Pensioenakkoord met gaten

Het Centraal Plan Bureau presenteerde vrijdag haar rekensommen die zij aan de hand van het pensioenakkoord maakte. De inkomensachteruitgang valt mee, maar onzekerheid en gevaar blijft.

FNV Bondgenoten vreesde een inkomensachteruitgang tot wel 25 procent, die vrees heeft het presenteren van de rekensommen van het Central Plan Bureau (CPB) versneld. Uit de rekensommetjes van het CPB blijkt dat de inkomensachteruitgang een stuk kleiner is. De belangrijkste reden voor die meevaller is het feit dat volgens het CPB in tegenstelling tot FMV Bondgenoten er geen mensen bestaan die slechts AOW gaan ontvangen. Iedereen heeft ergens een pensioenregeling. Door die pensioenregeling die over een langere periode uitgesmeerd wordt daalt het inkomen wel, maar met slechts 6 tot 7 procent. De inkomensachteruitgang komt door het feit dat niet alleen de pensioenleeftijd vanaf 2020 66 jaar is, maar ook alle fiscale faciliteiten, zoals lagere belastingtarieven en kortingen schuiven een jaar op. Mensen die met vroegpensioen gaan hebben met een grotere belastingdruk op hun AOW te maken. Het ministerie is bezig met aanvullende voorstellen die het CPB nog niet in haar berekeningen heeft kunnen verwerken.

Een kritische noot heeft het CPB wel over de risico’s voor jongeren. In het pensioenakkoord hoeven er geen buffers meer aangehouden te worden. Flinke tegenvallers kunnen de pensioenen van de jongeren in gevaar brengen. Het CPB wijst er op dat in het pensioenakkoord veel, maar nog niet alles is geregeld. De individuele pensioenfondsen kunnen eigen beleid gemaakt worden, het ene pensioenfonds kan daardoor beter voor al haar belanghebbende zorgen dan de andere. Daarin schuilt ook een gevaar voor de arbeidsmobiliteit. Je gaat immers met een goed pensioenfonds niet zomaar over naar een slechter fonds. Als je dat al weet dan, want de nu moeilijk te doorgronden pensioenwereld zal er alleen maar ondoorzichtiger van worden.

Bron(nen):
Trefwoorden: