Wen er maar aan: langer werken, lagere baan, minder salaris

We moeten langer doorwerken voordat we AOW krijgen. Wat zijn de consequenties? Voor onze carrière en dus voor onze portemonnee? En hoe vrijwillig wordt demotie?

Jan Gerritsen (58) uit Arnhem heeft een drukke baan. Vijf dagen in de week stapt hij om zes uur ’s ochtends in de auto en met een beetje geluk is hij ’s avonds tegen zevenen weer thuis. Het valt hem steeds zwaarder. De stress, de lange dagen: ‘Dit houd ik niet tot mijn 65ste vol’, denkt hij bij tijd en wijle. Een gedachte die hij steevast wegduwt. Tot hij op een dag hoort dat er een vacature is bij de binnendienst van zijn bedrijf. Het is een lagere functie en
hij zou slechter betaald worden, maar het is wel een ­oase van rust in vergelijking met z’n huidige baan.
Hij twijfelt. Doen of niet doen?

Lichter werk, lager salaris

Een stapje terugdoen op het werk: het heet officieel ‘demotie’ en is het tegenovergestelde van promotie. Niet vooruit, maar achteruit op de carrièreladder. Het is een schrikbeeld voor velen. Maar waarom ­eigenlijk? Waarom zou je het op een bepaald moment niet wat rustiger aan gaan doen? Een dertiger die net vader of moeder is geworden, maakt ook pas op de plaats om wat energie over te houden voor het thuisfront. Of de voetbaltrainer die, na vele jaren aan het front, genoegen neemt met een functie als assistent of directielid. Beetje meer in de luwte. Niemand die daar vreemd van opkijkt.

Demotie wordt steeds vaker genoemd als een manier om oudere werknemers langer aan het werk te houden. De vut en regelingen voor vervroegd pensioen zijn op sterven na dood, de aow-leeftijd gaat omhoog. We zullen langer moeten doorgaan. Een lagere functie is vaak minder zwaar en maakt het makkelijker om werkend de eindstreep te halen. En als het salaris na een demotie meedaalt, zijn 50-plussers niet meer bij voorbaat veel duurder dan hun jongere collega’s.

Het is bovendien geen al te grote ramp voor je pensioenopbouw als je die laatste jaren wat minder verdient. Dat komt doordat het pensioen tegenwoordig gebaseerd is op je gemiddelde loon, en niet meer op het salaris aan het eind van je loopbaan. Ook is er voor werknemers vanaf 55 jaar een regeling die ervoor zorgt dat ‘teruggaan’ naar een lagere functie met een lager salaris geen gevolgen hoeft te hebben voor het pensioen.

Geen wondermiddel

Het aantal voorstanders van demotie groeit dan ook. Ed Nijpels was als voorzitter van de Regiegroep GrijsWerkt jaren geleden al enthousiast over demotie. Het Centraal Planbureau (cpb) denkt dat demotie de zwakke positie van ouderen op de arbeidsmarkt kan verbeteren. Werkgeversvereniging awvn ziet het liefst dat er in toekomstige cao’s afspraken over komen. En de regeringscoalitie ziet demotie als dé manier om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Uit een persbericht over de aow-plannen: “Mensen moeten tijdig kunnen switchen van functie om te voorkomen dat ze opgebrand raken.”
Maar word je ook gelúkkig van demotie?

Er is nauwelijks nog onderzoek geweest naar de effecten. De summiere bevindingen dié er zijn, zijn niet hoopgevend. In 2005 constateerden onderzoekers René Schalk en Edith Josten, verbonden aan de Universiteit van Tilburg en onderzoeksinstituut osa, dat demotie geen wondermiddel is. De uitputting waarmee werknemers kampten voordat ze van baan ­veranderden, verbeterde er niet door. En tevredenheid leverde het ook niet op. De conclusie van de onderzoekers: “Gezien de negatieve effecten kan ­betwijfeld worden of demoties een algemeen geschikt middel zijn om de arbeidsdeelname van ­ouderen te verlengen.”

Bij de vakbonden hoef je met demotie al helemaal niet aan te komen. “Wij dragen het geen warm hart toe”, aldus fnv-bestuurder Leo Hartveld. “Als werknemers er zelf voor kiezen om een stapje terug te doen, juichen wij dat uiteraard van harte toe. Maar het initiatief voor demotie mag wat ons betreft nooit bij de werkgever liggen. We zijn er ook pertinent tegen om in cao’s afspraken te maken over demotie. Doe je dat wel, dan worden werknemers een speelbal van de werkgevers; demotie zal worden ingezet als bezuinigingsmaatregel.”

De angst van de bonden lijkt gerechtvaardigd, omdat demotie niet uitsluitend het welzijn van werknemers dient, maar ook bedoeld is om de hoge salarissen van vijftigers en zestigers aan te pakken. De vakbeweging ziet meer in regelingen die oudere werknemers ontzien, zoals extra vakantiedagen, goede arbeidsomstandigheden en scholing, en een vierdaagse werkweek in de bouw.

