E-bikes en veiligheid

Met een e-bike heb je dankzij de trapondersteuning altijd ‘wind mee’. Heerlijk! Maar als je nog wat onwennig bent, ook best gevaarlijk…

Zodra de man zijn voet op de trapper zet, schiet de ­e-bike vooruit. Eigenlijk had hij 10 meter verder een bochtje naar rechts moeten maken, tussen twee rijen pionnen door, maar geschrokken door de snelheid van de fiets stuurt hij rechtdoor. Eerst maar even een paar rondjes rijden om aan de e-bike te wennen.

Het is E-bike praktijkdag in een Nijmeegs buurthuis. Binnen krijgen de deelnemers theoretische informatie over de e-bike, buiten heeft fietsdocent Daan Steenman met felgekleurde pionnen een parcours uitgezet waar de deelnemers hun fietsvaardigheid kunnen testen. Terwijl de ene helft van de groep binnen een bewegingsles volgt, kijkt de andere helft toe als Steenman op zijn fiets voordoet wat de bedoeling is: eerst maakt hij een bocht naar rechts tussen twee rijen lage pionnen door die steeds dichter bij elkaar komen, dan volgt een ruime U-bocht naar links, en een kleinere bocht naar links tussen pionnen door, vervolgens maakt hij een slalom tussen hoge pionnen en uiteindelijk stopt hij precies op de aangegeven plaats, een paar centimeter voor een horizontale staaf. Hoewel dit natuurlijk geen normale verkeerssituatie is, geeft het parcours wel een goede indicatie of een fietser écht controle heeft over het rijwiel.

Binnen de lijntjes?

De eerste keer leggen alle deelnemers het parcours af met hun eigen fiets. Het zijn gewone stadsfietsen, want niemand uit de groep heeft een e-bike. De meesten hebben wel plannen om er een aan te schaffen; ze zijn naar de praktijkdag gekomen om zich te oriënteren en om er een keer op te fietsen. De slalom is voor een enkeling wat onwennig, maar in de twee bochtjes blijft iedereen netjes ‘binnen de lijntjes’ van de pionnen.

Daarna rijden ze hetzelfde parcours met de e-bike. Dat blijkt heel anders. De eerste deelnemer waagt zich pas na een paar rondjes om het buurthuis aan de bochtjes en de slalom. Hoewel hij langzaam fietst, lukt het sturen hem niet goed en de e-bike duwt hem over een pion heen de bocht uit. De anderen hebben vergelijkbare ervaringen. Het fietst lekker licht, maar het is lastig om nauwkeurig te sturen. Daarbij merkt iedereen een flink verschil tussen de twee e-bikes die de fietsenmaker tijdens de praktijkdag ter beschikking heeft gesteld. Bij de ene reageert de trapondersteuning direct: hij begint meteen te duwen zodra de pedalen bewegen en de fiets is daardoor lastig onder controle te houden. Bij de andere gaat de trapondersteuning pas werken als de berijder de e-bike een beetje op gang heeft getrapt. Deze e-bike rijdt veel rustiger en is daarom gemakkelijker te hanteren. Eén ding hebben ze gemeen: beide fietsen rijden af en toe sneller dan gewenst.

Botsingen en valpartijen

Bij deze eerste kennismaking blijkt dat het permanente ‘duwtje in de rug’ van de trapondersteuning even wennen is en soms voor problemen zorgt, vooral in de bochten. Dat is niet alleen tijdens de praktijkdag het geval. Ook in het verkeer kan de hogere snelheid van de e-bike tot gevaarlijke situaties leiden. Cijfers onder­strepen dit. In het rapport ‘Ongevallen bij ouderen tijdens verplaatsingen buitenshuis’ zijn alle ongevallen geturfd en geanalyseerd. Zo liepen er in 2011 ongeveer 115.000 50-plussers letsel op door een fietsongeval. 60.000 moesten daarvoor medisch worden behandeld, van wie bijna 29.000 bij de spoedeisende hulp (SEH). Twee derde van de fietsslachtoffers op de SEH belandde daar na een ‘eenzijdig ongeval’, een ongeval waarbij geen andere verkeersdeelnemer is betrokken. Meestal is dit een valpartij, soms een botsing tegen een paaltje. Het letsel is relatief ernstig: maar liefst één op de drie gewonde 50-plussers komt met een ambulance naar de SEH.

Ouderen worden na een fietsongeluk relatief vaker opgenomen in het ziekenhuis dan jongeren. In 2011 werden zo’n 8000 50-plussers, dat is bijna 30 procent, na aankomst op de SEH in het ziekenhuis opgenomen. Over het algemeen geldt: hoe hoger de leeftijd, des te ernstiger de gevolgen van een fietsongeval zijn. Ook bij ziekenhuisopname zijn de meeste slachtoffers niet aangereden door een auto. In 83 procent van de gevallen is er geen auto bij het ongeval betrokken, maar is de fietser gevallen of tegen een andere fietser of voetganger gebotst.
De laatste jaren komen er meer 50-plussers na een fietsongeluk bij de SEH, ook als de cijfers zijn gecorrigeerd voor de vergrijzing en het toenemend fietsgebruik. Een duidelijke toename is er bij vrouwen vanaf 65 jaar en bij mannen vanaf 75 jaar. Het aantal ziekenhuisopnamen is in enkele jaren tijd (van 2007 tot 2011) bijna verdubbeld, maar dit heeft waarschijnlijk voor een groot deel te maken met veranderingen in het ziekenhuis. Er zijn in die jaren meer bedden beschikbaar gekomen voor patiënten met lichtere verwondingen.

