Op zoek naar een interessant stuifzandgebied hoef je niet naar de Sahara. Op een winderige dag in Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen waait het stuifzand hoog op. Wist je trouwens dat Brabant maar liefst vier Nationale Parken telt? We bezoeken er drie.
Door de poolwinden in de laatste ijstijd ontstonden in Brabant veel dikke pakketten zand. Het huidige natuur- gebied De Loonse en Drunense Duinen ligt op zo’n hoge zandrug. Deze Brabantse Sahara beslaat dertig vierkante kilometer stuifzand dat nog steeds vrij rond kan waaien. Maar zo is het niet altijd geweest. Lange tijd was het zand namelijk met oerbossen bedekt, tot deze in de 14e eeuw werden gekapt. Er kwamen uitgestrekte heidevelden voor in de plaats, waar boeren hun vee lieten grazen. Door overbegrazing en plaggen raakte de grond uitgeput en verdween de heide.
De wind kreeg weer vat op het zand, dorpen en akkers kwamen onder het zand te liggen. De opmars van het stuifzand werd gekeerd door dwars op de windrichting bomenrijen te plaatsen.
Duinen en dieren
In het zandlandschap is veel hoogteverschil; sommige duinen zijn wel 24 meter hoog. Ze worden afgewisseld met diepere ‘kuilen’ van zand.
Door het hele gebied kun je kleine vennen tegenkomen, ontstaan doordat het regenwater op sommige plekken niet goed in de bodem weg kan zakken. Een volledig droge woestijn is het dus niet. Er zijn veel bijzondere diersoorten die je hier tijdens een wandeling zomaar tegen het lijf kunt lopen. Zo wonen er meer dan honderd dassen in De Loonse en Drunense Duinen. Er is zelfs een dassenburcht gevonden die een oppervlakte heeft van 1600 vierkante meter. Ook reeën, hagedissen en salamanders lopen er rond. En als je geluk hebt, kun je zelfs de zeldzame gele wielewaal spotten, of de blauwe kiekendief, een mooie roofvogel met een spanwijdte van ongeveer een meter.
Welke route kies je?
De Capucijnenbergroute (3-4 km) is een afwisselende route door heuvelachtig bos, afgewisseld met stuifzand- vlaktes. De route is gemarkeerd met rode paaltjes. Aan de rand van het Nationaal Park ligt historische boerderij De Rustende Jager. Dit café-restaurant is een populair startpunt voor wandelingen en ideaal voor koffie, thee of een lunch.
De Wandelroute Historisch Plantloon loop je op het Landgoed Plantloon dat net net ten noorden van de Loonse en Drunense Duinen ligt. In plaats van stuifzanden tref je hier een waterrijk gebied aan met statige lange lanen en kronkelende bospaadjes. Midden in het gebied ligt een oude turfvaart om turf te vervoeren.
Je kunt parkeren bij café-restaurant De Galgenwiel in Waalwijk waar ook het start- en eindpunt is.
Niet bang voor natte voeten
In Brabant zijn vier Nationale Parken: De Loonse en Drunense Duinen, De Biesbosch, Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide (dat voor een deel in België ligt) en Nationaal Park De Groote Peel. Die laatste ligt op de grens van Brabant en Noord-Limburg. Ooit was het belangrijk voor de winning van turf. Tegenwoordig is De Groote Peel een belangrijk natuurgebied waar de rust en de weidsheid herinneren aan het veen.
De sporen van de turfwinning laten zien hoe vroegere bewoners van de streek het veen hebben benut. Turf is gedroogd veen dat werd gebruikt als brandstof. Door de turfwinning is het landschap nu zeer gevarieerd. Het bestaat uit water, moeras, heide en kleine stukjes bos. De grote waterplassen, de kleine veenputjes, de peelbanen en de peelvaarten vormen samen de zichtbare geschiedenis van de turfwinning.Ieder jaar vliegen er zo’n tweehonderd vogelsoorten rond in Nationaal Park De Groote Peel. Het hoogveengebied is een van de meest vogelrijke plekken van Neder- land. Blauwborsten, roodborsttapuiten, geelgorsjes, nachtzwaluwen, dodaars, waterrallen en vele andere prachtige vogels kun je hier spotten.
De trots van De Groote Peel is de majestueuze kraan-vogel, die hier graag neerstrijkt op doorreis: hij broedt in Scandinavië en overwintert in Zuid-Spanje en noordelijk Afrika.Houd er rekening mee dat De Groote Peel een moerasgebied is. Een wandeling maken is daardoor een bijzondere ervaring, want de routes voeren deels over knuppelpaden (houten vlonderpaden) en bruggetjes van boomstammen.
