Wat mogen (klein)kinderen met nierschade eten?

Vaak een aangepast dieet

Voor kinderen met nierschade is het soms nodig anders te gaan eten. Vaak betekent dat letten op de zoutinname en de vochtinname, soms de inname van supplementen naast de voeding. Het is in ieder geval een dieet op maat.

Voor de meeste nierpatiënten is het voldoende om 'gewoon' gezond te eten en alleen op de zoutiname te letten; dat geldt ook voor kinderen. Maar soms vindt de arts dat het nodig is om anders te gaan eten als onderdeel van de behandeling. In dat geval kijkt een diëtist naar de persoonlijke situatie van een kind en wordt er een voedingsadvies op maat gemaakt.

Wat een kind allemaal kan en mag eten, hangt sterk samen met de oorzaak van de nierproblemen. Wanneer er sprake is van een nierziekte waarbij te veel voedingsstoffen uitgeplast worden, ontstaat er bijvoorbeeld een tekort. Ook hebben kinderen met een nierziekte meer calorieën nodig dan gezonde kinderen, omdat ze meer behoefte aan energie hebben. Soms is het juist belangrijk dat een kind minder van bepaalde voedingsstoffen binnenkrijgt, om ervoor te zorgen dat de nierfunctie minder snel achteruit gaat. En als de nieren niet goed werken, kunnen er veel afvalstoffen in het bloed achterblijven. Afvalstoffen ontstaan onder meer bij de vertering van eten en drinken, dus ook dan kan een dieet een goede oplossing zijn.

Gelukkig hoeven ouders niet zelf uit te vinden wat er allemaal kan en niet kan, want daarvoor is de diëtist. De diëtist zal in eerste instantie kijken naar wat jouw kind eet en drinkt op een normale dag. Het is daarom handig om al voor het eerste bezoek een voedingsdagboek bij te houden. Aan de hand van zo'n dagboek kan de diëtist precies zien of een kind voldoende voedingstoffen en energie binnenkrijgt. Soms is er een speciaal dieet nodig, maar het kan ook zijn dat er voedingssupplementen worden voorgeschreven. Bij het samenstellen van het dieet houdt de diëtist rekening met de huidige voedingstoestand van je kind. Ook let de diëtist op leeftijd, lengte en gewicht. En op de nierfunctie. Er zal altijd worden gekeken om zo'n dieet zoveel mogelijk in te passen in het normale eetpatroon van een gezin.

Dieet bij chronische nierschade

Als een kind chronische nierschade heeft, kan het nodig zijn op bepaalde voedingsstoffen te letten, zoals de zoutinname. Hierbij speelt de oorzaak van de nierschade een belangrijke rol. Door veel zout eten gaat de bloeddruk omhoog, en dat is slecht voor de nieren. Over het algemeen is daarom het advies om minder zout te gebruiken, maar er zijn ook nierziekten waarbij juist een tekort aan zout ontstaat en een kind meer zout nodig heeft. Daarom overlegt de diëtist altijd met de behandelend arts over het dieet.

Minder zout

Veel zout eten werkt een verhoogde bloeddruk zoals gezegd in de hand en dat is slecht voor je nieren. Daar komt bij dat de zogenoemde ACE-remmers tegen een hoge bloeddruk hun werk minder goed kunnen doen als een kind te veel zout binnenkrijgt. Ook zorgt zout ervoor dat de nieren meer eiwit gaan uitplassen en dat er sneller nierstenen ontstaan. Daarom krijgen veel kinderen met chronische nierschade het advies om minder zout te gebruiken.

Meer zout

Bij sommige nierziekten hebben de nieren moeite om genoeg zout vast te houden, waardoor het wordt uitgeplast. Als kinderen met zo'n ziekte geen extra zout binnen krijgen, heeft dat een negatief effect op hun groei. In het ergste geval kunnen ze zelfs een natriumtekort in hun bloed ontwikkelen. De diëtist zal hen een dieet voorschrijven met meer zout.

Hoeveel zout?

