Canada stil: Newfoundland

In Newfoundland vind je diepe wouden, rimpelloze meren en eigenzinnige mensen. En je kunt er zo maar een beer of een eland tegen het lijf lopen.

Newfoundland is ook een land van verstilde kustdorpen, waar niet de boeren maar de vissers de dienst uitmaken. Maar vanwege de overbevissing is het binnen Canada de enige provincie met een vertrekoverschot. De hoop is nu gevestigd op de oliebronnen voor de kust en op het toerisme. Men hoopt en verwacht dat de toerist zijn hart zal ophalen bij het zien van ‘attracties’ zoals de kleurige houten huizen in de hoofdstad St. John’s, de vele vuurtorens, de fraaie kusten van het schiereiland Bonavista en de merkwaardige bergformaties in het nationaal park Gros Morne.
Wij stappen aan de westkust van Newfoundland (zeg: ‘Néwfudland’) uit het vliegtuig en beginnen aan een lange tocht, die ons naar het uiterste puntje van het noordelijke schiereiland brengt.

Kabeljauwtongen
Ons eerste avontuur is van culinaire aard. In Rocky Harbour – een stel witte bungalows rond een baai, met aan de overkant een roodwit vuurtorentje – bestellen we in het plaatselijke eethuis traditionele gerechten: kabeljauwtongen en fisherman’s brewis, een gerecht van gezouten vis, varkensvet en brood.
Ik heb niet veel op met het brood, en evenmin met het varkensvet en al helemaal niet met de zoute vis. Geef ons voortaan maar fish and chips, de favoriete maaltijd van elke rechtgeaarde newfie (zoals de troetelnaam van Newfoundlanders luidt).
Meteen al de volgende dag breekt het tweede avontuur aan. In het Gros Morne Nationaal Park voegen wij ons bij een klein gezelschap dat wordt aangevoerd door een ranger, een boswachter met een rossige baard. Eerst wandelen we aan de voet van een afgeplatte bergkam, de Tafellanden, die in een grijs verleden uit het binnenste der aarde omhooggestuwd zouden zijn. Een geologische curiositeit, maar niet iets waar je een dag mee kunt vullen. Interessanter zijn de bruine bekerplanten die zelf insecten vangen, verderop bij een rivier.
Ineens wijst de boswachter naar de parkeerplaats en legt een vinger op zijn lippen. Het lijkt alsof een reusachtige Newfoundlander (geen newfie maar een hond) de vuilnisbak probeert te kraken. We horen het geluid van een dichtslaand deksel.
“Dezelfde beer waar we vaker last van hebben”, zegt de ranger. “Een halfwas mannetje.”
Door mijn kijker zie ik een beweeglijk dier met een glimmende, zwarte pels en een bruine snuit. Deze beer volgt niet de mens, maar diens afvalhopen. Als er over de weg een auto nadert, zet hij het op een lopen en verdwijnt in het bos.
De zwarte beer ken ik uit British Columbia. Net als in Newfoundland krijg je er folders uitgereikt met tips hoe je een ontmoeting met een beer kunt overleven. Helaas zijn de kenners het oneens over de juiste aanpak. Moet je oogcontact maken of juist niet? Hoor je luidruchtig te laten weten dat je er bent, of kun je beter muisstil wegsluipen? Is je schijndood laten neervallen het beste? Geen stenen gooien, daarover is iedereen het wel eens. Schrik niet als de beer een schijnaanval doet. Valt hij echt aan, vecht dan terug en toon dat je geen gemakkelijke prooi bent. Hoe vecht je tegen een beer? “Met een machinegeweer”, zei mijn zoon destijds.

Af en toe een dorpje
Een paar dagen later volgen we de honderden kilometers lange kustweg naar het noorden. Links de zee, met af en toe een dorpje en een haventje, rechts de bossen, meren, rivieren en bergketens. Aan de kleine, knoestige bomen en aan de elektriciteitspalen die omringd worden door steenhopen, kun je zien hoe machtig de zeewind hier over het land kan daveren.
Bij Plum Point, waar je de onherbergzame kust van Labrador ziet liggen, aan de andere kant van de zeestraat, stuiten we op nieuwe berenverhalen. Bij Joe’s One Stop Shop horen we van Joe (een dertiger met puilogen en een baseballpet) dat hij de afgelopen winter drie zwarte beren in een speciale kooi heeft gevangen. De beren volgden het geurspoor van een vuilnisbelt in het achterland naar de keuken van zijn eethuis. Diep in het bos liet hij ze weer vrij. “Hebben jullie beren in Holland?”, vraagt hij.