Fietsroutine kwijt

Relatief veel van deze fietsslachtoffers blijken op een e-bike te rijden: bijna 40 procent. 55 procent van de slachtoffers rijdt op een gewone fiets en 7 procent op een racefiets. Blijft de racefiets buiten beschouwing, dan is de verhouding gewone fiets:e-bike, 60:40. Het is niet bekend welk deel van de fietskilometers met een e-bike is afgelegd. Wel is bekend hoeveel ouderen een e-bike bezitten. In 2011 had 12 procent van de mensen tussen 50-64 jaar een e-bike, en 19 procent van de 65-plussers. Dat percentage is flink aan het stijgen, want de laatste jaren kopen vooral mensen uit de eerste groep een e-bike.

Het bezit ervan zegt natuurlijk niet alles over het aantal gereden kilometers. Bekend is dat e-bikers relatief langere afstanden fietsen. Weliswaar is de e-bike populair onder ouderen, maar het is onwaarschijnlijk dat 40 procent van de gereden kilometers op een e-bike zijn afgelegd. Dat betekent dat, gemiddeld genomen, ouderen op een e-bike een groter risico lopen op een fietsongeval. Daarbij speelt ook een rol dat er een groep mensen is die dankzij de e-bike weer zijn gaan fietsen, nadat ze jarenlang niet meer op een gewone fiets hebben gereden. Zij zijn wat fietsroutine kwijt. Al met al is het voldoende reden voor de Fietsersbond om praktijkdagen te organiseren met tips over veilig e-biken.

Gecontroleerd rijden

In Nijmegen legt Steenman uit hoe je met een e-bike het beste door de bocht fietst. Het toverwoord is ‘gecontroleerd’ rijden, dat wil zeggen: zorg dat je voor de bocht voldoende vaart hebt, houd in de bocht de benen stil en ga na de bocht langzaam weer trappen. Door de benen stil te houden, stopt automatisch de traponder­steuning. Blijf je in de bocht trappen, dan duwt de trapondersteuning je sneller door de bocht en dat maakt sturen lastiger.

Na deze uitleg en na nog een paar keer oefenen gaat het de deelnemers al een stuk beter af. De twee e-bikes staan geen seconde stil. Alle deelnemers zijn het erover eens dat de ‘rustige’ e-bike de voorkeur heeft. Een aantal van de deelnemers is na deze positieve kennismaking serieus van plan om een e-bike te kopen. Hoewel de statistieken over de ongevallen mogelijk het idee oproepen dat fietsen gevaarlijk is voor ouderen, blijkt dat in de praktijk genuanceerder te liggen. Uit onderzoek van de Fietsersbond in 2010 blijkt namelijk dat in plaatsen waar ouderen meer fietsen, het risico op een val met letsel kleiner is. Dit effect is zo groot dat het aantal ongevallen niet meteen in verband kan worden gebracht met het aantal gefietste kilometers. De verklaring hiervoor is dat ouderen die veel fietsen, meer routine hebben en daardoor minder ongevallen meemaken. Dat geldt zowel voor de gewone fiets als voor de e-bike.

7x veiliger e-biken

Ken je snelheid
Een e-bike kan maximaal 25 km per uur. Dat is bijna twee keer zo snel als een normale fiets en dat vergt veel van het reactievermogen. Doe het daarom in het begin kalm aan en houd er rekening mee dat andere weggebruikers uw snelheid onderschatten.

Blijf oefenen
Sommige ouderen hebben al enkele jaren niet meer gefietst en kopen dan een e-bike. Zij missen recente fietservaring. Dat kan, samen met de hogere snelheid, gevaarlijk zijn. Blijf dus wel oefenen en doe dat met een e-bike eerst op rustige wegen en op rustige tijdstippen.

Inhalen = omkijken
Op een e-bike haal je regelmatig gewone fietsers in. Dat is wennen. Kijk altijd over je schouder of de weg vrij is. Wie dat lastig vindt omdat hij uit balans of uit koers raakt: laat een spiegel monteren.

Rustig de bocht door
Met trapondersteuning is de kans op vallen in de bocht groter. Houd daarom in de bocht de trappers stil en ga pas na de bocht weer trappen.

Ken je route
Kies in een bekende omgeving de veiligste route. Stap bij moeilijke en drukke kruispunten en oversteken desnoods af en steek met de fiets aan de hand over.

Kies je tijdstip
Vermijd zo veel mogelijk de ochtend- en avondspits en ook de tijdstippen dat grote scholen in de buurt uitgaan.

Maak een proefrit
Kies een fiets niet alleen op basis van een test, maar maak ook een lange proefrit om te ervaren of de fiets lekker rijdt.

Zelf proberen?

Op de E-bike praktijkdagen van de Fietsersbond krijgt u informatie over veilig fietsen met de e-bike en oefent u in de praktijk om mogelijk gevaarlijke situaties te herkennen en ermee om te gaan. De E-bike praktijkdagen worden gehouden op initiatief van gemeenten, ouderenbonden, welzijnsinstellingen e.d. Meer informatie en data: www.fietsersbond.nl. Zoeken op ‘fietsschool’.

Lees alles over de e-bike op www.fietsen.123.nl/elektrisch en www.fietsen.123.nl/ebike