Hier begint het Pelgrimspad
Het Pelgrimspad is het Nederlandse begin van de bekende wandeltocht naar Santiago de Compostela. Het eerste deel (199 kilometer) voert van Amsterdam naar
Gorinchem. Daarna vervolgt de route door de Uiterwaarden van de Bommelerwaard door het vestingstadje Heusden en over de zandvlaktes van De Loonse en Drunense Duinen naar Den Bosch. Het tweede deel van de wandelroute (267 kilometer) gaat door het Brabantse en Limburgse landschap via Eindhoven naar Maastricht. Hier kun je besluiten om de pelgrimstocht te vervolgen richting Santiago de Compostela, of om rechtsomkeert te maken. wandelnet.nl
Als je hier toch bent…
Op slechts 2 kilometer van het Pelgrimspad ligt B&B Buulderbosch. Deze sfeervol verbouwde boerderij, rustig gelegen in het buitengebied van Budel, biedt optimale rust en privacy om van een heerlijke overnachting te genieten. Proef de overheerlijke streekproducten en maak een wandeling of fietstocht. Prijs: vanaf € 99. buulderbosch.nl
Doolhof van rivieren en kreken
Gebieden met zoetwater én getijdeverschillen zijn zeldzaam. In Nederland hebben we er één: De Biesbosch, een moerasgebied op de grens van Noord-Brabant en Zuid-Holland. Hier vind je Nationaal Park De Biesbosch. Zes eeuwen geleden was er nog geen Biesbosch. Onder Dordrecht lag een polder die door de Sint-Elisabethsvloed van 1421 in één klap in een ondiepe binnenzee veranderde. Het verschil tussen eb en vloed kon tot twee meter oplopen. Slib en zand vormden nieuw nat land waarop riet en wilgen groeiden. De mensen gingen de voedselrijkdom oogsten met visserij, riet- en griendcultuur en eendenkooien. Het werk was zwaar. De griendwerkers (wilgentelers) waren zes dagen per week van huis en ze sliepen in vochtige keten. Als het water erg hoog kwam, vluchtten ze naar het zoldertje – meteen gevolgd door de ratten.
Met de boot naar huis
Met de bouw van de Haringvlietdam in 1970 werd het verschil tussen eb en vloed teruggebracht tot enkele tientallen centimeters en veranderde het aanzien van De Biesbosch ingrijpend. Maar het blijft een van de mooiste moerasgebieden van West-Europa: een uitgestrekt groen doolhof van rivieren, kreken en eilanden, waar alleen het ruisen van het riet, het geroep van een verre uil of de plons van een vis de stilte doorbreken.Er leven bevers, konijnen, reeën, wezels, bunzings, vlinders, insecten, vissen en enorme aantallen vogels.
Behalve de status van nationaal park heeft De Biesbosch ook die van internationaal erkend ‘wetland’. Wetlands vervullen een belangrijke functie als broed-, foerageer- en pleisterplaats voor vogels. De weinige mensen die in het gebied wonen, kunnen hun huis alleen over het water bereiken. Zelfs de post wordt per boot bezorgd. De laatste jaren wordt veel landbouwgrond in het gebied omgevormd tot natuurgrond waar het wemelt van de vogels. Polders waar eerst droog bouwland lag, veranderen in nat land met geulenstelsel, glooiende oevers en eilanden.
Tot in de kleinste kreekjes
Wandelen in De Biesbosch is een belevenis. Maar wie tot in het binnenste van dit natuurgebied wil door-dringen, heeft een bootje nodig. Nog beter is een kano, alleen daarmee kun je de kleinste kreekjes –vaak vol riet en waterplanten – bevaren. Overal waar je kunt komen, mág je ook komen. Slechts een enkele keer is een kreek afgesloten met een balk die op het water drijft. Er zijn drie kanotochten: één vanaf Biesboschcentrum Dordrecht en twee vanaf Natuurpoort Vissershang. Houd er wel rekening mee dat De Biesbosch een ruig natuurgebied is waar je soms voor onverwachtse situaties komt te staan. In de Sliedrechtse Biesbosch bijvoorbeeld, is er een getij-verschil van gemiddeld 80 centimeter. En vooral bij vloed staat er een flinke stroming.
Volg de kegels
Begin je ontdekkingstocht bij een van de drie hoofdpoorten in Drimmelen, Dordrecht of Werkendam. Elke poort heeft een eigen identiteit met de daarbij behorende gekleurde kegelvormige bakens. Deze ‘kegels’
geven aan dat je in Nationaal Park De Biesbosch bent en je komt ze in het hele gebied tegen. De kegelvorm is trouwens een verwijzing naar de knaagsporen die de bevers in het gebied achterlaten.