Missing media-item.
Vlakbij St. Anthony stelt de fotograaf mij een andere vraag: “Hebben ze hier koeien of paarden? Ik zag net iets groots lopen.” Snel keer ik de auto en jawel, tussen het meer en de bosrand staan twee elanden te grazen. Op een eilandje verderop lopen er nog twee. Aanvankelijk besteden ze geen aandacht aan ons, maar als er meer auto’s stoppen, draaien ze hun lange, massieve koppen naar ons toe en keren haastig terug naar het bos. Het tweetal op het eiland galoppeert het water in en zwemt met hoog geheven geweien naar het vasteland.
Bij het klaaglijke geluid van de misthoorn bereiken we St. Anthony. Maar ook zonder regen en nevel lijkt deze losse collectie huizen en loodsen geen plek waar een buitenstaander zich zou willen vestigen. We hebben het domein bereikt van ‘Scheepsberichten’ van Annie Proulx, een hilarische roman over het rauwe leven in deze kuststreek. Het boek is ook verfilmd. De newfies zijn niet blij met het beeld dat van hen in boek en film wordt geschetst. Kennelijk zien zij zichzelf niet als een stel inboorlingen dat in een of andere achterhoek van het land het hoofd boven water probeert te houden.
Een stukje noordelijker zien wij hoe in een baai vis wordt uitgeladen. Een slang, die door een motor wordt aangedreven, zuigt de vangst naar binnen en deponeert de blinkende vissen op een lopende band. Het gaat om makrelen die gedurende één week gevangen mogen worden. Want Newfoundland, ooit een naam die synoniem was aan een overdadig rijke zeeoogst, is tegenwoordig een gebied van crisis en quota. Maar de vissers maken vandaag een opgetogen indruk. Eén van hen biedt aan een paar makrelen voor ons schoon te maken. “Verser kan vis niet zijn”, zegt hij met een glimlach.
En zo rijden wij met een gratis maaltijd in de achterbak verder noordwaarts. In reisgidsen (niet in ‘Scheepsberichten’!) lees je dat de bewoners van deze ruige kust vriendelijk en gastvrij zijn. Wat ons betreft klopt dat helemaal..
Om ons heen wordt het landschap steeds kaler en moerassiger. Huizen en restaurants dragen namen als ‘Walhalla’ en ‘Snorri’. Op muurschilderingen staan taferelen met drakenboten en Noormannen. Het zijn allemaal verwijzingen naar de opzienbarende opgravingen die in een uithoek van het eiland plaatsvonden. In L’Anse aux Meadows om precies te zijn, een naam die zowel aan het Franse als aan het Engelse verleden van Newfoundland herinnert.
De opgravingen toonden aan dat de Vikingen na Groenland ook de Nieuwe Wereld hadden ontdekt. Vijfhonderd jaar vóór Columbus dreven zij met de ijsbergen op de Labradorstroom mee naar Noord-Amerika, dat zij Vinland noemden, Wijnland, naar de wilde druiven die zij aantroffen.

