Op de juiste weg met autonavigatie

In een artikel in het populair-wetenschappelijk blad Kijk werd ergens in de jaren 80 gesteld dat het erg lang zou duren voordat de beste route met behulp van een computer zou kunnen worden gepland. 2008 bewijst dat het kan.

In 1980 dacht men dat het rekenwerk meer kostte dan een computer aankon. In 2008 is een flink deel van de auto's  uitgerust met een routeplanner, niet groter dan een hand, met voldoende rekenkracht om de beste route van Amsterdam naar Gibraltar uit te stippelen.

Dit wondertje der techniek wordt een navigatiesysteem, GPS of PND (Personal Navigation Device) genoemd. In de volksmond ook wel TomTom, naar het bekende merk. Wij vertellen u er meer over.

Wat is een navigatiesysteem?

Een navigatiesysteem bestaat uit een klein deel dat u ziet en een zeer groot deel dat u niet ziet. Het kleinste deel is de autonavigator zelf: een kleine computer met scherm die op een zichtbare plek in uw auto geplaatst is. Of die u meeneemt op de fiets of tijdens een wandeling, want daarvoor kan hij soms ook worden gebruikt. Met behulp van de juiste software en kaarten kan deze navigator de kortste of snelste route uitrekenen van punt A naar punt B, eventueel via punt C.

Met alleen deze mogelijkheid zou de navigator niet meer zijn dan een veredelde wegenkaart waarbij u zelf moet kijken waar u ongeveer bent. Daarom komt het onzichtbare deel van het navigatiesysteem goed van pas: een verzameling gespecialiseerde satellieten die op allerlei posities rond de aarde zweven en gezamelijk bijna ieder plekje op de aardbol kunnen peilen. Door gebruik te maken van een aantal van deze satellieten kan de positie van uw navigator tot op de meter nauwkeurig bepaald worden. Op deze manier kan de navigator zichzelf toevoegen op de kaart en daarmee zijn positie ten opzichte van de uitgestipppelde route in de gaten houden. Hij kan zo op tijd zeggen wanneer u linksaf, rechtsaf of rechtdoor moet. Deze techniek wordt GPS genoemd: Global Positioning System.

Welke soorten zijn er?

Wat de auto betreft zijn er twee soorten: het ingebouwde en het portable (draagbare) navigatiesysteem. Zoals de naam al zegt, wordt het eerste systeem in de auto ingebouwd en kan dus niet worden meegenomen. Vaak wordt een ingebouwd systeem samengevoegd met de cd/dvd-speler. In bepaalde automerken is een navigatiesysteem al standaard ingebouwd, bij andere kunt u het later laten inbouwen.

Ingebouwde systemen zijn een stuk duurder dan portables (meestal duizend euro of meer), maar hebben als voordeel dat ze niet in hun geheel gestolen kunnen worden zonder de hele auto te stelen. Daarnaast worden ze zodanig geintegreerd in de auto dat ze ook de positie tijdelijk kunnen bepalen zonder satellieten. Erg handig op plekken waar satellieten problemen mee hebben, zoals tunnels en tussen hoge gebouwen. Bekende merken zijn Sony, Blaupunkt en Pioneer.

Een portable systeem (PND) is goedkoper (50 tot 500 euro) en handig als u hem wilt gebruiken in een andere auto of bij andere activiteiten, zoals fietsen en wandelen. Ook kunt u PND's vaak makkelijk op de computer aansluiten met behulp van een USB-kabel, zodat de software en kaarten eenvoudig aan te passen zijn, zonder gerommel met cd's of dvd's. Een nadeel is dat u uw portable niet in de auto kunt laten ivm diefstal. Hij wordt namelijk bevestigd in een aparte houder, die meestal met een zuignap op het raam wordt gezet. U moet hem apart aansluiten op de stroomvoorziening van de autoaansteker en hij is volledig afhankelijk van de goede werking van GPS-satellieten. Bekende merken zijn TomTom en Garmin.

