat het in ook veel ­families gewoon goed. Zo zegt een lezeres: “Het allerbelangrijkste in het zorgen voor moeder is dat we elkaar vrijlaten. We verwachten niets van elkaar, en als iemand het een keer te druk heeft, pakt een ander het over. De taken zijn ­onderling goed verdeeld en het loopt eigenlijk al jaren op rolletjes.” Klinkt als een perfecte situatie, maar hoe krijg je dit voor elkaar? Els van ­Steijn pleit voor een ­actieplan. “Dit omvat de stappen die moeten worden gezet. En ook wie wat doet. Regelmatige ­evaluatie is ­nodig, waarna ­wellicht een andere verdeling van taken ontstaat of er andere keuzes moeten worden ­gemaakt. Bijvoorbeeld dat een ­ouder naar een ­verpleeghuis gaat verhuizen.”

“Belangrijk is dat niemand kopje onder gaat als de zorg voor de ­ouders zwaar wordt”, vervolgt Van Steijn. “Bij een eerlijk plan zijn ook praktische zaken van toepassing: hoe ver woont iemand van de ouders, over welke draagkracht ­beschikt iemand en wat wil elk kind bijdragen?” De balans tussen geven en ontvangen moet steeds tussen de kinderen worden hersteld, vindt Van Steijn. “Een oprecht ‘dank je wel’ aan je zus of broer omdat zij of hij zoveel doet, kan veel doen. En wees eerlijk, geef je grenzen tijdig aan, als het te veel wordt.”

Ze vervolgt: “Elk kind heeft eigen talenten en waarden. Voor de een is zorgzaamheid belangrijk, een ander staat voor duidelijkheid en weer een andere broer of zus heeft vrijheid hoog in het vaandel staan. De kunst is dat je als broers en zussen elkaars waarden benut, in plaats van jouw eigen waarden aan de ander op te leggen. Je ziet elkaars talenten en koestert deze, zeker in een pittige fase.” Een lezeres zegt hierover: “Mijn broer deed beslist minder dan mijn zussen en ik, al was hij op afstand altijd betrokken. We hebben dit zonder morren geaccepteerd, hij deed óók wat hij kon, naast zijn drukke baan. Maar na mijn ouders overlijden heeft hij beide keren álle financiële rompslomp afgehandeld, want dat was wel zijn terrein. Weken was hij er mee bezig. Ik ben nog altijd blij dat we niet moeilijk deden over de eerdere ongelijkheid. Dat werd achteraf helemaal rechtgetrokken.”

Kind blijven

Ook ouders die aan het aftakelen zijn, blijven zelf verantwoordelijk, wat Van Steijn betreft. “De kunst is om de ouder als ouder te blijven zien en zelf het kind te blijven. Je kunt als kind wel de verschillende opties aan je ouders voorschotelen en ze de consequenties laten zien van bepaalde keuzes. Maar laat ze wel zo lang mogelijk zelf kiezen.” Reijersen van Buuren: “Als ouders duidelijk zijn over wat voor hen ­belangrijk is op hun oude dag en dat met hun gezin bespreken, zal de laatste fase van hun leven voor allemaal een goede periode zijn.”