Ontdek de Oostelijke Algarve te voet of per fiets

De Oostelijke Algarve in Portugal is een heerlijke bestemming om te wandelen. Echte wandel- en natuurliefhebbers kunnen dagen ronddwalen in het betoverende landschap.

Steile kliffen zoals in het westen van de Algarve vindt u hier niet. U wandelt in het oosten langs de zoutpannen bij Tavira en door de nattere 'wetlands' van Castro Marim. Dit is een waar paradijs voor vogelspotters. Een middeleeuws kasteel staat fier aan de monding van de rivier de Guadiana. Hoger stroomopwaarts vindt u aan de oever van de rivier het plaatsje Alcoutim. Voor een paar euro kunt u zich met een roeiboot laten overvaren naar het Spaanse dorp Sanlúcar. Vanaf het fort, dat omringd door een typisch Portugees wit dorp verrijst bovenop een heuvel, heeft u een betoverend uitzicht over het bergland. Langs de blauwe rivier slingert een groene strook van sinaasappel-boomgaarden.

Weids en open

Vanuit de westelijke Algarve, nabij Sagres, tot aan Vila Real de Santo Antonio nabij de Spaanse grens, ligt de 214 km lange fietsroute Ecovia do Algarve. Deze indrukwekkende route loopt grotendeels over onverharde wegen langs de kust. U geniet van de afwisseling met uitkijk over rotsen en de heerlijke blauwe, deinende zee met de uitgestrekte zandstranden enerzijds en het heuvelachtige landschap anderzijds. De bewegwijzering voor de fietsroute is o.a. aan de hand van een blauwe lijn op de weg aangegeven, wat het fietsen door de Algarve gemakkelijk maakt. Verder op de hoogvlakte is het land weids en open, met hier en daar ommuurde percelen met eiken, vijgen en amandelbomen.

Dichter bij Faro vindt u kleine binnenlandse dorpjes waar het soms lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan. Open berglandschappen worden afgewisseld door uitgestrekte kurkeikbossen.

Er zijn in de Oostelijke Algarve twee natuurgebieden om te bezoeken: natuurpark Ria Formosa en natuurreservaat Sapal de Castro Marim e Vila Real de Santo António. Beide spelen een grote rol als broed-, doortrek en overwinterplaats van talloze vogelsoorten.

Ria Formosa

In het oostelijk deel van de Algarve ligt tussen Faro en Tavira een 60 km lange gordel van eilanden en schiereilanden met daarachter een lagune. In 1987 werd het gebied uitgeroepen tot beschermd natuurpark. Het beslaat een oppervlakte van ruim 18.000 ha en is van groot belang voor trekvogels. Het vormt een belangrijke schakel tussen Europa en Afrika. Het is dan ook een internationaal erkend 'wetland'. De lagune bestaat uit een labyrint van zoute moerassen, slikken, schorren, zoutpannen, zandeilandjes en kanalen. Een reeks zanderige eilanden en schiereilanden met lage duinen beschermt haar tegen de oceaan. Omdat het directe achterland op sommige plekken een stuk boven zeeniveau ligt, kunt u prachtig uitkijken over de lagune. Ook tijdens de landing vanuit het vliegtuig heeft u een prachtig uitzicht op dit bijzondere 'landschap'. Het is een oase van rust voor mens en vogel.

In het zuiden kunt u over de autoluwe wegen fietsen tussen glooiende heuvels met olijfbomen en kurkeiken. Het bloesem van de citrusvruchten ruikt zoet en de manshoge bloemenbermen in alle kleuren van de regenboog maken een fietstocht hier een belevenis. Kerktorens en telefoonpalen worden gebruikt door klepperende ooievaars op hun nesten. Indrukwekkende heuvelforten, kleine witte dorpjes, fijne vestingsstadjes met oude kerken, kastelen en pleinen wachten op de komst van avontuurlijke fietsers.