De portable systemen zijn nog onder te verdelen in verschillende soorten. Zo heb je naast systemen voor auto's ook speciale PND's voor gebruik op de fiets of bij het wandelen. Deze zijn kleiner en lichter en dus makkelijker mee te nemen. Ook komen er op apparaten met een andere basisfunctie ook steeds meer mogelijkheden voor navigatie, zoals op PDA's en mobiele telefoons.

Waar moet u op letten bij aanschaf?

Bij het aanschaffen van een navigatiesysteem zijn er een aantal zaken waar u op moet letten, naast inbouw/portable en het vervoersmiddel waarvoor het gebruikt wordt:

Scherm - De kaart van het gebied waar u rijdt wordt, samen met instructies, vertoond op een scherm. Het is belangrijk een scherm te nemen dat groot en helder genoeg is, zodat het snel tijdens het rijden te bekijken is, zonder teveel af te leiden. Schermen zijn meestal niet groter dan 6 inch (15 centimeter).

Bedieningsgemak - U moet instructies geven aan het navigatiesysteem om een bepaalde route te plannen. Een goed systeem laat u dat in enkele handelingen via menu's doen. Het is daarbij handig als u plaatsen op verschillende manieren kunt opgeven, via het adres, maar ook met behulp van de postcode of een lijst met contactpersonen die u kunt bewaren.

Kaarten - Een navigatiesysteem werkt met kaarten die vanaf cd/dvd of via een download op uw computer in het systeem kunnen worden ingevoerd. Omdat wegsituaties regelmatig veranderen, is het belangrijk actuele kaarten te kunnen invoeren. Voor deze updates betaalt u abonnementsgeld voor een bepaalde periode. Let op de prijsverschillen hierbij.
Ook belangrijk is het dat u de juiste kaarten bij de navigator krijgt. Benelux bevat de wegen in Nederland, België en Luxemburg, plus vaak de hoofdwegen in andere Europese landen. Als u de navigator ook goed buiten de Benelux wilt gebruiken, moet u Europese kaarten hebben. Hier betaalt u dan wel meer voor.

Stemmen - Behalve via beeld, krijgt u ook instructies van een stem vanuit de navigator. Als er maar een stem mogelijk is, luister dan eerst of de stem u wel bevalt. Bij veel systemen kunt u andere stemmen installeren, waaronder soms ook komische: als u daarvoor in de stemming bent.

Verwarmde autoruit - Speciale autoruiten die warmtewerend of verwarmd zijn, beïnvloeden de goede werking van het navigatiesysteem. Let er in die gevallen op of het systeem hiervoor met een speciale chip is uitgerust of er een externe antenne (re-radiating) aan verbonden kan worden, die buiten op de auto kan worden geplaatst. Bij sommige verwarmde autoruiten is al een gedeelte vrijgehouden voor een PND. U hoeft dan geen speciale opties bij de navigator te nemen.

Verkeershulpjes - De moderne navigatiesystemen worden steeds meer uitgerust met extra snufjes om de aankoop aantrekkelijk te maken. Met TMC (Traffic Message Channel) kan actuele verkeers- en weersinformatie worden ontvangen. Zo kan het systeem een alternatieve route voorstellen bij files. POI (Point Of Interest) geeft informatie over bezienswaardigheden langs de route, zoals toeristische attracties, maar ook benzinestations. Reality View laat op het scherm de routeborden zien, precies zoals u ze langs de weg ziet. Zo is makkelijker te herkennen waar u bent. De Lane Assist geeft voor u aan in welke rijbaan u het beste kunt gaan rijden voor het volgen van de route.

Extra functies - Navigatie-systemen worden tegenwoordig steeds meer multimedia-apparaten. Zo kunt u er muziek op beluisteren via cd/dvd of radio, video op bekijken en mobiel bellen. Overigens kunt u hier beter apparatuur voor gebruiken die hier speciaal voor gemaakt is. De kwaliteit van deze extra's op navigatiesystemen laat nogal eens te wensen over.

Meer informatie

Meer specifieke koopinformatie over navigatiesystemen vindt u op websites als: www.kieskeurig.nl en www.vergelijk.nl

 

Auteur 
  • Alex Wit