Meestal is het advies om de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) te gebruiken. Dat is dus niet echt een dieet, maar omdat de meeste Nederlanders veel te zout eten, kan het in het begin wel zo aanvoelen. Gelukkig went minder zout eten snel. Hier vind je tips om minder zout te eten.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) zout:

  • 0 tot 6 maanden: minder dan 1 gram zout per dag
  • 7 tot 12 maanden: maximaal 1 gram zout per dag
  • 1 tot 3 jaar: maximaal 3 gram zout per dag
  • 4 tot 6 jaar: maximaal 4 gram zout per dag
  • 7 tot 10 jaar: maximaal 5 gram zout per dag
  • Vanaf 11 jaar: maximaal 6 gram zout per dag

Dieet bij nefrotisch syndroom

Het nefrotisch syndroom kan voorkomen bij schade aan de filtertjes in de nier. De gaatjes in de nierfiltertjes worden te groot en laten eiwitten en bloedcellen door. Als er heel veel eiwitten in de urine komen, heeft iemand het nefrotisch syndroom. De meeste kinderen die het hebben, hoeven geen speciaal dieet te volgen. Het is wel belangrijk dat ze gezond eten en voldoende bewegen.

Als het nefrotisch syndroom opflakkert, kan een dieet wel nodig zijn. Wanneer een kind bijvoorbeeld veel eiwit uitplast, kan het nodig zijn om de zoutinname te beperken. Zout zorgt er immers voor dat het lichaam nog meer vocht vasthoudt. En bij het gebruik van sommige medicijnen, zoals Prednison, kan een kind een grotere eetlust krijgen. Dan is het belangrijk er op te letten dat een kind niet teveel calorieën binnenkrijgt om overgewicht te voorkomen. Kinderen met een aangeboren nefrotisch syndroom hebben juist vaak extra energie en eiwit nodig.

Minder eiwit

Bij de vertering van eiwitten ontstaan veel afvalstoffen, met name ureum. Als de nieren niet meer goed werken, wordt er minder ureum uitgeplast. Dit kan misselijkheid, minder eetlust en jeuk veroorzaken. Ook zorgt de vertering van eiwitten ervoor dat het bloed sneller verzuurt. Kinderen met nierschade hebben vaak moeite om dat extra zuur weer uit te plassen. Soms schrijft de diëtist dan een dieet met minder eiwitten voor. Daarbij wordt echt op de verhouding gelet, want een kind moet wel voldoende eiwitten binnenkrijgen om goed te kunnen groeien.

Meer eiwit

Andere kinderen groeien slecht en hebben niet al te veel ureum en zuur in hun bloed. Zij krijgen over het algemeen juist een eiwitrijk dieet voorgeschreven. Hier vind je een overzicht van eiwitrijke producten.

Hoeveel eiwit?

Hoeveel eiwit een kind mag is onder meer afhankelijk van leeftijd, gewicht, lengte en nierfunctie. Meestal is het advies om de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) te eten. De meeste Nederlanders eten meer eiwitten. Daarom wordt het toch een eiwitbeperkt dieet genoemd als iemand zich aan de ADH moet houden.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) eiwit:

  • 0 tot 3 maanden: 1,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag
  • 3 tot 6 maanden: 1,4 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag
  • 6 tot 12 maanden: 1,2 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag
  • 1 tot 14 jaar: 0,9 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag
  • Vanaf 14 jaar: 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht per dag

Deze aanbevolen dagelijkse hoeveelheid geldt ook voor kinderen met acute nierschade en chronische nierschade in stadium 1 en 2. Bij chronische nierschade vanaf stadium 3 is meer eiwit nodig. Ook kinderen die dialyseren hebben meer eiwit nodig, omdat bij de dialyse eiwit verloren gaat.

Fosfaat

Fosfaat geeft (samen met calcium) stevigheid aan het skelet. Ook zorgt het ervoor dat de lichaamscellen over voldoende energie kunnen beschikken. Bij kinderen met nierschade blijft er soms te veel fosfaat achter in het bloed. Sommige kinderen krijgen daarom een fosfaatbeperkt dieet. Er zijn ook kinderen die juist extra fosfaat nodig hebben.