Volg die ijsberg!
Op de vlakte ten westen van het dorp is zowel een bezoekerscentrum als een plaggenhut uit de grond gestampt. Beide danken hun ontstaan aan een bevlogen Noors echtpaar, Helge en Anne Stine Ingstad, die niet konden geloven dat de Vikingen op Groenland een punt achter hun reizen hadden gezet. In vergelijking met de afstanden die ze op noordelijke wateren hadden gezeild, was de afstand tot Amerika immers maar een fluitje van een cent. En ze hoefden alleen maar de ijsbergen te volgen! Bovendien bevatten de IJslandse saga’s over Erik de Rode en zijn zoon Leif Eriksson berichten over Vinland, waar men niet alleen voet aan wal had gezet, maar ook had overwinterd.
Onvermoeibaar bleven de Ingstads met hun zeilboot het spoor van de Noormannen volgen. Eerst naar Brattahlid in West-Groenland, waar Erik de Rode en zijn nazaten het vijfhonderd jaar volhielden. Daarna naar de kusten van Noord-Amerika.
In tegenstelling tot eerdere onderzoekers, die zich lieten leiden door het verspreidingsgebied van de wilde druif, die niet in Newfoundland voorkomt, richtten de Noren zich op noordelijker kusten. Zij zochten in een streek die het dichtst bij Groenland ligt en waar de Vikingen hun oude bestaan van vissen, schapen houden en jagen – waaronder de jacht op zeehonden op het ijs van Labrador – konden voortzetten. Eindelijk kwamen ze in aanraking met een inwoner van L’Anse die hen naar een aantal grasbulten bracht, in de dorpsoverlevering resten van een indianenkamp. Maar bij het zien van de rechthoeken en vierkanten, kregen de Ingstads andere visioenen. Al gauw ontdekten zij resten van een smidse, ter plekke gesmede spijkers en een bronzen kledingspeld. Het ging niet om een nederzetting van roodhuiden maar van bleekhuiden.

Spuitende bultruggen
L’Anse aux Meadows zelf ziet eruit zoals de meeste dorpen in Newfoundland: een halve cirkel van bungalows aan een baai. Het ligt open voor de stormwinden, slagregens en sneeuwbuien die deze kusten teisteren. IJsbergen drijven op de stroom mee. Zeevogels en spuitnevels verraden de aanwezigheid van twee bultruggen, die al snel met geheven staart de diepte opzoeken.
Bij nadere inspectie blijkt dat er flink wat huizen verlaten zijn. Nog een paar honderd jaar, schat ik, en dan zal ook dit dorp in een archeologische vindplaats veranderd zijn.

Missing media-item.

Newfoundland praktisch
Newfoundland is een eiland in de Atlantische Oceaan voor de noordoostkust van Noord-Amerika. Het behoort tot de Canadese provincie Newfoundland en Labrador. Het eiland heeft een oppervlakte van 111.390 km, ruim driemaal Nederland, en telt ruim 500.000 inwoners.
De provinciehoofdstad St. John’s ligt op de zuidoostelijke punt van het eiland. Net ten zuiden van de hoofdstad ligt Cape Spear, de meest oostelijke punt van Canada en het Noord-Amerikaanse continent.

Hoe kom je er?
Icelandair vliegt vanaf Schiphol via Reykjavik naar Halifax op Nova Scotia, retour vanaf €1084, inclusief belastingen en toeslagen. Vandaar kan men verder vliegen met Air Canada naar Deer Lake aan de westkant van Newfoundland. Informatie: ☎ 020–521 39 55, www.icelandair.nl.

Klimaat

De oost- en zuidkust van het eiland zijn vaak mistig. Gemiddelde zomertemperaturen schommelen tussen de 15 en 21 graden Celsius, met regelmatig een uitschieter naar boven. In de winter is het een paar graden onder nul, maar ’s nachts kan de temperatuur dalen tot zo’n 15 graden onder het vriespunt. In Labrador kan het in het subarctische gedeelte nog veel kouder worden.

Visum, vaccinaties, valuta
Voor Canada zijn er geen visum- en vaccinatievereisten.
1 Can $ = €0,58 (zomer 2008)

Reisorganisaties

SNP heeft een 18-daagse natuurrondreis naar Nova Scotia en Newfoundland, vanaf €1735 exclusief vliegreis (www.snp.nl), Beluga heeft een 10-daagse expeditiecruise rondom Newfoundland, vanaf €2086 exclusief vliegreis (www.beluga.nu).

Lezen
• Annie Proulx: ‘Scheepsberichten’ (uitgeverij De Geus, €6,99).
• Canada-Oost (Marco Polo, €6,90).
• Canada (Nelles, €13,95).
• Canada (Elmar Wereldwijd, €28,50).

Internet

www.newfoundlandlabrador.com
www.heritage.nf.ca
www.canada.startpagina.nl

 

Auteur 
  • Gerrit Jan Zwier
Bron 
  • Plus Magazine