Maar ook de werkgevers hebben inmiddels hun bedenkingen. Terwijl de werkgeversorganisaties nog pleiten voor langer doorwerken, waait op de werkvloer de wind alweer uit een andere hoek. Eén op de drie werkgevers nam in 2008 nog maatregelen om langer doorwerken te stimuleren. Maar uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (nidi) blijkt dat de economische crisis daar een streep door heeft gezet. Liefst driekwart van de werkgevers ziet momenteel vervroegde uittreding van ouderen als de beste manier om de crisis te overleven. Langer doorwerken? Nu even niet.

Bom onder salarisgroei

Betekent dit het einde van demotie? Of kunnen we er juist niet meer omheen? Prof. dr. Kène Henkens, socioloog en onderzoeker bij het nidi, gokt op het laatste. Eigenlijk, aldus Henkens, weten wij niet beter dan dat ons salaris altijd omhoog gaat. “In onze samenleving krijg je aan het begin van je carrière te weinig salaris. En aan het einde word je daarvoor gecompenseerd en word je overbetaald. Dat was van oudsher handig voor de werkgever, want die kon daarmee zijn personeel aan zich binden. En voor werknemers was het prettig dat ze rond hun 40ste zicht hadden op wat meer geld.”

Het systeem werkt prima, maar alléén met een vastgepinde pensioenleeftijd, aldus Henkens: “Als het kabinet de aow-leeftijd verhoogt, legt het een bom onder het huidige systeem waarin de salarissen stijgen naarmate je ouder wordt. Het salaris voor ouderen wordt domweg te duur. Demotie wordt dan in de toekomst onafwendbaar.”

En inderdaad: begin december liet minister Donner in het tv-programma Buitenhof weten dat oudere werknemers over het algemeen te duur zijn voor werkgevers, omdat het loon nu heel lang meestijgt naarmate iemand ouder wordt. In Nederland gaat die stijging van het het salaris van oudere werknemers langer door dan in andere landen, aldus de minister. Volgens Donner moet hiervoor de komende tien jaar een oplossing worden gevonden, omdat vanaf 2020 de aow-leeftijd van 65 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar gaat. “In landen waar mensen langer doorwerken, groeit de ontwikkeling van het loongebouw op een gegeven moment niet meer door”, aldus Donner.

Gedwongen demotie

Kan demotie worden afgedwongen? Uiteindelijk – onder voorwaarden – wel. Stel: je baas komt met een lagere functie op de proppen en je wilt zelf de overstap niet maken. Als je er samen niet uitkomt, beland je bij de kantonrechter. Kantonrechter Sjef de Laat vertelt hoe dat in z’n werk gaat: “De werkgever moet allereerst met goede argumenten komen waarom hij deze demotie wil. Vervolgens kijkt de kantonrechter of het redelijk is wat hij wil. Ook bekijkt de kantonrechter of je echt van de werknemer mag verwachten dat hij het voorstel aanvaardt.” Je kunt als werknemer “een behoorlijke discussie met je baas aangaan”, zegt De Laat, maar je mag het niet te zot maken. Voor de werk­gever geldt hetzelfde.
De Laat: “Waar ik gevoelig voor ben? Dat de werknemer heeft meebewogen, zich coöperatief heeft opgesteld en met zakelijke, goede argumenten zijn zaak kracht bijzet. Maar ieder geval is anders.”

Een vervelende toonzetting in een brief, een nare opmerking in een vergadering: het speelt allemaal een rol bij het oordeel van de kantonrechter of de werknemer een lager betaalde baan moet accepteren. Verzanden in emotie werkt niet. Niets willen, alleen maar hard ‘nee’ roepen of de zaak op de spits drijven, helpt ook niet. Want dan zegt een werkgever dat hij niet meer met je door één deur kan en vraagt hij ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan. Als je dan heel erg tegengewerkt hebt, ben je je ontslagvergoeding ook nog kwijt.
Goed om te weten: werkgevers mogen werknemers niet zomaar terugzetten in functie puur en alleen omdat ze een bepaalde leeftijd bereiken. Daar heeft de Commissie Gelijke Behandeling (cgb) een stokje voor gestoken, want dat zou leeftijdsdiscriminatie zijn.

En Jan Gerritsen? Hij wilde zelf een stapje terugdoen; de kantonrechter kwam er dus niet aan te pas. Hij heeft de stap naar de binnendienst van zijn bedrijf niet durven zetten, maar is wel een dag minder gaan werken. In overleg met zijn baas heeft hij nu ook minder taken. Het bevalt hem prima. De vrije dag besteedt hij aan het opknappen van zijn wat verwaarloosde koopwoning. Hij heeft in een overmoedige bui berekend dat de waardevermeerdering die dat oplevert, ongeveer net zoveel is als het salaris dat hij de komende jaren bij zijn baas inlevert.

Auteur