Minder fosfaat

Kinderen met nierschade plassen soms te weinig fosfaat uit. Als het fosfaat zich ophoopt in het bloed kan dat klachten geven als jeuk en rode ogen, maar ook botproblemen en vaatverkalkingen veroorzaken. Dat laatste zorgt weer voor een hoger risico op hart- en vaatproblemen op latere leeftijd. Daarom is voor sommige kinderen een fosfaatbeperkt dieet nodig. Er bestaan medicijnen die het fosfaat in het eten binden. Fosfaat zit in alle voedingsmiddelen waar eiwit in zit. Er zit veel fosfaat in melk en melkproducten, vlees, vis, kip, eieren, kaas, peulvruchten, noten, pinda’s, chocola en alle soorten cola. Door minder eiwit te eten, krijgt een kind dus ook minder fosfaat binnen. Er zit weinig fosfaat in groenten en fruit, koek en snoep, boter en olie.

Meer fosfaat

Er bestaan ook nierziekten waarbij de nieren juist te veel fosfaat uitplassen. Die kinderen krijgen fosfaatdrank of fosfaattabletten.

Kalium

Kalium speelt een belangrijke rol bij de geleiding van zenuwprikkels, de spiercontrole en het regelen van de bloeddruk. Ook is kalium van belang voor de waterhuishouding in het lichaam. Bij nierschade blijft er soms te veel kalium achter in het bloed. Toch krijgen kinderen bijna nooit een kaliumbeperkt dieet. Kalium zit namelijk vooral in groente en fruit en kinderen hebben de vitaminen en mineralen daarin hard nodig. Het kan wel zijn dat een kind medicijnen krijgt die ervoor zorgen dat er minder kalium in het lichaam wordt opgenomen. Er bestaan ook ziekten waarbij de nieren juist teveel kalium uitplassen. Kinderen krijgen in dat geval kaliumdrank of kaliumtabletten.

Calcium

Calcium is nodig voor de opbouw en het onderhoud van de botten en zorgt voor een goede werking van de zenuwen en spieren. De nieren spelen een belangrijke rol bij het actief maken van vitamine D. Actief vitamine D is weer nodig om voldoende calcium te kunnen opnemen uit de voeding. Bij kinderen met chronische nierschade kan een tekort aan actief vitamine D en daarmee aan calcium ontstaan. Bij nierschade blijft er ook vaak te veel fosfaat achter in het lichaam. Dat bindt zich aan het calcium in het bloed. Daardoor is er minder calcium beschikbaar voor de botten.

Een laag calciumgehalte zorgt dat de bijschildklieren meer hormonen aanmaken. Het gaat om parathyreoïd hormoon (PTH). Dit hormoon zorgt ervoor dat de hoeveelheid calcium in het bloed omhooggaat. Het PTH haalt hiervoor calcium uit de botten. Dit calcium wordt uiteindelijk weer uitgeplast, waardoor de totale hoeveelheid calcium in het lichaam daalt. Het gevolg van een langdurig tekort aan calcium is dat de botten minder stevig worden. Er is meer kans op botbreuken. Ook kan een kind last krijgen van spierkrampen en vergroeiingen aan het skelet. Daarom is het belangrijk dat kinderen met nierproblemen voldoende calcium binnenkrijgen, zeker zolang ze nog in de groei zijn. De diëtist bekijkt of de inname van calcium moet worden verhoogd via de voeding. Daarnaast kan de behandelend specialist extra calcium en eventueel vitamine D voorschrijven. Deze voedingsmiddelen zijn krachtvoer voor de botten.

Te veel calcium

Soms loopt de hoeveelheid calcium in het bloed veel te hoog op bij nierschade. Dit noemen we hypercalciëmie. Het calcium slaat dan samen met fosfaat neer in de bloedvaten. De wanden van de bloedvaten worden dan stijf en het bloed kan minder goed rondgepompt worden. Dit geeft een risico op hart- en vaatziekten en op nierstenen. Hypercalciëmie is heel zeldzaam bij kinderen. Als het al voorkomt, is dat meestal bij kinderen die niet of bijna niet meer plassen, en bij kinderen bij wie de dialyse niet goed is afgesteld. Ook te veel calcium, vitamine D of vitamine A kan tot hypercalciëmie leiden. Dit kan vaak wel opgelost worden door andere spoelvloeistof te gaan gebruiken of door de medicijnen aan te passen.

Dieet bij nierstenen

Er zijn verschillende nierstenen en daarom ook verschillende voedingsadviezen voor kinderen met nierstenen. Door de voeding aan te passen lukt het soms om de vorming van nieuwe nierstenen te voorkomen. Het is vooral belangrijk om veel te drinken en niet te veel zout te eten.

De meest voorkomende nierstenen zijn calciumstenen. Veel mensen denken dat er bij deze stenen minder calcium gebruikt mag worden. Maar dat is niet zo. Een kind met calciumstenen mag dus gewoon zuivelproducten eten. Het risico op calciumstenen neemt wel toe door oxaalzuur. Dat zit in spinazie, rabarber, bietjes, snijbiet, cacao en thee.

Dieet bij dialyse

Kinderen die moeten gaan dialyseren volgen vaak al een dieet. Meestal verandert er wel iets aan het dieet, afhankelijk van de bloeduitslagen. Vaak is een vochtbeperking nodig: een kind mag dan maar een bepaalde hoeveelheid vocht per dag.

Dieet na niertransplantatie

Na transplantatie is een dieet meestal niet meer nodig en kan er weer normaal gegeten worden. De medicijnen tegen afstoting geven echter wel een hoger risico op infecties omdat ze de afweer verlagen. Daarom kan een kind met een donornier beter geen rauw vlees, rauwe vis en producten met rauwe melk eten. Ook is het beter om geen paté, leverworst en softijs te eten. Sommige kinderen hebben na de de transplantatie een hoge bloeddruk of eiwit in de urine. Dan kan het toch nodig zijn om een zoutbeperkt dieet te (blijven) volgen.

Vochtinname

Ons lichaam bestaat voor meer dan de helft uit water. Over het algemeen is het goed voor de nieren om veel te drinken. De nieren zorgen ervoor dat de hoeveelheid water in het lichaam op peil blijft. Bij een tekort houden ze vocht vast. Als er te veel vocht is, wordt dat uitgeplast.

Vochtbeperking

Maar bij dialyse krijgen kinderen soms een vochtbeperking en mogen ze dagelijks maar heel weinig drinken. Anders blijft er te veel vocht achter in het lichaam. Het is niet altijd mogelijk dat allemaal weg te halen met dialyse. Het vocht in de voeding telt (deels) mee. Er zit veel water in bijvoorbeeld soep, vla, yoghurt, groenten, fruit en aardappelen. Bij zo'n vochtbeperking komt ook vaak een zoutbeperking, want zout zorgt ook voor het vasthouden van vocht. De diëtist geeft tips om hiermee om te gaan. Bijvoorbeeld: drinken in kleine kopjes of glaasjes geven. Kauwgom, pepermuntjes en zuurtjes zorgen ervoor dat een kind minder last heeft van een droge mond. Soms kan een vochtbeperking voorkomen worden door vaker te gaan dialyseren. Kinderen die niet dialyseren hebben bijna nooit een vochtbeperking nodig.

Meer vocht

Er zijn verschillende nierziekten waarbij de nieren de urine niet goed kunnen concentreren. Kinderen met zo’n ziekte plassen te veel vocht uit. Daarom moeten ze ook veel drinken. Meestal hebben deze kinderen behalve extra vocht ook extra zout nodig. Ook na een niertransplantatie is het belangrijk om veel te drinken.

Aanbevolen vochtinname voor kinderen:

  • Een kind tussen 1 en 4 jaar heeft voldoende aan 1 liter vocht per dag.
  • Kinderen tussen 4 en 14 jaar hebben 1 tot 1,5 liter vocht per dag nodig.
  • Boven de 14 jaar hebben kinderen 1,5 tot 2 liter vocht per dag nodig.
Bron(nen):